jan
05
2010
1

Rood verzetsfront – aanzetten tot stadsguerrilla in Nederland – een reconstructie

Rood-verzetsfront

Nederland werd in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw geconfronteerd met groepen die een gewelddadige omverwerping van de bestaande politieke orde nastreefden. Rood Verzetsfront – Aanzetten tot stadsguerrilla in Nederland is een historische reconstructie gezien vanuit het perspectief van de sympathisanten van de Rote Armee Fraktion in Nederland. Gebaseerd op interviews met ex-leden van het Rood Verzetsfront, geheime documenten van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de Centrale Recherche Informatiedienst en de Oost-Duitse geheime dienst Stasi, biedt dit boek een spannende inkijk in de keuken van het politieke activisme van die jaren.

 

Auteur: Moussault, P.
Paperback
352 pagina’s | Papieren Tijger | januari 2009

mei
01
2009
1

Duitse herfst

De Rote Armee Fraktion.

Duitse-herfstMet de oprichting van de RAF, de ‘Rote Armee Fraktion’ of ‘Baader-Meinhof-Groep’ in 1969 begon één van de zwartste bladzijden in de naoorlogse geschiedenis van West-Duitsland. In de zogenoemde ‘Duitse herfst’ van 1977 werd de West-Duitse samenleving opgeschrikt door terreurdaden die hun weerga niet kenden: achtereenvolgens de moord op de directeur van de Dresdner Bank, Jürgen Ponto, de ontvoering – met dodelijke afloop – van de werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer, de kaping van een Lufthansa vliegtuig door met de RAF samenwerkende Arabische terroristen en de drievoudige zelfmoord van de RAF-kopstukken: Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe. Anderhalfjaar daarvoor had Ulrike Meinhof zichzelf al in haar cel om het leven gebracht.

In dit boek wordt het ontstaan van de RAF verklaard vanuit de context van het naoorlogse West-Duitsland. Daarnaast worden de twee grondleggers van deze terreurgroep, Andreas Baader en Ulrike Meinhof, geportretteerd. De vraag hoe het kwam dat zij tot het uiterste gingen om hun politieke doelstellingen te realiseren, vormt daarbij het uitgangspunt.

Margreet den Buurman is literatuurwetenschapper en publiceerde eerder bij Aspekt de verhalenbundel In de greep van Houdini. Daarnaast vertaalde zij uit het Duits o.m. Hitlers religie van Michael Hesemann, Skull & Bones van Andreas von Rètyi en Mijn land van duizend heuvels van Hanna Jansen.

Auteur: Margreet den Buurman
Paperback
195 pagina’s | Uitgeverij Aspekt B.V. | mei 2009

dec
14
2008
0

In de ban van terreur: de RAF

1RAF-logo_tcm44-236330In de nacht van 2 april 1968 vliegen twee warenhuizen in Frankfurt am Main in brand. Er vallen geen slachtoffers. De brandstichters: Andreas Baader en Gudrun Ensslin. Zij verklaren met hun daad tegen de “volkerenmoord in Vietnam” te protesteren.

Het tweetal vlucht naar Frankrijk, maar bij zijn terugkeer naar de Bondsrepubliek Duitsland in 1970 wordt Baader opgepakt en vastgezet. Lang zal zijn gevangenschap niet duren.

Kort na zijn arrestatie bevrijden Ensslin en een groep handlangers hun kompaan Baader met geweld. Vanaf dat moment besluiten Baader en zijn aanhangers een militante radicaal-linkse organisatie te vormen. De Rote Armee Fraktion is geboren. 

De jaren zestig en het studentenprotest
De RAF komt voort uit de studentenprotestbeweging die in Duitsland – net als in andere Westerse landen – met veel rumoer tegen de oudere generatie schopt, het materialisme afkeurt, de rechtstaat bestrijdt en tegen de oorlog in Vietnam protesteert.

De beweging is in Duitsland een bonte mix van anarchisten, pacifisten en radicalen. Eind jaren zestig splitst de beweging zich. Een deel wil hervormingen afdwingen met vreedzame, democratische middelen. Het andere deel radicaliseert en omarmt het geweld.

In die tijd ontstaan er talloze extreem-linkse splintergroepen die bereid zijn geweld te gebruiken. Maar geen van die groepen gaat zo ver als de Rote Armee Fraktion.

Tomeloze terreurcampagne
De RAF krijgt onder meer publicitaire steun van Ulrike Meinhof, schrijfster van een links studentenblad en lid van de verboden Kommunistische Partei Deutschlands. Al snel heet de RAF in de volksmond de Baader-Meinhof-Gruppe.

In de ogen van de RAF is Duitsland een politiestaat die geregeerd wordt door fascisten. In de woorden van Ensslin: “Geweld kan alleen met geweld worden beantwoord. Dit is de generatie van Auschwitz – met hen kan men niet discussiëren.” 

De RAF neemt haar werk bloedserieus. Baader, Meinhof, Ensslin en andere aanhangers gaan op trainingskamp bij de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO van Yasser Arafat.

Bij terugkomst in de West-Duitsland beginnen ze een tomeloze terreurcampagne. In 1971 overvallen ze banken om hun activiteiten te financieren. Daarna richt hun geweld zich op politieke doelen: Amerikaanse legerbases, politiebureaus en rechters. Verschillende mensen komen om het leven.

De eerste generatie sterft
In 1972 lijkt een einde aan het geweld te komen als de Duitse politie de harde kern van de RAF arresteert. Baader, Ensslin en Meinhof belanden achter de tralies.

De Duitse overheid neemt extreme maatregelen om de groep te isoleren. Er worden aparte cellen voor ze gebouwd, gesprekken met advocaten worden afgeluisterd en soms mogen de verdachten helemaal geen advocaat zien.

De gevangen leden van de RAF verzetten zich tegen hun behandeling. Tussen 1974 en 1977 plegen ze zelfmoord of overlijden na een hongerstaking. Irmgard Möller, de enige van de eerste generatie die overleeft, heeft overigens altijd beweerd dat gevangen RAF-leden vermoord zijn door de Duitse regering.

Een nieuwe generatie staat op
Het geweld houdt echter niet op. Midden jaren zeventig staat een tweede generatie op en in 1977 bereikt het terrorisme van de RAF een nieuw hoogtepunt. Het eerste slachtoffer dat jaar is de hoogste procureur-generaal bij het Hooggerechtshof in Karlsruhe, Siegfried Bubeck. Bijna vier maanden later brengt de RAF Jürgen Ponto, directeur van de Dresdner Bank, om het leven.

Maar de meest spectaculaire terreurdaad is gewelddadige ontvoering van werkgeversvoorzitter Hans-Martin Schleyer, in september van dat jaar. Zijn vier begeleiders komen om in een kogelregen en Schleyer wordt in een grote rieten mand naar een schuiladres in Den Haag gesmokkeld. Duitsland is wekenlang in de ban van de ontvoering.

In de herfst van 1977 loopt de spanning verder op wanneer vier Arabische terroristen een toestel van Lufthansa kapen. De kapers eisen dat de Duitse regering gevangen RAF-leden vrijlaat. Maar bondskanselier Schmidt weigert te onderhandelen.

Een Duitse anti-terreureenheid ontzet op 18 oktober het vliegtuig en doodt op één na alle kapers. Als reactie brengt de RAF Schleyer om het leven. Zijn levensloze lichaam wordt de volgende dag in het Franse Mulhouse gevonden.

Het einde van de RAF
Na de ‘Duitse herfst’ van 1977 is de Rote Armee Fraktion over haar hoogtepunt heen. Veel oudgedienden leggen de wapens neer en duiken onder in de DDR. Een derde generatie staat op, maar die zal een stuk minder actief blijken.

Op 27 maart 1993 vindt een aanslag plaats op de nieuwbouw van en gevangenis in Weiterstadt. De schade is groot (ruim 60 miljoen euro), maar er vallen geen gewonden. Het zou de laatste gewelddadige actie van de RAF zijn.

Vijf jaar later, op 20 april 1998, ontvangt het persbureau Reuters een verklaring waarin de Rote Armee Fraktion aankondigt zichzelf op te heffen. “Bijna 28 jaar geleden, op 14 mei 1970, ontstond tijdens een bevrijdingsactie de RAF. Vandaag beëindigen wij dit project. De stadsguerrilla in de vorm van de RAF is nu geschiedenis.”

okt
20
2007
1

Zwanezang Raf, Dood in Stammheim, zelfmoord of buitengerechtelijke executies

Naar aanleiding van de 30 jarige herdenking van de dood, in de gevangenis, van twee RAF kopstukken en de dood, op weg naar het ziekenhuis van een derde, is het van belang, stil te staan bij de vraag, of er sprake is van zelfmoord of buitengerechtelijke executies. Bovendien zijn de destijds door de Duitse Overheid genomen ”anti-terreur en detentiemaatregelen” in strijd met de mensenrechtenregels

Beste lezers,

Op 18-10 van dit jaar (2007) was het precies dertig jaar geleden, dat na een periode van, ontvoering, gijzeling, vliegtuigkaping en het opleggen van de meest ingrijpende isolatiemaatregelen, in de vroege ochtend twee kopstukken van de Rote Armee Fraktion [RAF], Andreas Baader en Gudrun Ennslin, dood in hun cel in de zwaarbeveligde Stammheimgevangenis werden aangetroffen, de eerste door een nekschot en de tweede opgehangen in haar cel
Een derde kopstuk, Carl Raspe, werd bloedend in zijn cel aangetroffen en overleed op weg naar het ziekenhuis
De enige overlevende, Irmgard Moller, werd met messteken in haar borst aangetroffen

Volgens de officiele lezing zou hier sprake zijn van een ”collectieve zelfmoord”
Hierbij zet ik vraagtekens, o.a. ondersteund door zowel de lezing van de kort geleden overleden Nederlandse RAF advocaat, Bakker Schut, alsmede het getuigenis van Irmgard Moller, die de collectieve zelfmoordlezing altijd heeft bestreden (more…)

okt
18
2007
0

De Stammheim-MOORDEN – 30 jaar geleden

De burgerlijke pers heeft, zoals te verwachten viel, het feit dat 30 jaar geleden de “Duitse herfst” van 1977 (de RAF-Offensive en de moorden van Stammheim) plaatsvond, aangegrepen voor een algehele afrekening met de politiek van het gewapend verzet en haar (voormalige) representanten in de “BRD”. Maar ook onze eigen scene zou zich met bovengenoemd thema (RAF/gewapende strijd/ Stammheim) bezig dienen te houden en haar eigen conclusies hieruit dienen te trekken. (more…)

mrt
28
2006
0

De RAF in Nederland

Vier keer hebben leden van de RAF op Nederlandse bodem vuurgevechten geleverd met de politie. Het kostte drie Nederlanders het leven. De schietpartijen waren ‘ongelukjes’. De RAF is nooit van plan geweest in Nederland aanslagen te plegen of banken te overvallen.

rafsymboolVoor de Rote Armee Fraktion was Nederland vooral een Rückzugsgebiet, een toevluchtsoord. Hetzelfde gold bijvoorbeeld voor Frankrijk, waar Andreas Baader onderdook nadat hij in mei 1970 door Ulrike Meinhof uit de gevangenis was bevrijd. De RAF besloot in Nederland en Frankrijk geen gewelddadige activiteiten te ontplooien in de hoop dat ze daar door de politie met rust zou worden gelaten. RAF-leden huurden in Nederland onopvallende appartementen, zogeheten konspirative Wohnungen, waar ze zich regelmatig schuilhielden en nieuwe acties beraamden.

Al vóór de RAF was opgericht kwamen linkse extremisten graag naar Amsterdam, vooral om drugs te gebruiken en te kopen. Bernward Vesper, echtgenoot van RAF-oprichtster Gudrun Ensslin en vader van haar kind, schrijft daarover in zijn onvoltooide, postuum verschenen autobiografische essay ‘Die Reise’. Ook Peter-Jürgen Boock van de tweede generatie van de RAF vertelt in de boeken die hij in de jaren negentig schreef over zijn vroege bezoeken aan Amsterdam en andere Nederlandse steden. Daar deed hij de drugsverslaving op die later enkele RAF-leden fataal zou worden. (more…)

mrt
22
2005
0

Met de wapens (2005)

met_de_wapensIn sneltreinvaart en in een aanstekelijke stijl geeft Jos Houtsma de lezer een ook vandaag de dag nog relevante blik in het brein van de activist die heilig overtuigd is van het eigen gelijk.

De belevingswereld van Duitse radicale idealisten interesseerde mij vooral omdat ik denk dat die overeenkomsten heeft met de belevingswereld van de radicale moslimterroristen van tegenwoordig. Ook daar zullen mensen tussen zitten die buiten de maatschappij vallen of zich op de rand tussen de maatschappij en de criminaliteit bevinden. Ook daar heb je fanatici en idealisten en geweldsverslaafden. Ook daar loopt het uit de hand. De personages in deze roman waren al snel levensecht en hoewel het prachtige plot zich pas aan het einde van het boek ineens ontvouwde, nestelden de hoofdpersonen zich al meteen in mijn hoofd en bleef ik nieuwsgierig hoe het hen verging. Je kunt je afvragen in hoeverre de auteur de sfeer van het radicalisme in de jaren zeventig getroffen heeft. Was hij zelf één van deze idealisten of juist niet? Hoe objectief is zijn schets? In ieder geval vond ik dit boek zeer de moeite waard. Ik vind het een genoegen om de indruk van de auteur te lezen van deze periode en deze mensen, ongeacht het waarheidsgehalte daarvan. Misschien zullen sommigen hier wel moeite mee hebben (Zo niet, lees dan ook eens “De Autobiografie van Stalin”, door Richard Lourie). Een boek om over na te denken en te bespreken!

mrt
01
2005
0

Politiek geweld in duitsland

Politiek-geweld-in-duitslandDenkbeelden en debatten.

Welke rol speelt geweld in de politiek? In Duitsland is daar als in geen ander land over nagedacht. Radicalen van links en rechts raakten gedurende de twintigste eeuw steeds opnieuw in de verleiding om met geweld een politieke oplossing te forceren. De traditie van het Duitse idealisme bleek te sterk. Taaie autocratische structuren lieten zich gelden. De gebroken verhouding tot de Duitse natie eiste haar tol. Het onvoltooide, beschamende verleden drong tot zuivering door geweld. Auteurs uit Nederland, Duitsland en Oostenrijk schrijven over deze Duitse worsteling met politiek geweld. Het gaat onder meer over de verwerking van traumatische geweldservaringen in de Eerste Wereldoorlog en het Derde Rijk, over geweld in de politieke arena van de Republiek van Weimar en over Rudi Dutschke, de RAF en de linkse kritiek op het ‘geweld der kameraden’. Nieuwe perspectieven op geweld worden betrokken op de Duitse geschiedenis, vanuit historisch, filosofisch, politicologisch en sociologisch standpunt.

Paperback Auteurs: Jacoo Pekelder & Frits Boterman (red.)
386 pagina’s | Mets en Schilt Uitgevers | maart 2005

dec
05
1999
0

Begrepen Onbehagen; Politie en Rote Armee Fraktion Verzoend

Begrepen-onbehagenDe Nederlandse politie gaat hard optreden tegen de toenemende agressie tegen politiemensen, zowel fysiek als verbaal. Niet alleen met behulp van het strafrecht. Individuele politiemensen krijgen steun bij het indienen van civiele claims tegen degenen die hen aanvallen. De korpsen zelf gaan proberen het ziekteverzuim als gevolg van agressie te verhalen op de daders.

Er zijn echter ook andere verhalen. Zoals dat van rechercheur Herman van Hoogen. Deze hielp in 1977 tijdens een hevig vuurgevecht met gevaar voor eigen leven in Amsterdam-Osdorp twee leden van de Duitse Rote Armee Fraktion (RAF) aan te houden. Toch zette hij zich zeven jaar later in voor vervroegde vrijlating van het tweetal, Christof Wackernagel en Gert Schneider, nadat deze in de (Duitse) gevangenis tot inkeer waren gekomen. Dit (succesvolle) gebaar leidde tot een blijvende vriendschap.

Maar wat was dit voor een gebaar: een staaltje politiële professionaliteit, psychische verwerking van een traumatische gebeurtenis, verraad of een uniek geval van vergeving en verzoening? Deze vragen staan centraal in een publicatie die werd geredigeerd door dr. Frans Denkers, algemeen adviseur van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, die vorige maand onverwachts overleed op 59-jarige leeftijd.

Denkers, van huis uit psycholoog, heeft zich vooral ingezet voor `zelfredzaamheid’, het mobiliseren van burgers in plaats van alle heil te verwachten van de Sterke Arm. In 1993 legde hij zijn credo neer in een boek met de titel Op eigen kracht de onveiligheid de baas; de politie van pretentieuze probleemoplosser naar bescheiden ondersteuner. Op initiatief van Denkers ging het Amsterdamse korps samenwerken met de Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij in 1975 promoveerde op Criminologie en beleid, in het project `christelijk-humanistische waarden en conflicten’. Begrepen onbehagen is daarvan een resultaat. Het boek heeft drie delen. Denkers schreef een inleiding over de RAF. Deel twee, dat zelfstandig kan worden gelezen, wordt geopend door Van Hoogen en bevat de reacties van 22 uiteenlopende personen, variërend van collega’s tot plattelandsvrouwen en wetenschappers. Deel drie bevat een analyse en conclusies, wederom van de hand van Denkers.

Van Hoogen zelf legt er de nadruk op dat zijn gedrag niets heeft te maken met `vergeving’. Vergeven kan je alleen mensen met wie je een emotionele band hebt. Het zou de politieman weinig hebben gedaan als het tweetal de vijftien jaar waartoe het werd veroordeeld wegens poging tot moord volledig had moeten uitzitten. Dat zou hij wel `stom’ hebben gevonden: `het is het eerste geval dat ik meemaak waarin mensen anders de lik uitgaan dan ze erin zijn gekomen. Toch het beginsel waar ons hele strafrechtssysteem op is gebaseerd?’

Kogelscherf

De reacties lopen zoals te verwachten uiteen. De politiecollega die een gemene kogelscherf van de RAF uit zijn knie moest laten halen vraagt zich af wat hij zou doen als hij het tweetal zou ontmoeten, bijvoorbeeld bij de presentatie van dit boek. `Alsnog schadevergoeding eisen waarschijnlijk, want die heb ik van het korps ook nooit gehad. Geen cent voor mijn bebloede kleren’. Zijn bijdrage heeft het kopje `verraad’.

Voor de goede orde: Van Hoogen heeft niet zelf de publiciteit gezocht; dat deed de toenmalige Amsterdamse recherchechef K. Sietsma, die inmiddels is overgestapt naar de particuliere beveiligingswereld. Hij vindt de belangrijkste les `dat een dialoog verre te prefereren is boven een confrontatie’. De RAF blijft echter in meerdere opzichten een bijzonder geval. De voornaamste bevinding van de afsluitende analyse is dan ook dat de stellingname van Van Hoogen moeilijk valt te generaliseren.

Bijzonder als hij is, valt de zaak-Van Hoogen toch niet helemaal los te zien van het poldermodel dat van oudsher kenmerkend is voor onze politie en justitie. Dat model contrasteert nogal met het proces van escalatie dat de geschiedenis van de RAF te zien geeft. Vijfentwintig jaar geleden kon ik daarvan een glimp opvangen als lid van een kleine Nederlandse delegatie die een onderzoek instelde naar de Haftbedingungen van Ronald Augustin, een `terrorist’ van Nederlandse afkomst die in hongerstaking was gegaan. Daaraan kwam pas een eind toen hij met veel gewapend politievertoon terecht was gekomen in een universiteitskliniek. Hij vertrouwde namelijk geen officiële gevangenisarts.

Had er dan niet even een andere dokter in de cel kunnen komen? Dat was formeel niet mogelijk, was het antwoord van de Duitse gevangenisautoriteiten. De delegatieleden keken elkaar aan: in Nederland zou een beetje gevangenisdirecteur gewoon een vertrouwenspersoon regelen. Dat was vijfentwintig jaar geleden en inmiddels zijn de verhoudingen in Nederland danig verhard, zij het niet vanwege terroristische activiteiten maar vanwege de drugshandel. Het strafklimaat is grimmiger geworden en rechters zijn geneigd allerlei onorthodoxe opsporingsmethoden voetstoots te accepteren. Daartegen staat een advocatuur die iedere vormfout probeert uit te buiten.

Dat mist zijn uitwerking op de politiepraktijk niet. Typerend is ook dat steeds vaker een claim wordt ingediend tegen de staat wanneer een zaak niet tot veroordeling leidt. De rechters zijn niet scheutig met het toekennen van schadevergoeding, maar er zal steeds minder aan deze logische tegenhanger van een hardere lijn tegen burgers zijn te ontkomen. Een claimgrage politie kan tegenclaims verwachten. Deze ontwikkeling heeft zeker goede kanten. Ook een juridische claim kan per slot van rekening leiden tot een dialoog en bevordert in elk geval de duidelijkheid.

Toch bevat de geschiedenis van Van Hoogen en de RAF ook een waarschuwing. Claims tegen onverlaten moeten voor de politiekorpsen bijvoorbeeld niet een excuus zijn om de begeleiding van de eigen mensen te verslonzen. Typisch een thema waarvoor Denkers zich heeft ingezet. De voornaamste boodschap is: duidelijkheid is prima maar polarisatie is funest. Het ging Van Hoogen waarschijnlijk dus toch gewoon om professionaliteit.

Auteur: Frans Denkers, Herman van Hoogen, Christof Wackernagel e.a.: Boek | Ingenaaid | 328 bladzijden | Nederlands | 1999

ISBN-10: 9054586710

ISBN-13: 9789054586715 | ISBN-10: 9054586710

Begrepen Onbehagen.Politie en Rote Armee Fraktion verzoend. Koninklijke Vermande, Gewapende strijd

okt
13
1997
0

Een Duitse herfst vol spookbeelden

DEU TERROR RAF SCHLEYER CHRONIKHet was geen onverdeeld genoegen in 1977 correspondent in Bonn te zijn. De Bondsrepubliek werd dat jaar meer dan ooit geteisterd door het terrorisme van de Rote Armee Fraktion. De gebeurtenissen waren dramatisch en er viel dus, ondanks een Nachrichtensperre na de ontvoering van werkgeversvoorzitter Schleyer, veel te berichten. Maar de journalisten moesten werken in een verziekte sfeer.
HET terrorisme van de RAF werd door rechts in de Bondsrepubliek aangegrepen om af te rekenen met links. ‘Het geestelijk moeras, waaruit het terrorisme is ontsproten, moet worden drooggelegd’ heette dat toen. De rechtse oppositie, toen geleid door de huidige bondskanselier Helmut Kohl, hanteerde met grote ijver het stempel ‘sympathisant van terroristen’.

Zo’n sympathisant was je in die dagen snel. De CDU-politicus Bernhard Vogel, thans minister-president van de deelstaat Thüringen, zei op 14 september 1977 in een interview met het sensatieblad Bild: ‘Sympathisant kan iedereen zijn die Baader-Meinhof-groep zegt in plaats van -bende.’

Woorden wogen zwaar in die ‘loden tijd’. Ook buitenlandse correspondenten werden in de gaten gehouden en soms bekritiseerd, vooral door conservatieve Duitse kranten. Het liberale weekblad Die Zeit getroostte zich de moeite met enkele correspondenten in Bonn te praten en zelfs enkele stukken van hen te vertalen. Dat leidde op 23 september 1977 tot het artikel ‘Wie uns das Ausland sieht’ waarin onder meer de Volkskrant in bescherming werd genomen tegen het verwijt terrorisme te ‘bagatelliseren’. (more…)

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl