mei
28
1969
0

Horst Mahler

Horst Mahler staat bekend vanwege zijn wel heel bijzondere relatie met de RAF. Nadat hij in 1969 is opgetreden als advocaat van Andreas Baader, verruilt hij de advocatuur voor het terrorisme en wordt RAF-lid. Nadat hij voor zijn deelname aan de linkse terreur tien jaar in de cel heeft doorgebracht, ontwikkelt hij zich tot rechts-extremist – van het ene uiterste naar het andere.

horstmahler194Mahler wordt geboren op 23 januari 1936 in het dorp Haynau, in de Pruisische provincie Silezië. Zijn vader is tandarts. In 1945 trekt het gezin, op de vlucht voor de Russen, naar Dessau, onder Berlijn. Vanaf 1949 woont Mahler in West-Berlijn. Hij gaat rechten studeren aan de Freie Universität en wordt lid van de sociaal-democratische SPD. Daar wordt hij echter uitgegooid wanneer hij toetreedt tot de radicaal-socialistische studentenbond SDS.

Na afronding van zijn studie ontwikkelt Mahler zich tot een succesvol advocaat. Hij verdedigt vooral personen afkomstig uit de Außerparlementarische Opposition (APO). Mahler voelt zich verwant aan de linkse ideologie van de APO. In 1966 is hij medeoprichter van het eerste ‘socialistische advocatencollectief’. In 1969 verdedigt hij Andreas Baader tijdens het proces over de warenhuisbrand van het jaar daarvoor. In maart 1970 wordt Mahler zelf veroordeeld: hij krijgt tien maanden voorwaardelijke celstraf vanwege zijn aandeel in de onlusten die uitbraken in West-Berlijn na de aanslag op studentenleider Rudi Dutschke, in 1968. Mahler besluit samen met zijn voormalige cliënt Andreas Baader en met Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin naar Jordanië te vertrekken voor een militaire training. Na terugkeer in West-Duitsland raakt hij actief betrokken bij de RAF. Horst Mahler is van advocaat tot terrorist geworden.

In oktober 1970 wordt Mahler gearresteerd. Zijn advocaat is Otto Schily, die eerder Gudrun Ensslin bijstond. In 1973 wordt Mahler vanwege zijn betrokkenheid bij de oprichting van de RAF en bij een aantal overvallen veroordeeld tot twaalf, later veertien jaar gevangenisstraf. In 1980 wordt hij vroegtijdig vrijgelaten. Vanaf 1988 treedt hij weer op als advocaat.

Mahler heeft tijdens zijn gevangenschap niet alleen afscheid genomen van het extreem-linkse gedachtegoed van de RAF, maar is zelfs doorgeschoten naar de andere kant van het politiek-ideologische spectrum. Nadat hij gedurende de jaren negentig ettelijke fel-nationalistische pamfletten heeft geschreven, wordt hij in 2000 lid van de extreem-rechtse Nationalistische Partei Deutschlands (NPD). Op zijn website schetst hij de contouren van een ‘Vierde Rijk’. Horst Mahler woont in Berlijn.

mahler2horstmahlerx3x2horst_mahler_3x3horstmahlerx2x5

mei
02
1968
0

De eerste generatie – 1968 – 1972

In de nacht van 2 op 3 april 1968 stichten Andreas Baader en Gudrun Ensslin samen met twee handlangers brand in twee warenhuizen in Frankfurt am Main. Er vallen geen gewonden. De volgende dag worden de daders opgepakt. Zij verklaren te hebben gehandeld uit protest tegen “de volkerenmoord in Vietnam”.

BAADER-ENSSLIN, BRANDSTIFTER-PROZESS.Door warenhuizen in brand te steken zouden de met Amerika sympathiserende Duitsers aan den lijve ondervinden wat de bevolking van Vietnam ondergaat. Publicitaire ondersteuning krijgen de daders van Ulrike Meinhof, columniste van het linkse studentenblad Konkret uit Hamburg en lid van de verboden Kommunistische Partei Deutschlands. De juridische verdediging van Ensslin berust bij Otto Schily, destijds advocaat en tegenwoordig minister van Binnenlandse Zaken. Baader wordt bijgestaan door Horst Mahler, die na het proces de advocatuur vaarwel zegt en tot de RAF toetreedt. De daders worden tot drie jaar cel veroordeeld. Ensslin en Baader duiken onder in Frankrijk. Baader wordt later teruggevonden en verdwijnt in april 1970 alsnog in de cel.

Uniform
Zijn gevangenschap duurt niet lang. Op 14 mei 1970 wordt hij door Ensslin, Meinhof – die in de tussentijd tot de groep is toegetreden – en enkele handlangers op gewelddadige wijze bevrijd uit een gebouw van de West-Berlijnse universiteit, waar hij aan een onderzoek moest meewerken. Bij de schietpartij raakt een medewerker van het instituut zwaargewond. De gewapende overval geldt als geboorteakte van de RAF. In de volksmond raakt de terreurorganisatie vanwege haar kopstukken bekend als Baader-Meinhof-Gruppe.

Op 15 juni verklaart Ulrike Meinhof, het ideologische brein van de beweging: “Iemand in een uniform is geen mens (…). Het is verkeerd met zo iemand te discussiëren, en natuurlijk mag er worden geschoten”.

De RAF maakt werk van het terrorisme. Tussen juni en augustus 1970 doorlopen Baader, Meinhof, Ensslin en anderen een paramilitaire opleiding in een trainingskamp van de Palestijnse terreurbeweging El Fatah in Jordanië. Na terugkeer in West-Duitsland plegen zij ettelijke bomaanslagen en bankovervallen. Daarbij maken zij honderdduizenden D-Mark buit. Enkele RAF-leden worden gearresteerd, waaronder Horst Mahler, advocaat van Baader tijdens het warenhuis-proces. De stadsguerilla is definitief begonnen.

Het eerste dodelijke slachtoffer van het RAF-terrorisme valt ruim een jaar na de geboorte van de RAF, op 15 juli 1971. De dode valt aan de kant van de terroristen: de door de politie gezochte Petra Schelm komt in Hamburg om het leven tijdens een vuurgevecht met agenten. Niet lang daarna maakt de RAF haar eerste slachtoffer. Op 22 oktober schiet Irmgard Möller politiechef Norbert Schmid dood bij een persoonscontrole, eveneens in Hamburg.

Bomaanslagen
eerstegen-posterHet daaropvolgende jaar neemt het geweld hand over hand toe. In mei 1972 vinden binnen een tijdsbestek van twee weken bomaanslagen plaats op Amerikaanse legeronderdelen in Frankfurt en Heidelberg, het hoofdbureau van de politie in Augsburg en het hoofdkantoor van uitgeverij Springer (die onder andere het rechts-populistische tabloid Bild uitgeeft) in Hamburg. De bloedige balans: vier dode Amerikaanse soldaten en 74 gewonden. De RAF legitimeert de aanslagen met een verwijzing naar “de massamoordenaars van Vietnam”. Met het excessieve geweld verspeelt de RAF de laatste sympathie die zij tot dan toe had genoten onder de West-Duitse bevolking.

In de zomer van 1972, twee jaar na het ontstaan van de RAF, wordt in een arrestatiegolf de kern van wat bekend kwam te staan als ‘eerste generatie’ opgepakt. Op 1 juni worden Andreas Baader, Holger Meins en Jan-Carl Raspe in Frankfurt ingerekend. Op 7 juni is het in Hamburg de beurt aan Gudrun Ensslin. Op 15 juni volgt de arrestatie van Ulrike Meinhof in Hannover en op 9 juli van Klaus Jünschke en Irmgard Möller in Offenbach. Baader, Meinhof, Ensslin en de anderen worden opgesloten in gevangenissen verspreid over de Bondsrepubliek. Later worden zij overgebracht naar de zwaarbeveiligde Stammheim-gevangenis in Stuttgart, waar in mei 1975 hun proces begint. De oprichters van de RAF zullen niet meer vrijkomen.

jan
28
1968
0

Gudrun Ensslin

Gudrun Ensslin wordt geboren op 15 augustus 1940 in het Zuid-Duitse alpendorp Bartholomä. Haar vader is dominee. In 1964 gaat de hoogintelligente Gudrun germanistiek studeren aan de Freie Universität in West-Berlijn.

ensslin2Sinds 1962 heeft zij een relatie met Bernward Vesper, een onsuccesvol dichter die experimenteert met harddrugs. Samen zetten zij zich in 1965 in voor de verkiezingscampagne van de Berlijnse burgemeester Willy Brandt (SPD) voor het kanselierschap. De vorming van de Grote Coalitie van SPD en CDU, in 1966, vormt een bittere teleurstelling voor Ensslin. Zij gaat zich steeds sterker richten op de radicale vleugel van het studentenprotest.

Drie maanden nadat zij met Vesper een zoon (Felix Ensslin) heeft gekregen, in juli 1967, ontmoet Ensslin de excentrieke Andreas Baader. De zelfverzekerde Baader wordt voor de opstandige Ensslin tot richtsnoer. Na haar veroordeling voor de warenhuisbrand van 1968 duikt Ensslin onder in Frankrijk. In mei 1970 organiseert zij de gewelddadige bevrijding van Baader, de geboorteakte van de RAF. Hoewel de terreurorganisatie in de volksmond bekend komt te staan onder de naam Baader-Meinhof-Gruppe – een verwijzing naar Andreas Baader en journaliste Ulrike Meinhof -, is niet Meinhof maar Ensslin de vrouwelijke leider van de RAF.

Na het doorlopen van de terroristische training in Jordanië, in de zomer van 1970, is Ensslin betrokken bij diverse aanslagen en overvallen in de Bondsrepubliek. In juni 1972 wordt ze gearresteerd. Samen met de andere gevangenen gaat ze herhaaldelijk in hongerstaking tegen de omstandigheden in de gevangenis, en net als de anderen wordt zij aangeklaagd wegens moord, poging tot moord en meerdere overvallen en aanslagen. Op 28 april 1977 wordt zij tot levenslang veroordeeld. Op 18 oktober van dat jaar hangt ze zichzelf in haar cel in de Stammheim-gevangenis op aan een elektronische kabel van een grammofoon. Ensslin wordt 37 jaar. Zij ligt begraven naast Andreas Baader op een begraafplaats in Stuttgart.

ensslin1ensslin3ensslin4

jan
01
1968
0

Andreas Baader

Andreas Baader wordt geboren op 6 mei 1943 in München. Hij groeit op zonder zijn vader, een historicus die voor de oorlog archivaris is geweest en in 1945 als soldaat vermist raakte aan het front. De jeugd van de moeilijk handelbare Baader bestaat uit een aaneenschakeling van kleine vergrijpen.

baader1Als achttienjarige brengt hij voor het eerst drie weken door in jeugddetentie. In 1963, op twintigjarige leeftijd, verhuist hij naar West-Berlijn. In de links-alternatieve Szene ontwikkelt hij een bohémien-achtige levensstijl. Een studie maakt hij niet af. Zijn vriendin Ellinor Michel, een schilderes met wie hij in 1965 een dochter krijgt, omschrijft hem als “provocatief”. Baader polariseert graag, gedraagt zich ijdel en is voortdurend uit op ‘actie’.

In 1967 ontmoet hij de studente Gudrun Ensslin, die zich sterk tot de daadkrachtige Baader voelt aangetrokken en gaat een relatie met haar aan. Samen radicaliseren zij snel. Ensslin bestempelt Baader tot “de anarchie in eigen persoon”. In april 1968 steken zij twee warenhuizen in Frankfurt in brand. In 1969 vluchten ze naar Frankrijk. Na terugkeer naar de Bondsrepubliek in 1970 wordt Baader opgepakt. Op 14 mei bevrijden Ensslin en anderen Baader met geweld.De RAF is geboren.

Van juni tot augustus 1970 ondergaat Baader een militaire training van Palestijnse terroristen in Jordanië. Na terugkeer pleegt de RAF meerdere aanslagen en overvallen. Samen met Gudrun Ensslin geldt Baader als kopstuk van de RAF. Op 1 juni 1972 wordt Baader gearresteerd. Daarbij wordt hij in zijn bovenbeen geschoten. Hij verdwijnt in de isoleercel. In 1973 en 1974 houdt hij, samen met de andere gevangenen, enkele hongerstakingen uit protest tegen de omstandigheden waaronder de RAF-leden vastzitten. In mei 1975 begint het proces tegen de eerste generatie RAF-leden in de zwaarbeveiligde Stammheim-gevangenis in Stuttgart. Baader wordt onder meer aangeklaagd wegens vijfvoudige moord, 54 pogingen daartoe en wegens talrijke bomaanslagen en bankovervallen. Na een lang proces, dat door de gevangenen keer op keer wordt aangegrepen om politieke statements te maken, wordt Baader op 27 april 1977 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf vanwege viervoudige moord en meerdere pogingen tot moord. Na de mislukte poging van terroristen om de staat via gijzelnemingen te dwingen om Baader vrij te laten (‘De Duitse herfst’), pleegt hij op 18 oktober 1977 zelfmoord met een pistool. Baader wordt 34 jaar. Hij wordt begraven naast Gudrun Ensslin op een begraafplaats in Stuttgart.

baader2baader3baader4baader5

jun
02
1967
0

Benno Ohnesorg doodgeschoten door een Stasi-informant

Het nieuws dat de Duitse student Benno Ohnesorg in 1967 werd doodgeschoten door een Stasi-informant heeft begrijpelijkerwijs voor nogal wat ophef gezorgd in Duitsland. De achtergrond;  Benno Ohnesorg nam op 2 juni 1967 deel aan een betoging tegen een bezoek van de Iraanse Sjah, de pro-westerse dictator van Iran, toen nog Perzië, aan Berlijn. Deze demonstratie liep hevig uit de hand. Of beter gezegd: de demonstranten werden aangevallen: eerst door supporters van de Sjah en daarna door de west-Duitse politie. De Sjah-supporters waren zogenaamd Iraanse studenten die het ‘moderniserende’ bewind van de Sjah steunden. De tegen-demonstranten vonden hen al meteen een vreemd gezelschap; brede mannen met ingestudeerde leuzen…
Het geweld begon toen deze ’studenten’ de stokken van hun protestborden gebruikten om demonstranten mee te lijf te gaan. De west-Duitse politie ging vervolgens over tot het met grof geweld uit elkaar jagen van de demonstratie. In de chaos en verwarring die hierop volgde werd Benno Ohnesorg door de politie-agent Karl-Heinz Kurras doodgeschoten. Benno Ohnesorg stierf op straat, geraakt door twee kogels in zijn achterhoofd. Kurras beweerde uit zelfverdediging gehandeld te hebben; hij zou bedreigd zijn door met messen gewapende jongeren. Ohnesorg was pacifist, lid van een evangelische studentengroep en wilde leraar worden – de betoging van 2 juni was de eerste demonstratie waar hij aan deelnam.

benno-ohnesorg1

Voor de Duitse linkse beweging werd zijn dood symbolisch. Als reactie op de moord – een ander woord past niet – besloot een deel van de beweging dat het tijd was om naar de wapens te grijpen. Een van de grondleggers van de Rote Armee Fraction verklaarde op een vergadering dat de andere kant ‘begonnen was met schieten’ en dat gewapend geweld de enige effectieve vorm van verzet was tegen een staat waar ‘de generatie die Auschwitz had veroorzaakt’  zo’n grote rol in speelde. Een andere gewapende groep noemde zich de ‘Beweging van 2 Juni’ – daarmee de politie en de pers verplichtend om in elk bericht over hun acties de dood van Benno Ohnesorg te vermelden.

En nu is dus gebleken dat Kurras een lid was van de Oost-Duitse Communistische partij, de SED, en als informant werkte voor de Stasi. Maakt het eigenlijk iets voor de beoordeling van wat er die dag gebeurde? Rechtse bladen in Duitsland proberen nu natuurlijk Benno Ohnesorg’s dood in schoenen van de DDR te schuiven. Ook als er geen bewijs is voor complotheorie dat Kurras opdracht had om een demonstrant te doden om zo de BRD te destabiliseren, dan nog, zo wordt betoogd, is hij als SED-lid niet typisch voor de ‘democratische Duitse rechtsorde’. Duits links heeft de verkeerde mensen de dood van Ohnesorg aangewreven in deze interpretatie.

Maar eigenlijk maakt het voor de beoordeling van zijn dood niet zoveel uit dat Kurras een Stasi agent was, hoe interessant dit nieuws op zich is. Het blijft namelijk een feit dat Karrus tot twee keer is vrijgesproken door die ‘democratische’ West-Duitse autoriteiten. Kurras was misschien niet typisch voor de west-Duitse politie maar de BRD justitie vond het nou ook weer niet zo erg dat hij een zeventwintigjarige op straat vermoord had. In 1970 keerde hij al terug in actieve dienst bij de politie – ook was zijn verklaring tijdens het proces,  dat hij een waarschuwingsschot gelost had, dat demonstranten messen hadden getrokken etc., door tientallen getuigen tegengesproken. Er is nog een tweede kant aan de zaak: de linkse studenten van eind jaren zestig kwamen in opstand tegen een gebrek aan democratie, tegen onderdrukking in het buitenland (de Duitse regering was niet alleen bevriend met een dictator als de Sjah maar steunde bijv. ook de Vietnam-oorlog) en eisten meer gelijkheid en rechtvaardigheid in het eigen land. In een of andere vorm gingen deze verwijten ook op voor de DDR en de rest van het Oost-Blok. Het grootste deel van Duits links besefte dat: DDR fans waren dun gezaaid – de beperkte samenwerking tussen RAF-leden en delen van de Stasi was bijvoorbeeld van later datum en niet echt typisch.
Kurras was dus een informant voor een onderdrukkend regime en de democratische rechtsorde van de BRD pleitte hem vrij. De onthullingen uit het Stasi archief veranderen weinig aan de betekenis van Ohensorg’s dood – wat ze wel laten zien is hoe de klein de verschillen tussen de machthebbers in Oost- en West waren.

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl