jan
01
1970

Rote Armee Fraktion

RAF-LogoDe Rote Armee Fraktion (Duits, Ned.: Rode-Legerfractie) was de actiefste naoorlogse linkse extremistische terreurgroep in Duitsland. De RAF stond ook wel bekend onder de naam Baader-Meinhof-Groep. De groep werd in 1970 opgericht door onder meer Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Horst Mahler, die later gezelschap kregen van Ulrike Meinhof. De groep was verantwoordelijk voor 34 moorden en talrijke bankovervallen en bomaanslagen. In 1998 meldde de RAF dat ze zichzelf had opgeheven.

Achtergrond
Vooral in de studentenbeweging ontstond er aan het eind van de jaren zestig steeds meer onvrede over het feit dat veel bestuurders uit het Nazi-tijdperk nog steeds ‘waakten’ over de fundamenten van de Duitse samenleving. Doel van de groep was zich ondergronds tegen “het systeem” te verzetten. De Rote Armee Fraktion ageerde verder ook sterk tegen de in Duitsland heersende “kapitalistische staat”. De naam van de groep was afgeleid van het Russische Rode Leger, de term “Fraktion” (een eenheid binnen de Communistische Partij) werd toegevoegd om het verband met de internationale Marxistische strijd te benadrukken. De organisatiestructuur en handelwijzen waren grotendeels geïnspireerd door de Tupamaros, de linkse stadsguerrilla uit Uruguay. Het is bekend dat er banden waren met het toenmalige (communistische) Oost-Duitsland. Zo werd aan Inge Viett, lid van de RAF én de Beweging van de Tweede Juni, onderdak verschaft door de toenmalige DDR. Buiten de rechtstreekse politieke belangen in het kader van de Koude Oorlog had de DDR er belang bij om op de hoogte te zijn van op handen zijnde acties van beide groeperingen, teneinde haar Stasi-spionnen in het Westen geen gevaar te laten lopen als gevolg van de verhoogde paraatheid van de regering van de Bondsrepubliek.

Eerste generatie
RafplakatDe leden van de zogenaamde eerste generatie (bestaande uit Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Horst Mahler, Ulrike Meinhof, Jan-Carl Raspe en enkele anderen) waren vanaf 1970 tot en met 1972 actief. In juni 1972 werden zij bij acties aangehouden en later tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld. Wegens het grote gevaar voor de Duitse samenleving werden de opgepakte groepsleden in extra bewaakte inrichtingen geplaatst, en kregen zij zelfs de status van krijgsgevangene. Uit protest gingen zij meerdere malen in hongerstaking. Als gevolg daarvan overleed Holger Meins op 9 november 1974.
Nog meer leden van de eerste generatie stierven in de jaren 1976 en 1977 in de gevangenis, na verschillende mislukte pogingen van de “tweede generatie” om de groepsleden vrij te krijgen. Allemaal stierven ze met als officiële doodsoorzaak zelfmoord. Een van de weinige overlevenden van de eerste generatie, Irmgard Möller, heeft altijd bestreden dat er zelfmoord is gepleegd.

Tweede generatie / Duitse Herfst
Met name in de herfst van 1977 veroorzaakte de RAF grote onrust in Duitsland, die leidde tot een nationale crisis. Onder de Duitse bevolking staat deze periode bekend als de Duitse herfst.
Op 30 juli 1977 werd Jürgen Ponto, directeur van de Dresdner Bank, doodgeschoten. Verder werd Hanns-Martin Schleyer ontvoerd, om de druk op de Bondsregering op te voeren en de eerste generatie van de RAF vrij te krijgen. Om de druk verder op te voeren, besloot een Arabische groep terroristen een Lufthansa-vliegtuig te kapen en de passagiers te gijzelen. Nadat de gijzelnemers door de arrestatie-eenheid GSG9 waren overmeesterd, werden enkele uren later, in de vroege ochtend van 18 oktober, Baader, Ensslin en Raspe dood in hun cel aangetroffen. De officiële verklaring luidde zelfmoord, maar hieraan werd van diverse kanten getwijfeld. Hierop maakte de RAF haar dreiging om Hanns-Martin Schleyer te doden waar: de ontvoerde werkgeversvoorzitter werd op 19 oktober dood aangetroffen in de kofferbak van een auto te Mülhausen.
Eén van de kopstukken van deze “tweede generatie” van de RAF was Brigitte Mohnhaupt. Zij werd op 11 november 1982 opgepakt en in 1985 tot vijf keer levenslang veroordeeld. Op 12 februari 2007 werd door de Duitse justitie besloten haar vervroegd vrij te laten na 24 jaar gevangenisstraf. Op 25 maart 2007 werd ze daadwerkelijk vrijgelaten.
Een ander kopstuk binnen deze tweede generatie van de RAF was de historicus Christian Klar. Hij was samen met Brigitte Mohnhaupt verantwoordelijk voor de ontvoering en de dood van Hanns-Martin Schleyer. Klar werd in 1985 tot zesmaal levenslang en vijftien jaar veroordeeld wegens negen moorden. Op 7 mei 2007 wees de Duitse bondspresident Horst Köhler een gratieverzoek af. Op 24 november 2008 werd bekendgemaakt dat Christian Klar op 3 januari 2009, na 26 jaar gevangenschap, op borgtocht vrij zou komen. De rechter oordeelde dat er geen gevaar is dat Klar in herhaling vervalt.
Begin jaren tachtig stopte een groep van 10 RAF-leden met hun activiteiten. Zij vertrokken als “Aussteiger” naar de DDR, waar zij een nieuwe identiteit kregen. De logistieke steun die de DDR tot dan toe aan de RAF gaf werd grotendeels afgebouwd.

Derde generatie
Na de Duitse herfst was er nog een “Derde generatie” van de RAF. Eén van de leiders hiervan was Birgit Hogefeld. Zij werd in juni 1993 gearresteerd tijdens een antiterreuroperatie. Een medeverdachte van haar en een politieagent kwamen hierbij om het leven. De derde generatie was al een stuk minder actief dan de vorige; de belangrijkste aanslag op haar naam was die op de nieuwbouw van de gevangenis in Weiterstadt op 27 maart 1993. Hierbij vielen geen slachtoffers, maar er werd grote materiële schade aangericht.
Birgit Hogefeld werd in 1996 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens de moord op een Amerikaanse militair en een bomaanslag op de Amerikaanse vliegbasis bij Frankfurt am Main in 1985.
Een ander lid was de kunstenares Eva Sybille Haule. Zij probeerde eind 1984 een aanslag te plegen op een NAVO-opleidingscentrum te Oberammergau. Deze aanslag mislukte door technisch falen. Verder zat ze achter de moord op de industrieel Ernst Zimmermann in februari 1985. In 1986 werd ze opgepakt en in 1994 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens drievoudige moord en 23 pogingen tot moord. In februari 2007 verschenen er berichten in de pers dat Haule wellicht nog dat jaar vervroegd vrij zou komen uit de gevangenis van Berlijn. Uiteindelijk werd op 17 augustus door de rechtbank in Frankfurt bekend gemaakt dat Eva Sybille Haule op 21 augustus 2007 vervroegd zou worden vrijgelaten, na 21 jaar gevangen te hebben gezeten. Naderhand bleek dit bericht niet helemaal te kloppen: Haule kwam op 17 augustus op 53-jarige leeftijd vrij (met een proefperiode van 5 jaar). De onjuiste berichtgeving was bedoeld om een mediacircus te voorkomen. Haule beweert het geweld te hebben afgezworen en wordt door de Duitse justitie niet meer als gevaar voor de maatschappij beschouwd.

De RAF in Nederland
Eind jaren zeventig had de RAF schuiladressen in Nederland. Zo hielden Angelika Speitel en andere RAF-leden de ontvoerde werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer vanaf 16 september 1977 enkele dagen verborgen in een woning aan de Stevinstraat in Den Haag (Scheveningen)[1][2].
In die dagen had Schleyer-ontvoerder Angelika Speitel met een mannelijke collega onder valse naam een auto gehuurd in de Trompstraat in Den Haag, waar ze na een schietpartij met de politie een arrestatie wist te ontlopen. Randy Siersema, hoofdagent van politie, raakte bij deze schietpartij zwaar gewond. De ontkomen Speitel waarschuwde de overige ontvoerders in de Stevinstraat die in de nacht van 19 op 20 september Schleyer spoorslags overbrachten naar een statig pand in de Brusselse plaats Sint-Pieters-Woluwe, waar hij werd vastgehouden tot aan zijn dood.
Enkele dagen na de schietpartij in Den Haag bleek ook in Utrecht een auto aan een Duitser onder een valse naam te zijn verhuurd. Op 22 september 1977, de dag dat de wagen ingeleverd moest worden, stonden dan ook 20 agenten klaar bij de verhuurder. De geplande arrestatie liep echter volledig uit de hand: toen het RAF-lid Knut Folkerts verscheen, opende hij het vuur op de agenten, waarbij een van hen, brigadier Arie Kranenburg, de dood vond. Kranenburgs collega Leen Pieterse raakte ernstig gewond. Tegenover het Beatrixtheater in Utrecht is een monument voor Arie Kranenburg geplaatst.
Niet lang daarna arresteerde de Amsterdamse politie, alweer na een schietpartij, twee kameraden van Folkerts: Christof Wackernagel en Gert Schneider. Ze werden na een jaar uitgeleverd aan Duitsland, samen met Folkerts, die intussen wel in Nederland was berecht en een gevangenisstraf van 20 jaar kreeg opgelegd. Hij moest deze in Duitsland uitzitten. In 1995 kwam Folkerts voorwaardelijk vrij, in 2001 definitief. Op 31 mei 2006 werd door de rechtbank in Den Haag bepaald dat Folkerts alsnog zijn Nederlandse straf moet uitzitten. Nederland zal Duitsland zo snel mogelijk op de hoogte brengen van de uitspraak van de rechtbank. Overigens heeft Duitsland nog niet gereageerd op het verzoek van Nederland tot overdracht van de executie van de straf.
Op 1 november 1978 vond op de Nieuwstraat in Kerkrade een moordaanslag plaats. Even na twaalf uur ‘s middags openden de terroristen Rolf Heissler (geb. 1949) en Adelheid Schulz bij een paspoortcontrole het vuur op de douaniers Dyon de Jong en Johannes Petrus Goemans. Beiden overleefden de aanslag niet. De twee terroristen verdwenen met een gestolen bakkersbusje richting Maastricht en verder per trein richting België. Rolf Heissler werd in 1980 opgepakt en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. In 2001 werd hem gratie verleend waarna hij in dat jaar vrijkwam. Adelheid Schulz werd in 1982 gearresteerd en verliet de gevangenis in 2002.
Op 1 november 2003 onthulde wethouder Frans Krasovec van Kerkrade een plaquette, ter nagedachtenis aan de vermoorde douaniers. Behalve talrijke belangstellenden waren ook nabestaanden, een afvaardiging van de Gemeente Kerkrade, de Douane en de parochies Bleijerheide (NL) en Strass (DE) aanwezig. De plaquette is ontworpen en vervaardigd door Wim Steins.
Een andere link met Nederland liep via de advocaat Bakker Schut. Hij verdedigde het Nederlandse RAF-lid Ronald Augustin, die behoorde tot de eerste generatie van RAF-leden. Bakker Schut maakte het mogelijk dat de RAF-leden, die geïsoleerd waren opgesloten, met elkaar konden communiceren.

1998: RAF opgeheven
Op 20 april 1998 ontving het persbureau Reuters een verklaring van 8 pagina’s, waarin de RAF verklaarde zich te hebben opgeheven. “Vor fast 28 Jahren, am 14. Mai 1970, entstand in einer Befreiungsaktion die RAF. Heute beenden wir dieses Projekt. Die Stadtguerrilla in Form der RAF ist nun Geschichte.” (Bijna 28 jaar geleden, op 14 mei 1970, ontstond tijdens een bevrijdingsactie de RAF. Vandaag beëindigen wij dit project. De stadsguerrilla in de vorm van de RAF is nu geschiedenis.) Bewijzen voor de echtheid van de verklaring bestaan overigens niet.
De terreur van de RAF heeft in totaal tot ongeveer 50 dodelijke slachtoffers geleid; naast politieke terreuraanslagen, waarbij ontvoering en afpersing als middel werden gebruikt, pleegde de RAF ook tal van bankovervallen en diefstallen ter financiering van haar acties.

Geen reacties

Comments are closed.

Abonneren op de RSS-feed van deze topic. TrackBack URL


Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl