jun
08
2009
0

Angst voor Wilders

Na het Kamerdebat over de aanschaffing van de JSF, waarvan niemand kan zeggen in welk soort oorlog die zijn onschatbare diensten zal bewijzen, kwam Maurice de Hond met het resultaat van zijn volgende peiling. De PvdA heeft twee zetels verloren, staat nu op 22; de PVV van Geert Wilders zou er 33 krijgen. Het CDA is geschrokken en sluit niet uit dat na de verkiezingen van 2011 de PVV in een coalitie zal worden opgenomen. Daarvan schrok vooraanstaand CDA-lid, ideoloog en socioloog Anton Zijderveld weer dusdanig dat hij zijn lidmaatschap heeft opgezegd. Ook de VVD maakt zich zorgen over de furore van Wilders. Eerst werd ter verkenning het liberale Kamerlid Fred Teeven naar de partijvergaderingen van de PVV gestuurd, maar hij werd herkend, of ontmaskerd, en hij mag er niet meer in. Nu wordt volgens de Volkskrant partijleider Wilders op zijn triomftochten gevolgd door een anonieme spion. Cloak and dagger in de Nederlandse politiek. Maar in ieder geval is de huidige coalitie gered: we kopen één JSF om die eens goed uit te proberen. In normale tijden zou dit misschien als een verstandig besluit van de coalitie zijn begroet. Door deze aankoop houden we een voet tussen de deur en daarna kunnen we nog alle kanten op. Maar dit zijn geen normale tijden. Al een jaar of acht weten we dat het solide midden van het electoraat in staat van ontbinding is. De Fortuyn-revolte was geen vlaag van politieke verbijstering maar het eerste grote bewijs dat de natie was veranderd. Vervolgens hebben Verdonk en Wilders bewezen dat het proces onverbiddelijk verder gaat. De eerste oorzaak daarvan ligt in de samenstelling van het electoraat. Het grote midden, eens het fundament van de Nederlandse stabiliteit, is in een staat van trage ontbinding. Maar coalities blijven onvermijdelijk. Dit betekent dat principieel ongelijksoortige partijen gedwongen zijn compromissen te sluiten om een regering te kunnen vormen. De kiezers alles beloven en daarna, in de formatie, water bij de wijn doen terwijl je doet alsof je de winnaar bent. Zo dreigt het coalitiesysteem zichzelf te slopen, en het heeft geen andere keus. In beginsel zijn de verhoudingen niet veranderd sinds Arend Lijphart in 1968 zijn Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek schreef. Het verkeer tussen de zuilen vergelijkt hij met buitenlandpolitiek. Veel geheimzinnigheid; compromissen zijn onvermijdelijk als je de constructieve samenhang wilt bewaren. Polderen wordt het nu genoemd, en dat is geen loftuiting. Al jaren is het Nederlandse model waarin verreweg de meeste politici zich tot het volk richten een rommelpot van abstracties, vaagheden, ontwijkingen. De taal van de kaasstolp. ‘Dat zijn uw woorden.’ ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen.’ Toen ontdekte wethouder Rob Oudkerk de kut-Marokkanen. Pim Fortuyn volgde met de islam als achterlijke godsdienst. Hirsi Ali en Theo van Gogh kwamen met hun film Submission. De hand van Rita Verdonk werd door een imam geweigerd. Geert Wilders versloeg ze allemaal door de Koran een fascistisch boek te noemen, vergelijkbaar met Mein Kampf. Hij maakte ook een film, Fitna. Hij wilde de troepen uit Uruzgan terughalen om de Goudse buschauffeurs te verdedigen. Hij pakte het Marokkaanse probleem radicaler aan dan al zijn voorgangers hadden gedaan. Dat klinkt blijkbaar voor bijna eenderde van de kiezers als hemelse muziek. Het Marokkaanse probleem is ernstiger geworden dan we misschien denken. Maar vergis u niet. Wilders is meer dan zijn anti-Allah-campagne. Hij is de politicus met een radar voor alles wat de gewone man hindert, ergert, hels maakt. Hij is de begaafde demagoog, die met wisecracks een tegenstander uit het veld slaat – ‘knettergek’ – en met het weglopen uit de vergaderzaal de collectieve afkeer van een doorpolderende coalitie symboliseert. Hij ziet niets in de JSF, wil de troepen terug uit Afghanistan, belastingverlaging, levenslang voor iedereen die drie maal de wet heeft overtreden, minder overheid, minder regels, een immigratiestop, hij gelooft niet in klimaatverandering, is in belangrijke zaken voor een bindend referendum. Er zijn punten in zijn programma die bij uiterst links passen, andere zijn uiterst rechts. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door zijn politiek talent, en anders dan zijn voorgangers heeft hij geen onbedaarlijke ruzies in zijn achterhoede. Het is, kortom, geen wonder dat hij door de gevestigde orde als een groeiend politiek gevaar wordt gezien. Hij heeft zich ontwikkeld tot een stem des volks. Hoe moet Wilders worden bestreden? Probeer het eens met zijn eigen wapens. Leer om te beginnen in Den Haag weer zuiver en duidelijk Nederlands spreken, en maak een film over de natie vier jaar na het regime-Wilders. Nederland Koran-vrij, geen files en coffeeshops meer, het klimaat dat vanzelf verbeterd is, al die aangekondigde zegeningen die dan werkelijkheid zijn geworden. En laat vooral ook zien hoe dat allemaal tot stand is gebracht. Misschien helpt dat.

Bron: H.J.A. Hofland / De Groene Amsterdammer

mei
01
2009
0

Nooit gepakt en toch bang

De elektronische burger is vogelvrij. We leven in een digitale dictatuur. Dat wil zeggen, niet wijzelf maar onze digitale dubbelgangers. Voor die dubbelgangers lijken de mensenrechten niet te gelden. Al gelden ze in Duitsland net iets meer dan in Nederland.

BERLIJN – Laat ik het maar bekennen. Ik heb een pakje batterijen in mijn wagentje langs de kassa geschoven (geregistreerd op video). Ik heb op internet handleidingen voor het maken van bommen bekeken (mijn provider kan mij verraden). Ik heb een klantenkaart van de Kaufhof (die nu van alles over mijn koopgedrag weet). Ik heb een rekening twee keer ingediend en twee keer betaald gekregen (mijn mailbox weet het). Ik heb mijn e-mailadres aan een handelaar in persoonsgegevens van journalisten gegeven (dat adres zwerft nu door heel Duitsland). Ik heb Oostenrijk over de snelweg doorkruist zonder tol te betalen (geregistreerd door een videoscan). Ik heb de gegevens van mijn creditcard aan de Deutsche Bahn afgestaan (de chef van de Deutsche Bahn is zojuist afgetreden vanwege onoorbare omgang met persoonsgegevens). Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ik ben een elektronisch doorzichtige burger. Wie wil, kan van alles over mij te weten komen. En dat terwijl ik toch een heel voorzichtige burger ben. Ik ben terughoudend met mijn persoonsgegevens. Ik koop weinig via internet. Ik doe aan geen enkele loterij mee. Ik dreig telefonische reclamemakers met juridische stappen. Ik heb geen profiel bij elektronische vriendenclubs als Facebook en sla ieder verzoek om vriend te worden af. Ik vul geen enquêtes in en maak een grote boog om blondines die gewapend met vragenlijst en balpen mensen op straat aanspreken. Maar al ben ik nog zo voorzichtig, doorzichtig ben ik toch. Ik weet alleen niet voor wie. Ze hebben zich nog niet gemeld. Ik ben niet gepakt voor batterijen stelen, dubbel incasseren of tol ontduiken. De Kaufhof achtervolgt mij niet met ongewenste reclame. Mijn creditcardrekening is niet door onverlaten geplunderd. Ik ben niet opgepakt bij een razzia op bommenleggers. Ik krijg alleen wat veel persberichten van organisaties die mij in de verste verte niet interesseren. Het valt dus allemaal wel mee. ‘Men’ weet wel veel van me, maar ‘men’ is niet bijster in mij geïnteresseerd. Ik beschik op z’n minst nog over de illusie van privacy. Ik kan me inbeelden dat wat ik doe en wie ik ben grotendeels alleen mijzelf bekend is en dat ik zelf bepaal wat anderen van mij te zien krijgen en te weten komen. Tegelijk moet ik met de gedachte leven dat ik een elektronische dubbelganger heb, dat er in een virtuele ruimte een persoon bestaat die mijn naam draagt, mijn uiterlijk heeft, dingen heeft gedaan die ik ook heb gedaan, mijn e-mailadres heeft, mijn autokenteken en mijn rekening-, creditcard-, belasting- en ziekenfondsnummer. Maar ik bepaal niet wat anderen van die dubbelganger te zien krijgen, ik heb geen invloed op het beeld dat anderen van hem vormen en ik weet niet wat zij met hem van plan zijn. Ook al bestaat die dubbelganger niet uit vlees en bloed maar slechts uit nullen en enen, toch is hij een persoon in de volledige juridische en filosofische betekenis van het woord. Hij is net als zijn fysieke evenknie in het vizier van de staat en zijn organen, van de commercie met haar verleidingen en van mijn medemensen met hun nieuwsgierigheid. De vraag is alleen of ik erop kan vertrouwen dat die dubbelganger dezelfde bescherming van de wet geniet als ikzelf. ‘De waarde van de mens is onaantastbaar’, legde de Bondsrepubliek precies zestig jaar geleden in het eerste artikel van haar grondwet vast. Geldt dat ook voor mijn dubbelganger? Is ook zijn grondrecht op zelfbeschikking gegarandeerd? In Duitsland hebben ze, anders dan in Nederland, een voor iedereen toegankelijk gerechtshof dat toetst of wetten, regelingen en besluiten met de grondrechten van de burgers in overeenstemming zijn. Dat constitutionele hof, het Bundesverfassungsgericht, gevestigd te Karlsruhe, heeft al in 1983 in een beroemde uitspraak vastgesteld dat de onaantastbaarheid van het individu zich ook uitstrekt tot de zogeheten ‘informationele zelfbeschikking’. Die uitspraak zorgde er toen voor dat de staat een voorgenomen volkstelling moest afgelasten. Met die uitspraak maakte Duitslands hoogste rechter duidelijk dat hij geen onderscheid wenst te maken tussen mij en mijn dubbelganger. Het leven van mijn dubbelganger heeft dezelfde onaantastbare waarde als dat van mijzelf. Daarom ben ik ook de enige die zeggenschap heeft over mijn dubbelganger. Niemand mag over hem beslissen zonder dat ik daar weet van heb en zonder dat ik daar toestemming voor geef. MAAR IN DE digitale wereld van mijn dubbelganger neemt men het niet zo nauw met de wet. Zelfs de staat trekt zich niet veel aan van het zelfbeschikkingsrecht van mijn dubbelganger. Hij wil hem kunnen observeren en bespioneren zonder dat die het merkt en zonder dat die er toestemming voor geeft. Hij wil, wanneer hem dat goeddunkt, toegang tot diens activiteiten op het internet, hij wil weten waar, wanneer en met welk doel hij zich door de telefoonnetwerken beweegt en hij wil hem in zijn publieke gedrag kunnen observeren en desgewenst ook in zijn privé-gedrag. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken heeft eind vorig jaar geprobeerd zich daartoe uitgebreide volmachten te verschaffen, maar de in rode toga’s gestoken dames en heren in Karlsruhe floten hem op wezenlijke punten terug. Slechts bij concrete verdenkingen van ernstige delicten en met toestemming van een rechter mag hij privé-computers en privé-huizen binnenvallen. Priesters, strafpleiters en volksvertegenwoordigers zijn van zijn nieuwsgierigheid gevrijwaard. Maar journalisten zoals ik mag hij wél bespioneren, want dat is een beroepsgroep die niets liever doet dan gevoelige informatie vergaren en contact onderhouden met informanten die iets voor de staat te verbergen hebben. De staat doet niet kinderachtig over wat hij wil. In de slotbepaling van de eind vorig jaar besloten politiewet stellen de opstellers zonder omwegen dat de wet de inperking betekent ‘van het grondrecht op lichamelijke integriteit, op de vrijheid van de persoon, op het brief-, post- en telefoongeheim, op de vrije vestiging en op de onaantastbaarheid van de privé-woning’. De woordvoerders van de staat laten er geen misverstand over bestaan: als het om de veiligheid gaat moet de vrijheid een stapje terug doen. Maar de grondwet bedoelde juist het omgekeerde: de veiligheid moet te allen tijde in dienst staan van de vrijheid. Dat laatste heeft het constitutionele hof herhaaldelijk bekrachtigd. Maar sinds de oorlog aan het terrorisme is verklaard, zoeken de ministers van Binnenlandse Zaken telkens weer de grenzen op van wat de grondwet toelaat en wat niet. Het is een kat-en-muisspel. De veiligheidsspecialisten van de staat doen telkens weer verregaande voorstellen en moeten dan prompt in Karlsruhe verschijnen. Maar hoe vaak de staat daar ook bakzeil haalt – de laatste jaren heeft het hof een hele reeks voorstellen van de staat verworpen of op wezenlijke punten gecorrigeerd –, het netto resultaat is dat de grondrechten van mij en mijn dubbelganger steeds weer een beetje meer in de knel raken. De verleidingen voor de staat zijn groot. Telkens doen zich nieuwe technische mogelijkheden voor om een almaar preciezer profiel van mijn dubbelganger te maken. In de naaste toekomst wenken allerlei biometrische technieken die de uniciteit van mijn dubbelganger steeds nauwkeuriger vastleggen. Mijn vingerafdrukken, de afdrukken van mijn handbal, mijn DNA, mijn iriscopische karakteristiek, de precieze maten van mijn gezicht, het profiel van mijn stem: het laat zich allemaal in bits en bytes vastleggen. Elk element draagt bij tot de schepping van een perfecte dubbelganger die de staatsorganen helpen om hem waar dan ook, wanneer dan ook en hoe dan ook met mij te vereenzelvigen en mij verantwoordelijk te maken voor wat ze mijn dubbelganger ten laste menen te kunnen leggen. Al die biometrische gegevens kan men simpel opslaan in een chip op mijn identiteitsbewijs – vanaf deze zomer gaat dat al met vingerafdrukken gebeuren. Op die manier wordt de afstand tussen mij en mijn dubbelganger steeds kleiner. De dag waarop hij zelfs geheel met mijn lichaam zal samenvallen is volgens sommigen niet ver meer. Dat is de dag waarop ik mijn persoonlijke gegevens in een chip onder mijn huid met me zal meedragen, een chip die met de ontwikkeling van nieuwe technieken op steeds grotere afstanden afleesbaar zal zijn. En ik krijg nu al de kriebels als ik door een detectiepoortje moet… De staat breidt zijn verzamelwoede almaar uit. Hij verlangt steeds vaker toegang tot databestanden die voor andere doelen dan de terrorismebestrijding zijn aangelegd. Kijk alleen maar naar de gretigheid waarmee hij zich de gegevens over het telecommunicatieverkeer probeert toe te eigenen. Jarenlang hebben Europese en nationale overheden er met beschermers van de privacy over geruzied hoe lang telefoonbedrijven en internetproviders communicatiegegevens moeten bewaren ten behoeve van de verschillende politiediensten. Duitsland koos na een uitvoerig publiek debat voor een maximale bewaartermijn van een half jaar en strenge regels voor de toegang van de politiediensten. In Nederland is zonder publiek debat de door de regering voorgestelde termijn van achttien maanden door enkele liberale volksvertegenwoordigers met de nodige moeite teruggebracht tot twaalf maanden. Die bewaarplicht voor telecommunicatie betreft alleen gegevens over tijdstip, afzender en ontvanger van de berichten. De inhoud blijft onberoerd. Maar de nieuwsgierigheid van de staat is onverzadigbaar. Daarom werkt hij er hard aan om ook toegang tot die inhoud te krijgen. Telecommunicatiebedrijven zijn verplicht aftapmogelijkheden in hun systemen in te bouwen. Van die aftapkanalen maken de organen van de overheid blijkens cijfers steeds vaker gebruik. In de laatste tien jaar is het aantal keren dat rechters in Duitsland toestemming gaven om telefoon- of internetverkeer af te tappen met bijna duizend procent gestegen. Met argumenten als de bestrijding van terrorisme, georganiseerde criminaliteit en kinderpornografie, maar ook op grond van zoiets vaags als ‘suïcidegevaar’, verschaften politiediensten zich toegang tot de inhoud van talloze gesprekken en berichten. IN DE WERELD van de informatiesystemen zijn behalve de staat nog tal van anderen actief. Die trekken zich over het algemeen nog minder van de grondrechten van mijn dubbelganger aan dan de staat. Dat plaatst de staat voor een lastig dilemma. Aan de ene kant wil hij niets liever dan zelf zo veel mogelijk van de overal opgeslagen gegevens gebruikmaken. Aan de andere kant verplicht de grondwet hem iedere aantasting van de waarde van het individu door anderen te verhinderen. Neem de videobewaking. De staat heeft er belang bij om de talloze videobeelden die in winkelcentra, parkeergarages, bankgebouwen of waar dan ook worden opgenomen, te kunnen gebruiken als bewijsmateriaal bij delicten. Tegelijk moet hij ervoor zorgen dat de eigenaars van die bewakingssystemen er geen misbruik van maken. Die dubbelrol leidt tot verlamming. Toen bleek dat de Duitse discountketen Lidl video-opnamen gebruikte om het eigen personeel te bespioneren, was de publieke verontwaardiging groot, stonden de privacybewakers op hun achterste benen, nam het bedrijf de boetehouding aan, maar weigerde de staat over scherpere regels voor de bescherming van de werknemersprivacy na te denken. En dat terwijl al snel bleek dat het Lidl-schandaal slechts het topje van een ijsberg was. Handelaren in bewakingssoftware, advocaten gespecialiseerd in arbeidsrecht en verenigingen van detectives gaven aan dat het bespioneren van personeel in Duitsland eerder regel dan uitzondering is. Ook als het om de illegale handel met persoonsgegevens gaat, zeg maar: de mensenhandel met dubbelgangers, treedt de overheid nonchalant op. In augustus vorig jaar dook in Duitsland een cd op met zeventienduizend namen, adressen en bankrekeningnummers. Een medewerker van een callcenter had ze stiekem op zijn werk gekopieerd. De gegevens werden gebruikt om mensen over de telefoon loten aan te smeren. Toonden de mensen ook maar vage belangstelling, dan werd prompt een bedrag van hun rekening afgeschreven. Privacybeschermers sloegen groot alarm. In een mum van tijd legden hackers, journalisten en databeschermers hele netwerken van illegale handel in persoonsgegevens bloot. Ze bestookten de overheid met voorstellen om het misbruik in te dammen. De reactie van de verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken: ‘Ik raad de burgers aan hun bankafschriften regelmatig te controleren.’ Hoe opportunistisch de staat in dit soort kwesties opereert, was kort tevoren gebleken toen de Duitse geheime dienst van een dubieuze tussenpersoon voor 4,2 miljoen euro een gestolen cd kocht met gegevens over zo’n duizend belastingontduikers. De kans om enkele honderden miljoenen euro achtergehouden belastinggelden op te strijken, maakte de staat blind voor de illegale herkomst van de informatie. Met die actie legitimeerde de staat een hele branche van maffiose ondernemers die dubbelgangers gijzelen en afpersen teneinde aan de banktegoeden van reële burgers te komen. Dat is een branche waarin volgens schattingen wereldwijd inmiddels honderden miljarden euro omgaan. Een speciale verantwoordelijkheid heeft de staat wanneer het om mijn dubbelganger als drager van medische gegevens gaat. In veel landen lopen projecten om medische dossiers van burgers samen te stellen en op te slaan. Daarbij gaat het om gevoelige informatie, die thuishoort in de veilige sfeer van de spreekkamer, afgeschermd door beroepsgeheim en persoonlijkheidsrechten. Zijn mijn gegevens eenmaal gedigitaliseerd en samengevoegd tot een elektronisch dossier, dan heb ik een anatomische dubbelganger. Voor artsen en medische diensten is het handig wanneer ze die via een centrale kunnen raadplegen. Maar er zijn ook andere geïnteresseerden die graag met mijn dubbelganger kennis zouden willen maken: verzekeringsmaatschappijen, farmaceutische bedrijven en soms ook de organen van de staat. Terecht maken privacybeschermers, burgeractivisten en politici zich extra zorgen over de veiligheid van mijn anatomische dubbelganger. Het ziet ernaar uit dat het elektronisch patiëntendossier zoals men dat momenteel in Nederland ontwikkelt die veiligheid niet kan bieden. In Duitsland heeft men de normen hoger gesteld en ontwikkelt men een systeem waarin mijn dubbelganger alleen te raadplegen valt wanneer ik zelf met een unieke sleutel de deur naar hem openzet. Bovendien bevindt mijn dubbelganger zich niet op één centrale plek maar is hij verdeeld over verscheidene servers, wat bescherming biedt tegen digitale dieven. Het is een systeem dat zelfs alarmistische privacyactivisten tot bewondering dwingt. Zo’n unieke sleutel zou ik ook wel willen hebben voor mijn consumptieve dubbelganger. Die loopt nog steeds volkomen onbeschermd rond in het digitale consumptieparadijs. Nu is dat in mijn geval een sober type. Ik houd hem zo kort mogelijk. Lekker shoppen is er voor hem niet bij. Er zijn maar een paar dingen die ik hem laat kopen, en dan alleen bij vertrouwde adressen. Klantennummers verzamel ik zo spaarzaam mogelijk, die geven mijn dubbelganger te veel profiel. Speciale voorzichtigheid neem ik in acht bij Google. Die internetaanbieder beschikt inmiddels over een van ’s werelds grootste databanken, waar internationale geheime diensten likkebaardend naar staan te kijken. Ik gebruik alleen de zoekmachine van Google, van Google-diensten waarvoor ik me moet registreren, blijf ik af. De staat laat met enig recht mijn consumptieve dubbelganger ongemoeid. Hij belaagt hem niet en hij beschermt hem niet. Die dubbelganger moet zichzelf maar zien te redden op de vrije markt van consumptiegoederen. Wie met zijn koopgedrag te koop wil lopen, moet het zelf weten. Bovendien is wat die dubbelganger weet niet echt interessant voor de staat. De enige markt die dat wél is, is de financiële. Daar worden door banken en instituten die kredieten registreren enorme hoeveelheden gegevens verzameld. In de strijd tegen het terrorisme zoekt de staat naar steeds meer mogelijkheden om toegang tot die financiële databanken te krijgen. Het internationale betalingsverkeer ligt al goeddeels open voor de inlichtingendiensten, de druk op het nationale betalingsverkeer neemt toe. DE STAAT lijkt er steeds weer vanuit te gaan dat in de elektronische ruimte waarin zijn inlichtingendiensten opereren de grondwet niet van kracht is. Hij creëert bewust een tweede, virtuele samenleving waarin de waarde van mijn dubbelganger als individu niet meer telt. Zo’n samenleving heet in politieke termen een dictatuur. Zoals de Stasi vroeger in de DDR in het geheim informatie over reële burgers verzamelde, zo verzamelen de organen van de huidige Bondsrepubliek ongevraagd, ongemerkt en ongebreideld gegevens over de dubbelgangers van haar burgers. Die dictatuur mag dan virtueel zijn, niet uit fysieke personen bestaan maar uit informatieknooppunten, zolang de rechters burgers en hun dubbelgangers dezelfde waarde toekennen, is die dictatuur reëler dan de staat lief zou mogen zijn. Wat de digitale samenleving vooral tot dictatuur maakt is dat burgers nauwelijks inzicht hebben in de verzamelpraktijken van de staat, laat staan dat ze er invloed op kunnen uitoefenen. Zelfs de officiële beschermers van de privacy – en dat zijn er in Duitsland nogal wat, zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten – tasten iedere keer weer in het duister over de gegevens die de staatsorganen zoal verzamelen. Ze komen telkens weer voor verrassingen te staan, lopen voortdurend achter de feiten aan, maar trekken gelukkig vaak stevig aan de bel en dwingen politici en rechters tot ingrijpen. Zo moest begin vorig jaar een aantal deelstaten het willekeurig scannen van autokentekens stoppen nadat privacybeschermers het constitutionele hof hadden ingeschakeld. De inzet van verborgen videoscanners langs de weg maakte inbreuk op de bewegingsvrijheid van onverdachte burgers. Dat mijn dubbelganger in een dictatuur leeft, betekent nog niet dat dat ook voor mij geldt. Op de schaal van rechtsstaat via veiligheidsstaat, bewakingsstaat, preventiestaat en politiestaat naar totalitaire staat bevind ik mij als reële burger nog ergens tussen veiligheids- en bewakingsstaat in. Er is al veel op mijn grondrechten beknibbeld ten behoeve van mijn veiligheid en ik moet met de gedachte leven dat de staat mij via mijn digitale dubbelganger tamelijk scherp in het oog heeft. Maar het is nog niet zo dat de staat op grond van zijn kennis over mij, mij allerlei beperkingen oplegt, zoals in een preventiestaat, of mij regelrecht onder toezicht plaatst, zoals in een politiestaat. Zodra de staat de grens naar de preventiestaat overschrijdt, vindt er een essentiële omslag plaats. Vanaf dat moment neemt de staat niet langer mij tot uitgangspunt van zijn handelen, maar mijn dubbelganger. Voor alles wat hij over mijn dubbelganger weet, maakt hij mij verantwoordelijk en laat hij mij de consequenties dragen. Dat leidt tot zulke nachtmerrieachtige situaties als waarin de Braziliaanse elektricien Jean Charles de Menezes terechtkwam. De Britse geheime dienst had zijn digitale dubbelganger in de categorie terroristen ingedeeld. Daarop besloot de politie de reële burger Menezes op een Londens metrostation aan te houden. De totaal verraste Braziliaan reageerde paniekerig, waarop de politie hem met vijf kogels velde. Bij nader onderzoek was van een terroristische connectie geen spoor te bekennen. De dubbelganger die mijn leven overneemt – dat is de situatie waar ik bang voor ben. Zeker als ik er Dostojevski’s angstaanjagende klassieker De dubbelganger nog eens op nalees. De brave ambtenaar Jakov Petrovitsj Goljadkin stuit in een gure nacht op een man die precies op hem lijkt, dezelfde naam en dezelfde levensgeschiedenis heeft en ook hetzelfde werk doet op hetzelfde departement. Als hij over zijn eerste verbazing heen is, probeert hij er maar het beste van te maken en vriendschap met hem te sluiten. Tot hij merkt dat zijn dubbelganger stelselmatig zijn leven ondermijnt. Door toedoen van zijn evenbeeld keert iedereen zich tegen hem, komt hij van de ene compromitterende situatie in de andere terecht en verliest hij elk houvast in het bestaan. Het eindigt ermee dat men hem naar een gesticht afvoert, terwijl zijn dubbelganger triomferend rond de koets danst. Maar zo ver is het nog niet. Ik voel mij door mijn dubbelganger nog niet tot wanhoop gedreven. Bovendien woon ik in Duitsland. Niet dat de situatie daar zo veel beter is dan elders, dat de staat daar minder nieuwsgierig is naar mijn doen en laten en minder geneigd is mijn vrijheid aan te tasten ten behoeve van mijn veiligheid. Maar de juridische situatie is er helderder dan in bijvoorbeeld Nederland. Duitse burgers staat te allen tijde de rechtsgang naar Karlsruhe open wanneer ze menen dat de staat hun grondrecht op informationele zelfbeschikking aantast. En het constitutionele hof heeft zich in het verleden vaak genoeg als een democratische rots in de branding van overijverige wetgevers betoond. Daarnaast vind ik het geruststellend dat, mede door dat levendige juridische gesteggel, de Duitsers het debat over de gevaren van de informatiemaatschappij buitengewoon openlijk voeren. Onder de door de staat aangestelde privacybeschermers (Datenschutzbeauftragte) zitten enkele notoire kuitenbijters die het publieke debat flink opstoken. Er zijn veel goed geïnformeerde journalisten, die alert reageren op elk nieuw initiatief van de staat. Er is een actieve hackersbeweging die technische knowhow paart aan politieke gedrevenheid. Kunstenaars stellen in hun werk het thema op provocerende wijze aan de orde. En met name jonge schrijvers geven blijk van een bemoedigend engagement met de zaak. Kom daar in Nederland maar eens om! In Nederland overheerst de onverschilligheid. Het motto luidt: wie niets te verbergen heeft, hoeft nergens bang voor te zijn. Maar ik heb wel degelijk iets te verbergen! Weliswaar niet iets waar de staat zich druk over zou moeten maken, maar iets veel wezenlijkers. Dat is mijn privacy, mijn domein waar ik kan denken en doen wat ik wil zonder dat iemand mij daarbij gadeslaat, zonder dat het oog van de staat of van de openbaarheid op mij rust. Het gaat hier om een absoluut mensenrecht, dat zonder extra premissen volgt uit de eerste zin van de Duitse grondwet: ‘De waarde van de mens is onaantastbaar’. En dat recht geldt zoals gezegd ook voor mijn elektronische dubbelganger. Ik heb niet de minste behoefte aan een dubbelganger die in de etalage van het world wide web voor wie maar wil te kijk en te koop staat. Ik behoor niet tot degenen die hun gevoel voor eigenwaarde ontlenen aan de belangstelling die hun dubbelganger op het internet (bijvoorbeeld in een van de vele digitale vriendenclubs) ten deel valt. Als ik naar mijn dubbelganger kijk zoals die te voorschijn komt wanneer ik mijn naam op Google intik, dan kan ik daar alleen maar met bevreemding naar kijken. Wat ik voor me zie is een uit willekeurige facetten opgebouwd portret. Alsof je naar een picassoëske beeltenis kijkt waarvan de oren niet bij de kaken passen, de neus niet bij de mond, de ene arm te lang is, de andere te kort en de benen er onnatuurlijk bij bungelen. Daarom wil ik dat ik en niemand anders de zeggenschap over mijn dubbelganger heeft. Dat niemand zonder mij te raadplegen conclusies aan mijn dubbelganger verbindt die mij persoonlijk raken. Ik heb een nachtmerrie. In Berlijn zat niet zo lang geleden een bekende stadssocioloog drie maanden in voorarrest. Zijn misdrijf was dat er teksten van hem op internet rouleerden over de ‘gentrificering’ (wij zouden zeggen: ‘yuppificering’) van een voormalige bohémienwijk. Diezelfde term dook ook op in pamfletten van militante groepen die in die wijk dure auto’s in brand staken. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurt wanneer straks in Berlijn militante privacyactivisten aanslagen plegen op het gloednieuwe complex van de Duitse inlichtingendienst onder het motto: ‘Blijf van mijn digitale dubbelganger af!’ En dat de geheime dienst dan dit artikel van mij op internet tegenkomt.

Bron: ANTOINE VERBIJ / De Groene Amsterdammer

jan
08
2009
0

Een addertje onder het gras

INVOERING ELEKTRONISCH KINDDOSSIER

Het veelbesproken Elektronisch kinddossier gaat met ingang van het nieuwe jaar uitgerold worden, zoals dat in het jargon heet. Gewoon ter vervanging van de papieren dossiers van de jeugdartsen?

Als je aan een complete buitenstaander zou vertellen dat de Nederlandse consultatiebureau- en schoolartsen anno 2008 de dossiers over de kinderen die ze dagelijks zien graag digitaal willen vastleggen en niet langer met pen en papier, zal deze daar niet vreemd van opkijken. Wie werkt er tenslotte nog met papier! Ook zal die buitenstaander het niet vreemd vinden dat in een digitaal dossier dezelfde vragen aan bod kunnen komen als in het papieren dossier, vragen die in de loop van decennia zijn ontwikkeld en de arts helpen als het vermoeden rijst dat een kind niet goed groeit, achterblijft in zijn motorische ontwikkeling of begrippen als later en vroeger niet blijkt te snappen op de leeftijd die daarvoor staat. Tóch wekte het VVD-Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming vorige week veel media-aandacht, toen ze in haar verzet tegen het zogenoemde Elektronisch kinddossier begon over de vragen die schoolartsen stellen over het schaamhaar van pubers en – om nog meer tumult te genereren – tijdens een overleg met de minister voor Jeugd en Gezin, André Rouvoet, vroeg hoe de kleine André het gevonden zou hebben als er naar zijn schaamhaar zou worden gevraagd.

Zoiets intiems als schaamhaar doet het ook in deze tijd nog goed, zeker als een christelijke minister er tijdens een debat figuurlijk gesproken mee wordt geconfronteerd, of beter gezegd: bewust mee in verlegenheid wordt gebracht. De media-aandacht was dus gemakkelijk gescoord. Maar hoewel minister Rouvoet hier en daar in een column of cartoon op de hak werd genomen, overheerste uiteindelijk bij velen de hierboven beschreven blik van de buitenstaander: digitaliseren is heel gewoon en die vragen bestaan al jaren. Het klopt immers dat ene J.M. Tanner al in 1962 schreef hoe je onder meer aan het schaamhaar van pubers kunt zien of hun groeicurve normaal is. Schoolartsen werken al decennialang met de groeistadia van Tanner, zoals Rouvoet de Tweede Kamer uitlegde.
Uiteindelijk had Dezentjé Hamming met haar schaamhaar dus geen succes. Integendeel. Met haar actie heeft ze de voorstanders van het Elektronisch kinddossier de ruimte geboden te benadrukken hoe vanzelfsprekend het is digitaal te gaan opslaan wat nu op papier wordt vastgelegd. De professionals in het veld willen het zelf, sprak Rouvoet de meest geliefde, hedendaagse mantra die beoogt alle bezwaren van derden, inclusief politici, in de kiem te smoren.
Dezentjé Hamming had er met haar actie op willen wijzen dat gegevens over schaamhaar weinig zeggen over het risico dat een kind loopt om thuis mishandeld of seksueel misbruikt te worden. Is het Elektronisch kinddossier dan bedoeld om kinderen die dat risico lopen snel boven water te halen? Mogen daar behalve de arts van het consultatiebureau en de schoolarts dan ook andere hulpverleners, zoals van de jeugdzorg of van de politie, in kunnen kijken?

Alle opwinding van vorige week is terug te voeren op de voorgeschiedenis van het Elektronisch kinddossier. Dat verscheen op de Haagse agenda in de tijd dat Nederland schrok van verhalen over kinderen die door hun eigen ouders of verzorgers waren gedood, terwijl ze door tal van hulpverleners waren omringd zonder dat die hulpverleners dat van elkaar wisten. De eerste vergadering waarin volgens het parlementaire archief het Elektronisch kinddossier opduikt, was in januari 2005.
Vooral het CDA liet er in de begintijd geen misverstand over bestaan waarvoor het digitale kinddossier moest dienen. Om het langs elkaar heen werken van hulpverleningsinstanties in de toekomst te voorkomen vroeg het CDA-Kamerlid Coskun Çörüz toen aan zijn partijgenoot, verantwoordelijk staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp: ‘Waarom wordt er niet één systeem ontwikkeld waarbij instellingen met één druk op de knop het hele dossier voor zich zien?’ Voor alle duidelijkheid. Wat het CDA toen wilde, kan niet anders worden uitgelegd dan dat de medische gegevens van een niet goed groeiende puber inderdaad ook te lezen zouden zijn door de politieagent die deze jongen betrapt bij een winkeldiefstal.
Hoe het dan zat met de privacy van die jongen? Daar had het CDA geen boodschap aan. Datzelfde Kamerlid Çörüz zei eind augustus 2006 tijdens een Kamerdebat dat voor hem het kind boven de privacybescherming gaat. Met op ieders netvlies Savannah, het Maasmeisje en andere trieste voorbeelden werd de privacy aan de kant geschoven. Wie in die tijd daarop kritiek had, kreeg het verwijt kindermishandeling niet belangrijk te vinden.
Het CDA stond hierin niet alleen. Pikant detail voor Dezentjé Hamming is dat haar toenmalige partijgenoot Fadime Örgü in diezelfde vergadering óók zei dat bij de afweging privacy of bescherming van het kind ‘altijd het belang van het kind de doorslag moet geven’. Maar ja, toen was de VVD nog regeringspartij en coalitiegenoot van het CDA. Privacy-bescherming is bij de liberalen pas later op de agenda gekomen.
Ook de PVDA was een groot voorstander van het één-druk-op-de-knopdossier. In oktober 2007 vroeg Samira Bouchibti namens de PVDA-fractie aan minister Rouvoet, in het nieuwe kabinet verantwoordelijk voor het digitale kinddossier: ‘Waarom mogen medewerkers van Bureau Jeugdzorg, schoolmaatschappelijk werk en de geestelijke gezondheidszorg niet het Elektronisch kinddossier raadplegen? Hoe kun je samenwerken als je niet in elkaars keuken mag kijken?’ Zij kreeg daarbij steun van GroenLinks, want ook Tofik Dibi zei in datzelfde overleg dat het dossier niet beperkt mag blijven tot de consultatiebureaus en de schoolarts.
Toch is dat wat er nu wél met het Elektro-nisch kinddossier gaat gebeuren: het dossier is een medisch dossier en daarom geldt het medisch beroepsgeheim; andere hulpverleners mogen er niet met één druk op de knop bij kunnen. Minister Rouvoet liet dit de Kamer dit najaar weten, nadat hij – op verzoek van de Kamer – een onderzoek had laten verrichten naar de haalbaarheid van een breder toegankelijk dossier. Na eerdere kritiek van het College Bescherming Persoonsgegevens was al besloten niet één centrale opslag van alle kinddossiers te maken, maar dit per regio te doen.
Dus toen Dezentjé Hamming vorige week over de schaamhaarpolitie begon, konden de vertegenwoordigers van de regeringspartijen CDA, PVDA en ChristenUnie gemakkelijk tegen haar zeggen dat het slechts gaat om het digitaliseren van papieren dossiers en haar het verwijt maken dat ze spookbeelden oproept. Ook van oppositiepartij SP kreeg Dezentjé Hamming een veeg uit de pan: ze zou angstbeelden zaaien.
Het was ineens alsof juist deze fracties het recht op privacy in al die jaren dat er over het digitale kinddossier wordt gepraat hoog in het vaandel hadden gehouden. Voor het gemak werd even vergeten dat de meeste daarvan de toegang tot het Elektronisch kinddossier wel degelijk graag anders hadden gezien.

Is die bredere toegang nu dan van de baan? Dat is het addertje onder het gras van het geheel. Dat streven is niet van de baan. Het lijkt er eerder op dat het digitale kinddossier is ontdaan van het beoogde doel, een één-druk-op-de-knopdossier zijn, om het nu – met jaren vertraging – in ieder geval ingevoerd te krijgen; zonder al te veel onrust over privacy en de bescherming daarvan. Politiek heel slim, want dan is de eerste stap maar vast gezet.
Maar wat de meerderheid van de Kamer nog steeds wil, is een snellere en eenvoudigere informatie-uitwisseling tussen hulpverleners om daarmee nieuwe Savannahs of Maas-meisjes te voorkomen. Liet het PVDA-Kamerlid Bouchibti zich vorige week niet ontvallen dat ze derden binnen een jaar alsnog toegang tot het Elektronisch kinddossier wil geven? De minister gaf als antwoord: nu nog niet. Ook hij sloot het nadrukkelijk niet voor altijd uit. Al beloofde hij wel dat er dan speciale wetgeving nodig is.
Bron: AUKJE VAN ROESSEL / De Groene Amsterdammer

sep
19
2008
1

Volksopstand tegen de privacyschendingen

Europarlementariër in ‘t Veld (D66) sprak dinsdag tijdens Safer Internet Day de volgende woorden:

security-fence-klLangzamerhand is het tijd dat we met driehonderdduizend mensen op de dam gaan demonstreren en de overheid om opheldering gaan vragen

Een volksopstand is waar ze om vraagt. Maar die komt er voorlopig niet. Waarom niet? Omdat, met uitzondering van een kleine groep, de mensen niet zien wat er gaande is.

Vandaar dat ik een poging doe de meest relevante zaken over de steeds verder gaande aantasting van de privacy door de overheid op een rijtje te zetten.

Veel mensen hebben niet in de gaten wat er gaande is doordat de maatregelen in stukjes komen. Iedere losse maatregel leidt niet tot veel discussie. Maar als je ze samen beschouwt, ziet het er heel anders uit.

Hier de meest relevante ontwikkelingen van de laatste tien jaar samengevat:

  • Telecommunicatiewet, wet BOB (Bijzondere opsporingsbevoegdheden) en wet opsporing en vervolging terroristische misdrijven; Op verzoek moet ieder telefoongesprek (vast danwel mobiel) afgeluisterd kunnen worden. In 2008 werden zo 26.000 telefoontaps gedaan (exclusief de geheime van AIVD etc)
  • Wet op de Legitimatieplicht; Iedereen moet in de openbare ruimte een kunnen laten zien wie hij/zij is. Lees ook over de “evaluatie”. (update: 7 juli 2009)
  • Preventief fouilleren; Indien de politie daar aanleiding toe ziet, kan men in aangewezen gebieden iedereen fouilleren.
  • Elektronisch Kind Dossier (EKD) en Verwijzingsindex; Met ingang van dit jaar moet van alle kinderen vanaf hun geboorte een EKD bijgehouden worden met daarin oa 900 vragen over de het kind, de ouders (gelovig of niet, vroeger mishandeld….) en de omgeving (slechte buurt, water dicht bij huis….). Meerdere instanties hebben toegang tot het dossier. Het blijft actief tot het kind 19 wordt en moet nog tot 15 jaar na het laatste incident bewaard worden (dus maximaal tot iemand 34 wordt)
  • Wet Vorderen gegevens; Geeft opsporingsinstanties meer bevoegdheden om gegevens bij verschillende organisaties opvragen. Zo kunnen bijvoorbeeld de uitleengegevens bij een bibliotheek ingezien worden
  • Swift; Nederland staat toe dat Amerika gegevens over internationale betalingen vanuit NL kan inzien
  • Bankgegevens; Nederland staat toe dat Amerika bij buitenlandse vestigingen van Nederlandse banken kan afdwingen de rekeninggegevens van Nederlanders in te zien
  • Vliegtuigpassagiersgegevens (PNR agreement); Europa (en dus NL) heeft ingestemd dat de VS allerlei gegevens over de passagiers krijgen voor vertrek, inclusief geloofsovertuiging indien bekend.

    De Wet Bescherming Personen wordt hiervoor aangepast (voorstel), waardoor het voor andere landen ook mogelijk wordt. (Update 2008-10-21)

  • Wijziging wet op de Telecom; Geeft de ministers de mogelijkheid om mobiele gesprekken af te luisteren en/of te lokaliseren, zonder gerechtelijk bevel en zonder medeweten van de telecomproviders.
  • Europese dataretentiewet; Alle verkeergegevens van mobiele gesprekken, alle positiebepalingen van mobiele telefoons en alle internethandelingen (mail, surfen…) moeten minimaal een half jaar worden bewaard en opgevraagd worden
  • Uitbreiding wet invordering; Alle bovengenoemde verkeersgegevens in Nederland tenminste 12 maanden bewaren (Update: wet doorgevoerd 2008-05-22). (Update 4-9-09: Wet door Eerste Kamer goedgekeurd. Ze hebben wel verzocht om een aanpassing van de wet waardoor voor het internetverkeer een termijn van 6 maanden gaat gelden. Daarvoor is een aanpassing van de wet nodig die eerst weer langs de Tweede Kamer moet. Kabinet heeft inmiddels voorstel gemaakt)
  • Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen en BSN; Alle bestanden van uitvoeringsorganisaties moeten op persoon (nu middels Burger Service Nummer) gekoppeld worden. Hier een alfabetische lijst van alle instanties die het BSN moeten gebruiken (update: 15-06-2009)
  • Samengevoegde Wet ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening; Alle grote financiële transacties (€15.000) dienen gemeld te worden. En iedereen moet zich, met terugwerkende kracht, kunnen identificeren bij het openen of hebben van bankrekening of andere financiële diensten (update mei 2008, samenvoegen wetten)
  • Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten; De AIVD mag alle gegevensbestanden binnen overheid en bedrijfsleven opvragen en daarop datamining (patronen zoeken) toepassen
  • Videobewaking; In vrijwel alle gemeenten en in metro’s, bussen, treinen, winkels, winkelcentra, ziekenhuizen, sporthallen, etc… wordt er 24 uur per dag met videocamera’s alles geregistreerd wat plaats vindt
  • Elektronisch Medicatie Dossier: Alle gegevens over gebruikte medicijnen worden per persoon vastgelegd
  • Elektronisch Patiënt Dossier: Alle medische gegevens van een persoon komen in één elektronisch dossier te zitten (wet aangenomen, invoerdatum onduidelijk) (update: 19-02-2009)
  • Verplichte registratie van psychiatrische aandoening bij facturatie door psychiater. Wat u mankeert, kan door de overheid ten alle tijden opgevraagd worden middels de andere maatregelen (Nieuw: 16-04-2009)
  • OV chipkaart; Op naam staand vervoersbewijs dat in de komende jaren voor alle openbaar vervoer met gelden en waarmee alle vervoersbewegingen vastgelegd kunnen worden en dan vervolgens zeven jaar opgeslagen blijven (update 31 augustus 2009). Update 7-7-09: Zie ook voorgenomen koppeling BSN studenten en hun OV chipkaart.
  • Nationale Sigint Organisatie
  • Paspoort met biometrische gegevens; Nieuwe paspoorten worden voorzien van een chip met biometrische gegevens. Deze gegevens komen vanaf 2009 ook in databases en kunnen voor andere doeleinden gebruikt worden. Tevens vanaf eind september 2009 verplicht om ook twee vingerafdrukken op de chip op te slaan. Wet aangenomen op 9 juni 2009 (Update 10-06-2009)
  • Opslaan van DNA van familieleden van verdachten. Voorstel voor wet? Justitie wil breder gebruik (Update 22 juli 2009)
  • Uitwisseling van DNA met andere landen in het kader van opsporen van criminelen. Verdrag van Prüm goedgekeurd in NL (Toegevoegd 22 juli 2009)
  • Registreren en drie dagen bewaren van alle kentekens op knooppunt bij Zwolle. Uitbreiding daar gevraagd. Rotterdam scant alle kentekens op 5 punten en bewaart gegevens 3 maanden. (Update 18 augustus 2009)
  • Inbreken door de politie op computers van verdachten om bewijs te verzamelen. (Toegevoegd 19 mei 2008)
  • Uitbreiding wet op identificatieplicht. Verplichting ID bij je te hebben en vingerafdrukken plus foto’s van iedereen die gearresteerd wordt bewaren in een database (ook als ze onschuldig blijken). Heet nu: “Wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen “. Goedkeuring door Eerste Kamer op 7 juli. (Update 7 juli 2009)
  • Voorgenomen overeenkomst tussen de VS en Europa om alle gegevens over creditcards, financiën en internetverkeer uit te wisselen (Toegevoegd 29 juni 2008)
  • Aanpassing energiewet waardoor alle huishoudens een zogenaamde slimme meter moeten installeren die in detail bijhoudt wat het verbruik is en waarvan de gegevens eindeloos lang opgeslagen kunnen worden. De verplichting is door de Eerste Kamer uit de wet gehaald. Maar er is geen grens gesteld aan de opslag van gegevens. Het is dus aan de oplettende burgers om op twee punten nee te zeggen (geen meter of geen opslag) (Update: 16 april 2009)
  • Aanpassing op de wet studiefinanciering waardoor de ov-chipkaart van studenten gekoppeld wordt aan hun Burger Service Nummer. In voorbereiding. (Nieuw: 2 juli 2009)
  • Het is de politie toegestaan om foto’s van mensen die zich verdacht gedragen voor beveiligingscamera’s van bijvoorbeeld winkels ongecensureerd te vertonen onder vermelding “overtreder/overvaller gezocht”. Ombudsman maakt protest (Toegevoegd 08-09-2009)

Iedere getroffen maatregel gaat steeds iets verder, ook al roept men bij iedere maatregel dat er een duidelijke grens getrokken wordt. Mooi voorbeeld is de verdediging van (toen nog) minister van Justitie Donner in de Eerste Kamer bij de Wet Opvraging (2005):

Als zij zich aan de wet houden, kan geen opsporingsinstantie deze gegevens daar opvragen. Dit wetsvoorstel maakt het zoeken op profielen in bestanden van anderen niet mogelijk.

Nog geen twee jaar later is middels de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dit wel mogelijk.

Een andere reden waarom mensen niet de straat op gaan, werd afgelopen zaterdag door kamerlid Teeven (VVD) als volgt uitgesproken:

…als je niets te verbergen hebt, heb je ook niets te vrezen.

Dat geeft aan hoezeer mensen niet begrijpen wat er mogelijk is en wat dat kan betekenen. In algemene zin zijn er al verschillende goede replieken op geschreven.

Maar een paar punten verdienen toch expliciete aandacht.

Men ziet zijn eigen gedrag vaak als “goed”. Maar vraag een willekeurig persoon of hij het acceptabel zou vinden als zijn buurman (toevallig ambtenaar op een van de dataministeries) in het elektronisch dossier ziet dat de persoon regelmatig seksvideo’s huurt, behoorlijk veel geld uitgeeft in de slijterij en ook nog eens een registratie heeft van mishandeling van een scheidsrechter, dan is het antwoord waarschijnlijk nee.

Verder is het ook nog zo dat het voor steeds meer functies of maatschappelijke rollen noodzakelijk is door een screening te gaan (denk ook aan wet BIBOB). En voor deze screening zal men het niet nalaten alle beschikbare gegevens te gebruiken. De persoon in kwestie zal nooit weten waarom hij/zij de baan niet gekregen heeft. Misschien mag u straks geen leraar meer zijn omdat uw laatste drie huizen steeds bij een kinderspeelplaats stonden, een bekend patroon van pedofielen.

En wat te denken van het risico dat uw kind uit huis geplaatst wordt omdat uit de dossiers blijkt dat u problemen in het verleden heeft gehad, er alcohol in het spel is en uw kind al twee keer in het ziekenhuis is geweest voor breuken als gevolg van het “vallen van de trap” (ja ja).

Mensen denken dus wel dat er niets aan de hand is, maar de praktijk toont aan dat misschien wel 1 op de 10 Nederlanders als verdacht te boek staat.

Naast dit alles, is er nog het probleem van de kwetsbaarheid van alle data opslag. Hoe goed je ook probeert gegevens te beschermen, procedures en maatregelen te nemen tegen misbruik, voorkomen kan je niet dat het in verkeerde handen valt. Recente gevallen in Engeland laten zien dat er niet zoveel voor nodig is om miljoenen gegevens kwijt te raken. Maar ook in Nederland zijn er voldoende voorbeelden van hoe gegevens op straat komen te liggen.

Het is inherent aan het systeem. Hoe meer je opslaat en hoe meer mensen er gebruik van moeten/kunnen maken, hoe groter de kans is dat er ergens iets mis gaat.

De kamer maakte zich recent druk om de matige afscherming van gegevens van Vecozo. Maar tegelijkertijd stemmen ze in met systemen die vele malen meer gegevens bevatten en door velen malen meer mensen geraadpleegd kunnen worden. De kamervragen voor 2010 kunnen alvast geschreven worden.

Bovenstaande gaat eigenlijk alleen nog maar uit van een goedwillende overheid. En hoe onwaarschijnlijk het ook is dat de overheid ooit kwaadwillend wordt (we zijn toch immers een democratie), het kan.

En dan ligt er een pijnlijke les uit het Nederlandse verleden. Een van de redenen waarom er in Nederland relatief veel Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht was omdat we een uitstekende registratie hadden.

Wat we nu neerzetten is een systeem dat vele malen meer gegevens bevat en vele malen beter toegankelijk is. Het is voor een kwaadwillende regering een fluitje van een cent straks om alle ongelovigen of alle alcoholisten op te zoeken en te laten verdwijnen. Dat is immers in het belang van het grote geheel dan.

In de grondwet staan niet voor niets de artikelen 10 tot en met 13:

Art. 10.

1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.

2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.

3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

Art. 11.

Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

Art. 12.

1. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.

2. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen.

3. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet.

Art. 13.

1. Het briefgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, op last van de rechter.

2. Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen.

Maar zo langzamerhand zijn er zoveel wettelijke uitzonderingen, dat de kracht van de oorspronkelijke artikelen is verdwenen. De uitzonderingen zijn tot regel verheven. De grondwet is een farce.

Nu is het nog te overzien en nu wordt er nog geen (zichtbaar) misbruik gemaakt van alle privacyschendingen. Daarom is dit ook het moment om wel aan te geven dat het te ver gaat. De discussie begint op gang te komen, maar moet nog veel breder getrokken worden.

Wat kan je doen?

  • Mail met Eerste Kamerleden, Tweede Kamerleden en politieke partijen. Ze zijn echt wel gevoelig als er veel signalen binnenkomen.
  • Praat er over met vrienden, kennissen, collega’s en familie. Op feestjes, in de kantine en tijdens het sporten. Stuur ze de link naar dit artikel. Zorg dat er een maatschappelijke discussie op gang komt. En als ze dan komen met het argument “als ik niets fout heb gedaan, heb ik toch niets te verbergen”, vraag ze dan of ze wel eens een kleine overtreding hebben begaan, of ze veel drinken, of ze foute boeken gelezen hebben. En of ze het dan bezwaarlijk zouden vinden geen baan te krijgen daardoor, of hun kind afgenomen zien worden.
  • Protesteer, demonstreer

Bron: Steeph

nov
20
2003
0

Ophef over cryptofoon overdreven

In de praktijk is crimineel Nederland al meer dan twee jaar in staat door middel van GSM met elkaar te bellen zonder dat justitie het signaal kan afluisteren. Dat zegt directeur Bert Boer van Alphium BV, een leverancier van data beveiligingsproducten.

cryptophoneAlphium levert al twee jaar een oplossing van Siemens waarmee van GSM naar GSM toestel en van een vast ISDN station naar een GSM toestel gebeld worden zonder dat derden het bericht kunnen afluisteren. Het bedrijf heeft nog niet zolang geleden een demonstratie gegeven aan Europol. ‘Ik begrijp al die media-aandacht niet,’ zegt Boer, die zelfs al eens offertes heeft gestuurd naar ambtenaren in Den Haag.

Deze week is er de nodige ophef ontstaan rond zogenoemde cryptofoons: mobiele telefoons die niet kunnen worden afgeluisterd omdat het telefoonverkeer versleuteld wordt. Vorige week toonde Fox-IT op een beurs in Utrecht al een Zweedse vinding en maandag lanceerde oud hacker en Xs4all oprichter Rop Gonggrijp de GSMK CryptoPhone 100, een handcomputer met encryptiesoftware die voor 1800 euro via internet kan worden besteld.

Hoewel de technologie is bedoeld voor bedrijven en overheidsdiensten, kan de cryptofoon ook door criminelen worden gebruikt voor onderling contract. Die krijgen met deze ‘onkraakbare’ telefoon vrij spel, zo zeggen beveiligingsexperts. CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma heeft minister Donner daarom schriftelijke vragen gesteld. De Nederlandse politie- en opsporingsdiensten leunen bij hun werkzaamheden namelijk zwaar op telefoontaps.

Voorlopig zal de overheid echter weinig kunnen doen. In Nederland is het gebruik van cryptografie volstrekt legaal en is iedereen vrij om zijn telecommunicatie of (e-mail) bestanden te versleutelen. Wel mag de politie iedereen dwingen om documenten te ontsleutelen, bijvoorbeeld tijdens een huiszoeking. Op weigering staat maximaal drie maanden gevangenisstraf, alleen geldt die verplichting weer niet voor verdachten. (lees verder…)

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl