aug
27
2007
1

Regering opent jacht op buitenparlementaire oppositie

Regering heeft de jacht geopend op de buitenparlementaire oppositie en noemt deze “extreemrechts”. De overheid middels het ministerie van Justitie en de gedienstige pers met de NRC voorop, zijn een campagne van ernstige verdachtmaking en onverdraagzaamheid gestart. Websites die niet stroken met de gangbare opinie van de gevestigde politieke kaste en samengeveegd worden onder de noemer ‘extreemrechts’, worden nader onderzocht onder het mom van zoeken naar haatzaaien en discriminatie want dat zou op die sites normaal zijn. Nu zijn dat wel zeer subjectieve, omstreden begrippen. Begrippen die tevens zo rekbaar zijn als elastiek bij het hanteren van een ruime interpretatie. Door het strafrecht op de verdachten los te laten komt de overheid dan op een gemakkelijke manier van zijn critici af die erdoor gemarginaliseerd en soms gecriminaliseerd kunnen worden.

Onder de noemer van extreemrechtse sites valt een breed scala van ‘verdachte’ personen en organisaties, zo kunnen we lezen bij de NRC in een artikel van Joep Dohmen met de titel: “Opkomst en ondergang van extreemrechtse sites“(*). Door ze te vatten onder de term ‘extreem’, worden ze al bij voorbaat gediskwalificeerd, terwijl het gros van de opgesomde websites waarschijnlijk nog nooit aan het doordrukken van de eigen ideeën middels grove intimidatie en geweld gedacht heeft of ermee te maken wil hebben. Ze erkennen meestal zondermeer het geweldsmonopolie van de staat. Het verwijt van het plaatsen van extreme uitspraken, haatzaaien en discrimineren wat op de sites gedaan zou worden, is – als die uitingen er al op voorkomen, wat meestal zeer aanvechtbaar zal zijn – een volstrekt loze redengeving om deze websites te belagen. Zulke uitingen komen overal voor, zelfs bij vooraanstaande personen. Denk aan de moord op Pim Fortuyn. Die moord was in niet geringe mate het gevolg van het bewust demoniseren door de gevestigde orde van Fortuyn, welk laakbare gedrag werd begaan door haar gezagsdragers zelf en oud-hoofdredacteur Folkert Jensma van ook toen al de NRC !

Na lezing van het verhaal over de websites, zullen de meeste bezoekers van deze sites en de beheerders zelf zich nauwelijks of helemaal niet herkennen in het voorgeschotelde beeld dat de journalist meent te moeten schetsen over (extreem)rechts. Sommigen vinden zich buitendien niet rechts. Alles lijkt op een offensief van overheidszijde en gezaghebbende pers om buitenparlementaire oppositie klein te houden en zo nodig de mond te snoeren.

Met de opkomst van internet als dagelijks communicatiemiddel, is het bereik van niet-gevestigde belangengroepen en ideële verenigingen en personen om ook aan hun visies ruchtbaarheid te geven buitengewoon veel groter en doeltreffender geworden. Dankzij het internet heeft er als het ware een democratisering plaats gevonden van het vrije woord. Men is voor het uitwisselingsverkeer van publieke boodschappen gelukkig niet meer volslagen afhankelijk van de goedwillendheid van een oligopolie van verslaggevers, opiniemakers en overheid.

Er kan filosofisch en ideologisch weerwerk gegeven worden op de ‘newspeak’ van gezagsdragers die maar al te graag sleutelen aan de betekenis van bestaande woorden of nieuwe woorden invoeren. Die semantische veranderingen dienen ertoe hun beleid te ondersteunen. Het beleid moet immers aan burgers uitgelegd en desnoods opgelegd worden. Denk aan het Europa-debat of aan de toetreding van Turkije tot de EU. Indoctrinatie wordt niet geschuwd, en evenmin vormen van repressie zoals smadelijk woordgebruik met het opplakken van termen als ‘extreemrechts’.

Geven we toe aan de wensen van de gevestigde politiek tot uitsluiting van haar onwelgevallige meningen in de publieke opinie ?

We zouden terugvallen in de journalistieke censuur die voorafgaand aan het internettijdperk zo gebruikelijk was. Opkomende politieke partijen werd toen de pas afgesneden om op onbevangen wijze mensen tegemoet te treden en in staat te stellen kennis te nemen van hun gedachtengoed. Minstens doemt verregaande zelfcensuur op om toch maar aan de wensen van het gezag te voldoen. Het ‘vrije woord’ dreigt alsdan weer ernstig gekneveld te worden. Bestrijding van radicalisering en polarisatie, eveneens een bekende politieke bezweringsformule tegen andersdenkenden, wil de politieke kaste vooral bereiken met een methode waarbij jongeren worden ‘geherprogrammeerd’ naar andere maatschappijopvattingen. Hiermee maakt ze zich schuldig aan anti-democratische methodes, waar met name de overheid verre van zou moeten blijven. Het kan maar al te gemakkelijk feitelijk ontaarden in bestrijding en criminalisering van burgers met opvattingen en gedachten die geenszins extreem zijn maar simpelweg de heersende elitaire kaste niet zinnen.

Het zou echt zonde zijn als de buitenparlementaire oppositie – niet zelden kwalitatief van hoog niveau – die de laatste jaren dankzij internet is kunnen ontstaan, onder druk van de overheid zou moeten inbinden. Velen geven met grote inzet, geestdrift en ijver vorm aan deze inmiddels rijkgeschakeerde oppositie. Ze geven een welkome aanvulling op de reguliere media. De meesten verdienen het allerminst om hinderlijk gevolgd te worden door politie/justitie en gestigmatiseerd rond te lopen, van overheidswege beplakt met vooroordelen (en soms een veroordeling).

Gelukkig wordt er dus tegenwoordig op internet van onderop via de verdachtgemaakte websites tegenwicht gegeven aan de politieke partijdigheid van de media en wordt het werk van regering en overheid niet meer klakkeloos gepikt. Men kan er in ieder geval z’n gemoed luchten over vaak reeds jaren achtereen ervaren maatschappelijk onrecht. Met hun nieuwsgaring, berichtgeving, meningvorming, artikelen over allerlei onderwerpen, toelichtingen en fora dragen deze websites bij tot een onafhankelijker kijk van de gemiddelde Nederlandse burger op beleid en gebeurtenissen in de wereld en eigen land. Daar zou het overheidsgezag zelfs blij mee kunnen zijn.

Mart Giesen, redacteur Heemland

apr
19
2007
0
jan
08
2007
1

De vage grens tussen verstoren en stalken

Overheidsstalking

De nctb coördineert een aanpak gericht op ‘verstoring’ van radicaliseringshaarden. Niet echt opvallend, maar na een paar keer doorklikken op de website van De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (www.nctb.nl) staat het er wel. “Radicaliseringshaarden zijn organisaties of locaties, waar bijvoorbeeld sprake is van een anti-westerse, anti-
integratieve opstelling en/of niet-transparante financiële situatie.
Soms biedt de strafrechtelijke weg onvoldoende soelaas. In dat geval wordt door de verschillende betrokken overheidsinstanties
gecoördineerd en gezamenlijk opgetreden. Doel is de radicaliseringsprocessen te beteugelen”.
Waar strafrecht ‘onvoldoende soelaas’ biedt zet de Nederlandse
overheid sinds enige tijd ‘verstoring ’ in. nova bestede
op 13 oktober 2005 een uitzending aan het nieuwe verschijnsel.
nova berichtte dat het om 8 mannen zou gaan die uit kringen van de Hofstadgroep kwamen. In Amsterdam, Schiedam en Amersfoort zou onder regie van de burgemeester
worden verstoord. Het verstoren houdt in dat de politie en de gemeente op alle mogelijke manieren de betrokkenen duidelijk maken dat ze in de gaten worden gehouden. Buurtregisseurs
en politie vielen bijvoorbeeld een vrijgelaten verdachte
in Schiedam dagelijks meerdere malen lastig. Volgen Tjibbe Joustra, Nationale Coördinator Terrorismebestrijding, wordt “voor persoonsgericht verstoren gekozen als het nodig wordt geacht een persoon zodanig in de gaten te houden dat het hem of zijn omgeving duidelijk wordt dat hij onderwerp is van enigerlei overheidsoptreden, zonodig met gebruikmaking
van andere wettelijke bevoegdheden, zodat de persoon feitelijk geen rol meer zal kunnen spelen in aan terrorisme gerelateerde
zaken. Een verdere ontwikkeling van een dergelijk persoon tot bruikbare partner in terroristische activiteiten wordt daarmee voorkomen.”
Voor dergelijke ferme maatregelen (wat is de grens tussen storen en stalken) een vage omschrijving. Dat merkte ook Jolanda
W. uit Amsterdam. Op 12 augustus 2005 werd zij van haar bed gelicht door een arrestatieteam van de Amsterdamse
politie. De politie was getipt dat er ergens in een pand in Amsterdam Noord aanslagen werden voorbereid. Het was vlak voor de start van Sail en volgen Jolanda W. had de politie
te weinig tijd en moeite genomen de tip te controleren. Er werden geen explosieven gevonden en Jolanda W. werd weer vrijgelaten.
Begin oktober merkte Jolanda W. dat ze hinderlijk werd gevolgd. Ze werd regelmatig opgebeld door een agent en dagelijks hield de politie haar huis in de gaten. “Vaak stappen ze uit de auto of bellen ze aan, het is buiten alle proporties, mijn kinderen zijn doodsbang, en ik kan zelf ook nauwelijks slapen,” aldus Jolanda W.
Volgens burgemeester Cohen was het verstoren noodzakelijk omdat Jolanda W. een bedreiging vormt voor de openbare orde. Er zouden cassettebandjes met zeer radicale teksten bij haar zijn gevonden en ze had contacten met iemand die contact
heeft gehad met de Hofstadgroep.
Volgens Jolanda W. was dit alles niet waar. “Het is toch te gek voor woorden dat ze me zo achtervolgen. De politie ziet me als potentiële terrorist, puur en alleen omdat ik een hoofddoek
draag,” zei Jolanda W. in het Parool. Volgens Jolanda kwam de informatie van haar man. “Er zijn zoveel nare dingen
gebeurd met mijn ex-man. Ik had in 2002 net een nieuwe woning gekregen hier in Noord en zag dit als een veilige plek. Maar mijn ex-man kwam steeds langs. Hij verspreidde allerlei
verhalen in de buurt. Ook zei hij dat ik moslimextremist ben. Ik heb toen de politie ingeschakeld. Gelukkig kreeg hij in 2004 een straatverbod en is hij nu terug in Marokko. Na het straatverbod werd het rustiger. De kinderen en ik begonnen
ons vrijer te voelen. Ons leven kwam weer op orde. “
Om de stalking door politie en gemeente te stoppen spande Jolanda een kort geding aan. De rechtbank bepaalde dat het verstoren onmiddellijk diende te stoppen. Haar contact met iemand die weer in contact zou staan met de Hofstadgroep bleek ging niet verder dan het feit dat haar kinderen een tijdje door de man naar school gebracht werden in zijn auto. Toen Jolanda een eigen auto kreeg bracht ze haar kinderen zelf naar school en verbrak elk contact met de man. De rechtbank bepaalde
ook dat het niet ter zake doet dat ze erg gelovig is. De streng islamitische geloofsovertuiging kan alleen een bijkomende
omstandigheid vormen en mag op zichzelf geen reden tot verstoring zijn,” aldus de rechtbank.
Belangrijk is de overweging van de rechter. “Aannemelijk is dat deze maatregelen bij de ‘verstoorde’ tot grote psychische druk leiden, mede omdat het voortdurende politieoptreden ook de buurt niet kan ontgaan,” aldus het vonnis. Zo’n inbreuk
is alleen gerechtvaardigd, stelt het Europees verdrag voor de rechten van de mens, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Het verstoren van W. moet onder meer ‘noodzakelijk’
zijn en de gronden waarop het gebeurt, moeten ‘relevant
en toereikend’ zijn.
Jolanda W. was erg blij met de uitspraak, die de rust in haar leven terugbracht. Ook toonde ze zich verheugd voor anderen
die eventueel hetzelfde overkomt. “Zij kunnen nu ook naar de rechter stappen. Om alleen op grond van je hoofddoek
een terrorist te worden genoemd, is heel erg. Ik hoop dat ze daar in de toekomst voorzichtiger mee omspringen.”

Bron: De uitzending van NOVA
http://www.novatv.nl/index.cfm?cfid=500299&cftoken=98896648&ln=nl&fuseaction=videoaudio.details&reportage_id=3791

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
jan
08
2007
0

Lonsdalejongeren

Door de grote aandacht voor radicale moslimjongeren zou je bijna gaan geloven dat er geen andere extremisten in Nederland meer rond lopen. Dat is natuurlijk niet waar. Een andere groep jongeren waar extreme politieke ideeën een groeiend probleem zijn, zijn de zogenaamde “Lonsdalejongeren”, waar extreemrechtse ideeën populair zijn.

Lonsdalejongeren zijn ook bekend onder de naam “Gabbers” en worden zo genoemd omdat zij zich sinds enkele jaren vaak in kleding van het merk “Lonsdale” steken. Lang niet alle Gabbers houden er extreemrechtse ideeën op na, maar omdat een deel van deze jongeren zich wel op die manier profileert, worden Lonsdalejongeren – dus onterecht – allemaal gezien als extreemrechts.
Wat is er dan wel aan de hand? Binnen de Gabber-jeugdstijl is een deel van deze jongeren de afgelopen jaren geradicaliseerd tot rechts-extremist. Om hoeveel jongeren het hier gaat is moeilijk te zeggen, maar er wordt vanuit gegaan dat het om enkele duizenden rechts-extremistische jongeren gaat. Deze jongeren hebben weliswaar extreemrechtse ideeën, maar verschillen onderling sterk. Er zitten geharde neonazi’s tussen, maar ook meelopers of jongeren die wel wat tegen buitenlanders
in het algemeen hebben, maar niet tegen de allochtone jongeren die ze zelf kennen. Het is een groep jongeren die moeilijk over één kam te scheren is.

Zijn deze rechtsradicale jongeren problematisch? Dat hangt ervan af hoe je er naar kijkt. Je zou verwachten dat deze rechtsradicale jongeren zich massaal aansluiten bij partijen of organisaties die dezelfde ideeën hebben als zijzelf. Dat gebeurt echter nauwelijks. De bestaande partijen sluiten onvoldoende aan bij de behoefte van deze jongeren en tegelijkertijd zijn de jonge, drugsgebruikende en vaak gewelddadige jongeren zelf een risico voor de partijen.
Waar het gevaar dan wel in zit is in het geweld waar deze jongeren bij betrokken zijn. Zij blijken betrokken bij veel ernstige geweldsincidenten (brandstichtingen, mishandelingen, vechtpartijen) met een racistisch of extreemrechts karakter. Het afgelopen jaar werden er bijvoorbeeld diverse moskeeën in brand gestoken, in twee gevallen brandbommen gegooid in woonhuizen van buitenlandse gezinnen en enkele zware mishandelingen toegepast.
Wat bij al dit geweld opvalt is dat deze jongeren bijzonder vaak betrokken zijn bij massale vechtpartijen met allochtone jongeren. Vaak worden deze extreemrechtse jongeren daarbij als dader gezien, terwijl het in werkelijkheid vaak een stuk ingewikkelder ligt. Dit soort vechtpartijen zijn vaak een gevolg van opgelopen spanningen, waar vaak allerlei eerdere incidenten en scheldpartijen van twee kanten aan vooraf gingen. Een voorbeeld: een schietpartij, waarbij een Lonsdalejongere drie Marokkaanse jongens neerschoot, bleek voorafgegaan door serieuze bedreigingen door de Marokkaanse jongens. Die bedreigingen kwamen echter weer voort uit een eerdere
mishandeling van een Marokkaanse jongen door andere Lonsdalejongeren.
Al met al dragen deze radicale jongeren zichtbaar bij aan politiek geweld en aan de toename van spanningen in Nederland. Dat wordt ook erkend door de overheid. In diverse rapporten over radicalisering worden de Lonsdalejongeren als een probleemgroep genoemd. Wanneer het echter tot landelijk beleid moet komen, blijken plannen alleen gericht op de radicale moslims.
Op lokaal en regionaal niveau is er weinig lijn te ontdekken in het optreden tegen Lonsdalejongeren. De ene gemeente neemt zeer vergaande maatregels na een relatief klein incident, terwijl op andere plaatsen nauwelijks wordt gereageerd op zeer ernstige incidenten. Gebrek aan kennis over de jongeren, gebrek aan communicatie tussen gemeentes met dezelfde ervaringen en gebrek aan overleg tussen bijvoorbeeld gemeente, politie, school en jongerenwerk staan een goede inschatting en oplossing vaak in de weg.

Bron: http://www.annefrank.org/upload/downloads/lonsdale_webeditie.pdf

Written by in: Landelijke politiek |
aug
08
2006
0

Polderspionnnen “De AIVD mag en doet alles om terrorisme te voorkomen”

ter·ro·ris·me (het ontwrichten van een samenleving door daden van terreur, met een politiek oogmerk)

Er is een aantal mensen op basis van informatie van de AIVD gearresteerd en zonder proces weer vrijgelaten. Twee mensen van wie gezegd werd dat ze een aanslag voorbereidde tijdens de vierdaagse van Nijmegen en een aantal mensen dat een video maakte in Den Haag van verdachte locaties.
In een aantal processen zijn verdachten
uiteindelijk vrijgesproken omdat er onvoldoende bewijs was volgens de rechtbank.

De bestrijding van terrorisme en radicalisering ligt voor het gro otste deel in handen van de Algemene Inlichtingen-en Veiligheidsdienst (aivd). Die dienst mag veel, zo niet alles om terrorisme te voorkomen, maar controle op de betrouwbaarheid van de informatie en de werkwijze is er bijna niet.
De aivd is een relatief kleine dienst. Van de duizend mensen (ter vergelijking: politiekorps Groningen heeft 1600 mensen en Amsterdam 5500 mensen) voert het gros ondersteunende taken uit en is slechts een klein deel echt ‘geheim agent’. Sinds 11 september is de aivd bijna wel volledig op Islamitisch terrorisme gericht.
De aivd probeert terrorisme te voorkomen. In feite probeert de aivd te voorspellen wat er zou kunnen gaan gebeuren. Dat is wezenlijk anders dan wat de politie doet. Die moet achteraf bewijzen dat iemand iets heeft gedaan. De aivd kan informatie aan de politie geven, die leidt tot een arrestatie, maar waarvan niet altijd overtuigend vast staat dat iemand een aanslag wil gaan plegen. Dat verschil in werkwijze levert ook problemen op. Zo zag de aivd Mohammed B. als een randfiguur
van de Hofstadgroep en volgens de politie was dezelfde Mohammed B. de spil van het netwerk.

Het Centrum Islamitisch Terrorisme (cit) is verreweg de grootste en belangrijkste dienst van de aivd. In de praktijk is die afdeling weer opgedeeld in allerlei teams. Een dergelijk team richt zich op een bepaalde groep waarvan men vermoedt dat ze de kant van terrorisme op gaat. Er wordt van alles ingezet om informatie over mensen van zo’n groep te verzamelen.
Er wordt veel afgeluisterd, er worden informanten geworven, infiltranten ingezet en, zo bleek ook uit de dossiers
van de Hofstadgroep, hele woningen worden geprepareerd
om verdachten zoveel mogelijk af te kunnen luisteren.
Alle informatie die de aivd binnenkrijgt moet natuurlijk geanalyseerd en geïnterpreteerd worden. Gekeken wordt wat bepaalde omstandigheden betekenen, wat een bepaalde combinatie van feiten kan inhouden en wat er bedoeld wordt in de gesprekken die afgeluisterd zijn. Tegenwoordig wordt al heel snel informatie van politie, immigratiedienst en anderen
verwerkt in de Contra-Terrorisme infobox ct-infobox. De ct-infobox is een samenwerkingsverband dat onder de aivd valt. Dit samenwerkingsverband bestaat uit – naast de aivd – de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (mivd), het Korps Landelijke Politiediensten (klpd), de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (ind) en het Openbaar Ministerie (om). Onderleiding van de aivd wordt daar besloten welke maatregelen tegen welke mensen genomen worden.
Inlichtingendiensten verzamelen niet alleen informatie, ze voeren ook operaties uit.
Een aantal verdachten van de Hofstadgroep en hun advocaten
suggereren dat ene Saleh B. infiltrant zou zijn van de aivd en granaten zou hebben verkocht aan Jason W. Deze Saleh B. is ook bij eerdere terrorismezaken betrokken maar is als enige de dans steeds ontsprongen. In hetzelfde Hofstadonderzoek
was door de Volkskrant al onthuld dat Jason W. en Ismael A. door een aivd-medewerker in een woning in den Haag waren gelokt. De woning was voorzien van afluisterapparatuur,
zodat de aivd alle gesprekken kon volgen.
In het verleden heeft de aivd ook al vergaande operaties uitgevoerd. In de periode dat de communisten staatsvijand nummer één waren werd van alles uit de kast getrokken om de partij te destabiliseren. Zo schreef de aivd nepbrieven aan leden waarin de suggestie van een oppositie binnen de partij werd gewekt, er werd een concurrerende partij opgericht en ook binnen Maoïstische splinterpartijen deed men hetzelfde. Een links-radicale groep uit de zeventiger jaren (Rode Jeugd) bleek achteraf voor het grootste deel uit infiltranten te bestaan.
De aivd krijgt met de bestrijding van terrorisme meer geld en meer mensen. De controle wordt ondertussen niet verbeterd.
Een kleine groep parlementariërs wordt in het geheim op de hoogte gehouden. Slechts het jaarverslag wordt openbaar besproken, maar daar staat niet veel bijzonders in.

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
aug
08
2006
0

Wie wat bewaart, heeft…

Wie wat bewaart, heeft…
10de gebod: “Ga na welke gegevens over gebruikers momenteel in het kader van de bedrijfsvoering
van de bibliotheek worden bewaard en hoe lang. Beperk het bewaren van gegevens tot hetgeen echt
nodig is voor de bedrijfsvoering en voor de dienstverlening. Zorg hierbij dat dit geschiedt in
overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (wpb).”

Het bovenstaande tiende gebod klinkt als een interne nota van een geheime organisatie, het is alsof de organisatie iets wil toedekken, verbergen. Het tiende gebod komt echter uit de publicatie ‘Aanwijzingen voor bibliothecarissen bij de omgang met Justitie inzake verzoeken om gegevens te verstrekken
over gebruikers van de bibliotheek.’
fobid, de Federatie van Organisaties in het Bibliotheek- Informatie-
en Documentatiewezen, heeft tien geboden opgesteld
voor bibliotheken hoe om te gaan met de informatie die zij van hun klanten krijgen en die zij onder bepaalde omstandigheden
moeten afstaan aan politie en justitie. De wet die dit bepaald heet de Wet Bevoegdheden Vorderen Gegevens en is in juli 2005 aangenomen. Deze wet maakt het mogelijk voor politie en justitie om zogenaamde ‘identificerende gegevens’ te vorderen van instellingen en bedrijven.
De informatie die de bibliotheken in hun bezit hebben en die door politie en justitie opgevraagd kunnen worden zijn de woon- en verblijfplaats van de leden, welke boeken, cd’s, dvd’s zij geleend hebben en welke zoektermen zij hebben ingezien
in het bibliotheek zoeksysteem.
Deze informatie verzamelen de bibliotheken om haar leden beter van dienst te kunnen zijn. Leen je wel eens het boek ‘Jihad’
van Ahmed Rashid, of de cd ‘Holy Terror’ van de Last Poets of de game ‘War of the Century’ dan staat dat in het archief van de bibliotheek. Deze gegevens worden bewaard omdat bibliotheken willen weten of het boek ‘Jihad’ van Rashid
populair is of niet. Als het 365 dagen van het jaar is uitgeleend,
schaft de bibliotheek een extra exemplaar aan om andere leden ook van dienst te zijn. Zo ook met alle cd’s van de Last Poets. Zijn die altijd uitgeleend, dan wordt de nieuwste
cd van de groep ook meteen besteld. Als kennis centrum probeert de bibliotheek iedereen bij te staan in zijn zoektocht naar informatie en kennis. Een verrijking voor iedereen.
De nieuwe wet, Wet Bevoegdheden Vorderen Gegevens, maakt het mogelijk dat een rechercheur bij een bibliotheek kan opvragen wie bijvoorbeeld boeken over Hitler heeft geleend,
of boeken over Osama Bin Laden of de Moslim Broeders. De informatie van een lener kan door politie en justitie
al worden opgevraagd als er geen concrete verdenking is. Senatoren Jurgens (PvdA) en Beeten (CDA) moeten in het blad voor bibliothecarissen IP toegeven dat het begrip ‘verdenking’
wordt opgerekt.
Al voor de invoering van de wet klommen de bibliotheken in de pen om hun bezwaren op te schrijven. “Er zijn weinig instellingen in democratische samenlevingen waarin het burgerlijk
karakter van die samenlevingen zo duidelijk tot uitdrukking
komt als de Openbare Bibliotheek,” schrijven ze. “De Openbare Bibliotheek is van en voor de burgers en stelt hen belangeloos in staat, binnen de grenzen van de wet, informatie
te verwerven en te gebruiken en zich een oordeel te vormen over de wereld om hen heen.” En de bibliotheken
constateren dat: “het wetsontwerp diep ingrijpt in de verhouding tussen de staat en haar onderdanen. Zelfs in de Openbare Bibliotheek is de burger bij aanvaarding van dit wetsontwerp niet meer veilig voor de ongevraagde en ongezochte
bemoeienis van de staat. Dat druist in tegen de doelstelling
van bibliotheken om gebruikers onbelemmerde toegang
tot informatiebronnen te verschaffen, met waarborging van hun persoonlijke levenssfeer.”

Bron: http://www.burojansen.nl/

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl