feb
08
2009
0

Waar ben je nu?

De Eerste Kamer behandelt volgende week de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens. Dit is belangrijk, want als de senaat met de wet instemt, worden al onze telefoon- en internetgegevens afgetapt en voor een jaar bewaard, zodat de overheid die kan opvragen voor de bestrijding van ernstige misdaad en terreur.
De dataretentierichtlijn is reeds drie jaar geleden in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie aangenomen. Deze richtlijn regelt dat lidstaten hun providers en telecombedrijven verplichten alle verkeersgegevens van hun klanten op te slaan, te bewaren en zo beschikbaar te houden voor politie en justitie. Lidstaten kunnen zelf alleen nog de bewaartermijn bepalen: van een half jaar tot twee jaar.
In Nederland koos onze ijverige justitieminister Ernst Hirsch Ballin meteen voor achttien maanden. De Tweede Kamer wist dat terug te brengen tot een jaar. Binnen de Eerste Kamer leven principiële bewaren tegen deze ingrijpende maatregel. De senatoren hebben hun huiswerk goed gedaan. Ze lieten experts uitzoeken of het systeem waterdicht zou werken. De uitkomst was dat het een forse inbreuk is op de privacy. En een zinloze. De bewaarplicht is namelijk te ontduiken, omdat de wet (nochtans) geen betrekking heeft op de nieuwe vormen van elektronische communicatie, zoals de social networks (Hyves, LinkedIn), msn, skype en op de gratis mailprogramma’s, zoals gmail en hotmail. De handige jongens lachen zich rot om de achterhaalde kijk op de digitale samenleving van de plannenmakers in Brussel.
Experts toonden ook dat 98 procent van de data uit spam bestaat en dat kunnen providers niet scheiden van inhoudelijke berichten. Wat de diepgang daarvan is, weet je als je op een terrasje of in de trein ongewild een gesprek opvangt. Waar ben je nu? Wat eten we vanavond? – tussen al dat gebabbel moet de overheid naar de spreekwoordelijke speld – ‘relevante informatie’ – in de hooiberg zoeken.
Nut en noodzaak van dit systeem worden betwijfeld. Bovendien kan de overheid in de toekomst al die gegevens van burgers, hoe onnozel ook, gebruiken voor andere doeleinden. Daar komt bij dat mensen in e-mails vaak impulsief en onnauwkeurig hun emoties en gedachten formuleren. Die uitwisseling kan steekwoorden bevatten die vallen binnen de risicoprofielen, waardoor het Openbaar Ministerie denkt ‘op het spoor te zijn van gevoelige informatie’. Het risico is dat het OM dan opsporingsbevoegdheden krijgt die het voorheen niet had. En het gaat voorbij aan het beginsel dat gedachten vrij zijn.
Dat de overheid hiermee een gevaarlijke weg inslaat, is aan Hirsch Ballin en diens politieke medestanders niet besteed. De christenen en socialisten in deze regering willen als geobsedeerde ouderlingen het gedrag van burgers controleren om grip op de gemeenschap te krijgen.
Wat kan de Eerste Kamer nu doen? GroenLinks stelt dat er twee mogelijkheden zijn om zich te verweren: tegen stemmen totdat in 2010 de richtlijn in Brussel is geëvalueerd of de termijn terugbrengen tot het minimum van zes maanden. In het eerste geval moet de minister terug naar de tekentafel in Brussel, in het tweede geval naar de Kamer. Beide uitkomsten zal Hirsch Ballin tandenknarsend moeten aanvaarden. Hopelijk is de senaat zo wijs zich niet te laten lenen voor het accorderen van dit systeem dat het mogelijk maakt dat de overheid precies weet waar je bent en wat je denkt.

Bron: MARGREET FOGTELOO / De Groene Amsterdammer

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
jan
08
2009
0

Een addertje onder het gras

INVOERING ELEKTRONISCH KINDDOSSIER

Het veelbesproken Elektronisch kinddossier gaat met ingang van het nieuwe jaar uitgerold worden, zoals dat in het jargon heet. Gewoon ter vervanging van de papieren dossiers van de jeugdartsen?

Als je aan een complete buitenstaander zou vertellen dat de Nederlandse consultatiebureau- en schoolartsen anno 2008 de dossiers over de kinderen die ze dagelijks zien graag digitaal willen vastleggen en niet langer met pen en papier, zal deze daar niet vreemd van opkijken. Wie werkt er tenslotte nog met papier! Ook zal die buitenstaander het niet vreemd vinden dat in een digitaal dossier dezelfde vragen aan bod kunnen komen als in het papieren dossier, vragen die in de loop van decennia zijn ontwikkeld en de arts helpen als het vermoeden rijst dat een kind niet goed groeit, achterblijft in zijn motorische ontwikkeling of begrippen als later en vroeger niet blijkt te snappen op de leeftijd die daarvoor staat. Tóch wekte het VVD-Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming vorige week veel media-aandacht, toen ze in haar verzet tegen het zogenoemde Elektronisch kinddossier begon over de vragen die schoolartsen stellen over het schaamhaar van pubers en – om nog meer tumult te genereren – tijdens een overleg met de minister voor Jeugd en Gezin, André Rouvoet, vroeg hoe de kleine André het gevonden zou hebben als er naar zijn schaamhaar zou worden gevraagd.

Zoiets intiems als schaamhaar doet het ook in deze tijd nog goed, zeker als een christelijke minister er tijdens een debat figuurlijk gesproken mee wordt geconfronteerd, of beter gezegd: bewust mee in verlegenheid wordt gebracht. De media-aandacht was dus gemakkelijk gescoord. Maar hoewel minister Rouvoet hier en daar in een column of cartoon op de hak werd genomen, overheerste uiteindelijk bij velen de hierboven beschreven blik van de buitenstaander: digitaliseren is heel gewoon en die vragen bestaan al jaren. Het klopt immers dat ene J.M. Tanner al in 1962 schreef hoe je onder meer aan het schaamhaar van pubers kunt zien of hun groeicurve normaal is. Schoolartsen werken al decennialang met de groeistadia van Tanner, zoals Rouvoet de Tweede Kamer uitlegde.
Uiteindelijk had Dezentjé Hamming met haar schaamhaar dus geen succes. Integendeel. Met haar actie heeft ze de voorstanders van het Elektronisch kinddossier de ruimte geboden te benadrukken hoe vanzelfsprekend het is digitaal te gaan opslaan wat nu op papier wordt vastgelegd. De professionals in het veld willen het zelf, sprak Rouvoet de meest geliefde, hedendaagse mantra die beoogt alle bezwaren van derden, inclusief politici, in de kiem te smoren.
Dezentjé Hamming had er met haar actie op willen wijzen dat gegevens over schaamhaar weinig zeggen over het risico dat een kind loopt om thuis mishandeld of seksueel misbruikt te worden. Is het Elektronisch kinddossier dan bedoeld om kinderen die dat risico lopen snel boven water te halen? Mogen daar behalve de arts van het consultatiebureau en de schoolarts dan ook andere hulpverleners, zoals van de jeugdzorg of van de politie, in kunnen kijken?

Alle opwinding van vorige week is terug te voeren op de voorgeschiedenis van het Elektronisch kinddossier. Dat verscheen op de Haagse agenda in de tijd dat Nederland schrok van verhalen over kinderen die door hun eigen ouders of verzorgers waren gedood, terwijl ze door tal van hulpverleners waren omringd zonder dat die hulpverleners dat van elkaar wisten. De eerste vergadering waarin volgens het parlementaire archief het Elektronisch kinddossier opduikt, was in januari 2005.
Vooral het CDA liet er in de begintijd geen misverstand over bestaan waarvoor het digitale kinddossier moest dienen. Om het langs elkaar heen werken van hulpverleningsinstanties in de toekomst te voorkomen vroeg het CDA-Kamerlid Coskun Çörüz toen aan zijn partijgenoot, verantwoordelijk staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp: ‘Waarom wordt er niet één systeem ontwikkeld waarbij instellingen met één druk op de knop het hele dossier voor zich zien?’ Voor alle duidelijkheid. Wat het CDA toen wilde, kan niet anders worden uitgelegd dan dat de medische gegevens van een niet goed groeiende puber inderdaad ook te lezen zouden zijn door de politieagent die deze jongen betrapt bij een winkeldiefstal.
Hoe het dan zat met de privacy van die jongen? Daar had het CDA geen boodschap aan. Datzelfde Kamerlid Çörüz zei eind augustus 2006 tijdens een Kamerdebat dat voor hem het kind boven de privacybescherming gaat. Met op ieders netvlies Savannah, het Maasmeisje en andere trieste voorbeelden werd de privacy aan de kant geschoven. Wie in die tijd daarop kritiek had, kreeg het verwijt kindermishandeling niet belangrijk te vinden.
Het CDA stond hierin niet alleen. Pikant detail voor Dezentjé Hamming is dat haar toenmalige partijgenoot Fadime Örgü in diezelfde vergadering óók zei dat bij de afweging privacy of bescherming van het kind ‘altijd het belang van het kind de doorslag moet geven’. Maar ja, toen was de VVD nog regeringspartij en coalitiegenoot van het CDA. Privacy-bescherming is bij de liberalen pas later op de agenda gekomen.
Ook de PVDA was een groot voorstander van het één-druk-op-de-knopdossier. In oktober 2007 vroeg Samira Bouchibti namens de PVDA-fractie aan minister Rouvoet, in het nieuwe kabinet verantwoordelijk voor het digitale kinddossier: ‘Waarom mogen medewerkers van Bureau Jeugdzorg, schoolmaatschappelijk werk en de geestelijke gezondheidszorg niet het Elektronisch kinddossier raadplegen? Hoe kun je samenwerken als je niet in elkaars keuken mag kijken?’ Zij kreeg daarbij steun van GroenLinks, want ook Tofik Dibi zei in datzelfde overleg dat het dossier niet beperkt mag blijven tot de consultatiebureaus en de schoolarts.
Toch is dat wat er nu wél met het Elektro-nisch kinddossier gaat gebeuren: het dossier is een medisch dossier en daarom geldt het medisch beroepsgeheim; andere hulpverleners mogen er niet met één druk op de knop bij kunnen. Minister Rouvoet liet dit de Kamer dit najaar weten, nadat hij – op verzoek van de Kamer – een onderzoek had laten verrichten naar de haalbaarheid van een breder toegankelijk dossier. Na eerdere kritiek van het College Bescherming Persoonsgegevens was al besloten niet één centrale opslag van alle kinddossiers te maken, maar dit per regio te doen.
Dus toen Dezentjé Hamming vorige week over de schaamhaarpolitie begon, konden de vertegenwoordigers van de regeringspartijen CDA, PVDA en ChristenUnie gemakkelijk tegen haar zeggen dat het slechts gaat om het digitaliseren van papieren dossiers en haar het verwijt maken dat ze spookbeelden oproept. Ook van oppositiepartij SP kreeg Dezentjé Hamming een veeg uit de pan: ze zou angstbeelden zaaien.
Het was ineens alsof juist deze fracties het recht op privacy in al die jaren dat er over het digitale kinddossier wordt gepraat hoog in het vaandel hadden gehouden. Voor het gemak werd even vergeten dat de meeste daarvan de toegang tot het Elektronisch kinddossier wel degelijk graag anders hadden gezien.

Is die bredere toegang nu dan van de baan? Dat is het addertje onder het gras van het geheel. Dat streven is niet van de baan. Het lijkt er eerder op dat het digitale kinddossier is ontdaan van het beoogde doel, een één-druk-op-de-knopdossier zijn, om het nu – met jaren vertraging – in ieder geval ingevoerd te krijgen; zonder al te veel onrust over privacy en de bescherming daarvan. Politiek heel slim, want dan is de eerste stap maar vast gezet.
Maar wat de meerderheid van de Kamer nog steeds wil, is een snellere en eenvoudigere informatie-uitwisseling tussen hulpverleners om daarmee nieuwe Savannahs of Maas-meisjes te voorkomen. Liet het PVDA-Kamerlid Bouchibti zich vorige week niet ontvallen dat ze derden binnen een jaar alsnog toegang tot het Elektronisch kinddossier wil geven? De minister gaf als antwoord: nu nog niet. Ook hij sloot het nadrukkelijk niet voor altijd uit. Al beloofde hij wel dat er dan speciale wetgeving nodig is.
Bron: AUKJE VAN ROESSEL / De Groene Amsterdammer

sep
19
2008
1

Volksopstand tegen de privacyschendingen

Europarlementariër in ‘t Veld (D66) sprak dinsdag tijdens Safer Internet Day de volgende woorden:

security-fence-klLangzamerhand is het tijd dat we met driehonderdduizend mensen op de dam gaan demonstreren en de overheid om opheldering gaan vragen

Een volksopstand is waar ze om vraagt. Maar die komt er voorlopig niet. Waarom niet? Omdat, met uitzondering van een kleine groep, de mensen niet zien wat er gaande is.

Vandaar dat ik een poging doe de meest relevante zaken over de steeds verder gaande aantasting van de privacy door de overheid op een rijtje te zetten.

Veel mensen hebben niet in de gaten wat er gaande is doordat de maatregelen in stukjes komen. Iedere losse maatregel leidt niet tot veel discussie. Maar als je ze samen beschouwt, ziet het er heel anders uit.

Hier de meest relevante ontwikkelingen van de laatste tien jaar samengevat:

  • Telecommunicatiewet, wet BOB (Bijzondere opsporingsbevoegdheden) en wet opsporing en vervolging terroristische misdrijven; Op verzoek moet ieder telefoongesprek (vast danwel mobiel) afgeluisterd kunnen worden. In 2008 werden zo 26.000 telefoontaps gedaan (exclusief de geheime van AIVD etc)
  • Wet op de Legitimatieplicht; Iedereen moet in de openbare ruimte een kunnen laten zien wie hij/zij is. Lees ook over de “evaluatie”. (update: 7 juli 2009)
  • Preventief fouilleren; Indien de politie daar aanleiding toe ziet, kan men in aangewezen gebieden iedereen fouilleren.
  • Elektronisch Kind Dossier (EKD) en Verwijzingsindex; Met ingang van dit jaar moet van alle kinderen vanaf hun geboorte een EKD bijgehouden worden met daarin oa 900 vragen over de het kind, de ouders (gelovig of niet, vroeger mishandeld….) en de omgeving (slechte buurt, water dicht bij huis….). Meerdere instanties hebben toegang tot het dossier. Het blijft actief tot het kind 19 wordt en moet nog tot 15 jaar na het laatste incident bewaard worden (dus maximaal tot iemand 34 wordt)
  • Wet Vorderen gegevens; Geeft opsporingsinstanties meer bevoegdheden om gegevens bij verschillende organisaties opvragen. Zo kunnen bijvoorbeeld de uitleengegevens bij een bibliotheek ingezien worden
  • Swift; Nederland staat toe dat Amerika gegevens over internationale betalingen vanuit NL kan inzien
  • Bankgegevens; Nederland staat toe dat Amerika bij buitenlandse vestigingen van Nederlandse banken kan afdwingen de rekeninggegevens van Nederlanders in te zien
  • Vliegtuigpassagiersgegevens (PNR agreement); Europa (en dus NL) heeft ingestemd dat de VS allerlei gegevens over de passagiers krijgen voor vertrek, inclusief geloofsovertuiging indien bekend.

    De Wet Bescherming Personen wordt hiervoor aangepast (voorstel), waardoor het voor andere landen ook mogelijk wordt. (Update 2008-10-21)

  • Wijziging wet op de Telecom; Geeft de ministers de mogelijkheid om mobiele gesprekken af te luisteren en/of te lokaliseren, zonder gerechtelijk bevel en zonder medeweten van de telecomproviders.
  • Europese dataretentiewet; Alle verkeergegevens van mobiele gesprekken, alle positiebepalingen van mobiele telefoons en alle internethandelingen (mail, surfen…) moeten minimaal een half jaar worden bewaard en opgevraagd worden
  • Uitbreiding wet invordering; Alle bovengenoemde verkeersgegevens in Nederland tenminste 12 maanden bewaren (Update: wet doorgevoerd 2008-05-22). (Update 4-9-09: Wet door Eerste Kamer goedgekeurd. Ze hebben wel verzocht om een aanpassing van de wet waardoor voor het internetverkeer een termijn van 6 maanden gaat gelden. Daarvoor is een aanpassing van de wet nodig die eerst weer langs de Tweede Kamer moet. Kabinet heeft inmiddels voorstel gemaakt)
  • Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen en BSN; Alle bestanden van uitvoeringsorganisaties moeten op persoon (nu middels Burger Service Nummer) gekoppeld worden. Hier een alfabetische lijst van alle instanties die het BSN moeten gebruiken (update: 15-06-2009)
  • Samengevoegde Wet ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening; Alle grote financiële transacties (€15.000) dienen gemeld te worden. En iedereen moet zich, met terugwerkende kracht, kunnen identificeren bij het openen of hebben van bankrekening of andere financiële diensten (update mei 2008, samenvoegen wetten)
  • Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten; De AIVD mag alle gegevensbestanden binnen overheid en bedrijfsleven opvragen en daarop datamining (patronen zoeken) toepassen
  • Videobewaking; In vrijwel alle gemeenten en in metro’s, bussen, treinen, winkels, winkelcentra, ziekenhuizen, sporthallen, etc… wordt er 24 uur per dag met videocamera’s alles geregistreerd wat plaats vindt
  • Elektronisch Medicatie Dossier: Alle gegevens over gebruikte medicijnen worden per persoon vastgelegd
  • Elektronisch Patiënt Dossier: Alle medische gegevens van een persoon komen in één elektronisch dossier te zitten (wet aangenomen, invoerdatum onduidelijk) (update: 19-02-2009)
  • Verplichte registratie van psychiatrische aandoening bij facturatie door psychiater. Wat u mankeert, kan door de overheid ten alle tijden opgevraagd worden middels de andere maatregelen (Nieuw: 16-04-2009)
  • OV chipkaart; Op naam staand vervoersbewijs dat in de komende jaren voor alle openbaar vervoer met gelden en waarmee alle vervoersbewegingen vastgelegd kunnen worden en dan vervolgens zeven jaar opgeslagen blijven (update 31 augustus 2009). Update 7-7-09: Zie ook voorgenomen koppeling BSN studenten en hun OV chipkaart.
  • Nationale Sigint Organisatie
  • Paspoort met biometrische gegevens; Nieuwe paspoorten worden voorzien van een chip met biometrische gegevens. Deze gegevens komen vanaf 2009 ook in databases en kunnen voor andere doeleinden gebruikt worden. Tevens vanaf eind september 2009 verplicht om ook twee vingerafdrukken op de chip op te slaan. Wet aangenomen op 9 juni 2009 (Update 10-06-2009)
  • Opslaan van DNA van familieleden van verdachten. Voorstel voor wet? Justitie wil breder gebruik (Update 22 juli 2009)
  • Uitwisseling van DNA met andere landen in het kader van opsporen van criminelen. Verdrag van Prüm goedgekeurd in NL (Toegevoegd 22 juli 2009)
  • Registreren en drie dagen bewaren van alle kentekens op knooppunt bij Zwolle. Uitbreiding daar gevraagd. Rotterdam scant alle kentekens op 5 punten en bewaart gegevens 3 maanden. (Update 18 augustus 2009)
  • Inbreken door de politie op computers van verdachten om bewijs te verzamelen. (Toegevoegd 19 mei 2008)
  • Uitbreiding wet op identificatieplicht. Verplichting ID bij je te hebben en vingerafdrukken plus foto’s van iedereen die gearresteerd wordt bewaren in een database (ook als ze onschuldig blijken). Heet nu: “Wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen “. Goedkeuring door Eerste Kamer op 7 juli. (Update 7 juli 2009)
  • Voorgenomen overeenkomst tussen de VS en Europa om alle gegevens over creditcards, financiën en internetverkeer uit te wisselen (Toegevoegd 29 juni 2008)
  • Aanpassing energiewet waardoor alle huishoudens een zogenaamde slimme meter moeten installeren die in detail bijhoudt wat het verbruik is en waarvan de gegevens eindeloos lang opgeslagen kunnen worden. De verplichting is door de Eerste Kamer uit de wet gehaald. Maar er is geen grens gesteld aan de opslag van gegevens. Het is dus aan de oplettende burgers om op twee punten nee te zeggen (geen meter of geen opslag) (Update: 16 april 2009)
  • Aanpassing op de wet studiefinanciering waardoor de ov-chipkaart van studenten gekoppeld wordt aan hun Burger Service Nummer. In voorbereiding. (Nieuw: 2 juli 2009)
  • Het is de politie toegestaan om foto’s van mensen die zich verdacht gedragen voor beveiligingscamera’s van bijvoorbeeld winkels ongecensureerd te vertonen onder vermelding “overtreder/overvaller gezocht”. Ombudsman maakt protest (Toegevoegd 08-09-2009)

Iedere getroffen maatregel gaat steeds iets verder, ook al roept men bij iedere maatregel dat er een duidelijke grens getrokken wordt. Mooi voorbeeld is de verdediging van (toen nog) minister van Justitie Donner in de Eerste Kamer bij de Wet Opvraging (2005):

Als zij zich aan de wet houden, kan geen opsporingsinstantie deze gegevens daar opvragen. Dit wetsvoorstel maakt het zoeken op profielen in bestanden van anderen niet mogelijk.

Nog geen twee jaar later is middels de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dit wel mogelijk.

Een andere reden waarom mensen niet de straat op gaan, werd afgelopen zaterdag door kamerlid Teeven (VVD) als volgt uitgesproken:

…als je niets te verbergen hebt, heb je ook niets te vrezen.

Dat geeft aan hoezeer mensen niet begrijpen wat er mogelijk is en wat dat kan betekenen. In algemene zin zijn er al verschillende goede replieken op geschreven.

Maar een paar punten verdienen toch expliciete aandacht.

Men ziet zijn eigen gedrag vaak als “goed”. Maar vraag een willekeurig persoon of hij het acceptabel zou vinden als zijn buurman (toevallig ambtenaar op een van de dataministeries) in het elektronisch dossier ziet dat de persoon regelmatig seksvideo’s huurt, behoorlijk veel geld uitgeeft in de slijterij en ook nog eens een registratie heeft van mishandeling van een scheidsrechter, dan is het antwoord waarschijnlijk nee.

Verder is het ook nog zo dat het voor steeds meer functies of maatschappelijke rollen noodzakelijk is door een screening te gaan (denk ook aan wet BIBOB). En voor deze screening zal men het niet nalaten alle beschikbare gegevens te gebruiken. De persoon in kwestie zal nooit weten waarom hij/zij de baan niet gekregen heeft. Misschien mag u straks geen leraar meer zijn omdat uw laatste drie huizen steeds bij een kinderspeelplaats stonden, een bekend patroon van pedofielen.

En wat te denken van het risico dat uw kind uit huis geplaatst wordt omdat uit de dossiers blijkt dat u problemen in het verleden heeft gehad, er alcohol in het spel is en uw kind al twee keer in het ziekenhuis is geweest voor breuken als gevolg van het “vallen van de trap” (ja ja).

Mensen denken dus wel dat er niets aan de hand is, maar de praktijk toont aan dat misschien wel 1 op de 10 Nederlanders als verdacht te boek staat.

Naast dit alles, is er nog het probleem van de kwetsbaarheid van alle data opslag. Hoe goed je ook probeert gegevens te beschermen, procedures en maatregelen te nemen tegen misbruik, voorkomen kan je niet dat het in verkeerde handen valt. Recente gevallen in Engeland laten zien dat er niet zoveel voor nodig is om miljoenen gegevens kwijt te raken. Maar ook in Nederland zijn er voldoende voorbeelden van hoe gegevens op straat komen te liggen.

Het is inherent aan het systeem. Hoe meer je opslaat en hoe meer mensen er gebruik van moeten/kunnen maken, hoe groter de kans is dat er ergens iets mis gaat.

De kamer maakte zich recent druk om de matige afscherming van gegevens van Vecozo. Maar tegelijkertijd stemmen ze in met systemen die vele malen meer gegevens bevatten en door velen malen meer mensen geraadpleegd kunnen worden. De kamervragen voor 2010 kunnen alvast geschreven worden.

Bovenstaande gaat eigenlijk alleen nog maar uit van een goedwillende overheid. En hoe onwaarschijnlijk het ook is dat de overheid ooit kwaadwillend wordt (we zijn toch immers een democratie), het kan.

En dan ligt er een pijnlijke les uit het Nederlandse verleden. Een van de redenen waarom er in Nederland relatief veel Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht was omdat we een uitstekende registratie hadden.

Wat we nu neerzetten is een systeem dat vele malen meer gegevens bevat en vele malen beter toegankelijk is. Het is voor een kwaadwillende regering een fluitje van een cent straks om alle ongelovigen of alle alcoholisten op te zoeken en te laten verdwijnen. Dat is immers in het belang van het grote geheel dan.

In de grondwet staan niet voor niets de artikelen 10 tot en met 13:

Art. 10.

1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.

2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.

3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

Art. 11.

Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

Art. 12.

1. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen.

2. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen.

3. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij de wet te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij de wet te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen verstrekking blijvend verzet.

Art. 13.

1. Het briefgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, op last van de rechter.

2. Het telefoon- en telegraafgeheim is onschendbaar, behalve, in de gevallen bij de wet bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij de wet zijn aangewezen.

Maar zo langzamerhand zijn er zoveel wettelijke uitzonderingen, dat de kracht van de oorspronkelijke artikelen is verdwenen. De uitzonderingen zijn tot regel verheven. De grondwet is een farce.

Nu is het nog te overzien en nu wordt er nog geen (zichtbaar) misbruik gemaakt van alle privacyschendingen. Daarom is dit ook het moment om wel aan te geven dat het te ver gaat. De discussie begint op gang te komen, maar moet nog veel breder getrokken worden.

Wat kan je doen?

  • Mail met Eerste Kamerleden, Tweede Kamerleden en politieke partijen. Ze zijn echt wel gevoelig als er veel signalen binnenkomen.
  • Praat er over met vrienden, kennissen, collega’s en familie. Op feestjes, in de kantine en tijdens het sporten. Stuur ze de link naar dit artikel. Zorg dat er een maatschappelijke discussie op gang komt. En als ze dan komen met het argument “als ik niets fout heb gedaan, heb ik toch niets te verbergen”, vraag ze dan of ze wel eens een kleine overtreding hebben begaan, of ze veel drinken, of ze foute boeken gelezen hebben. En of ze het dan bezwaarlijk zouden vinden geen baan te krijgen daardoor, of hun kind afgenomen zien worden.
  • Protesteer, demonstreer

Bron: Steeph

sep
08
2008
0

Privacyschending is geen sciencefiction

Nederlanders komen niet in opstand als overheden en bedrijven het recht op respect voor het privé-leven afbreken. Het is te abstract en overkomt altijd ‘de ander’. Totdat een gewone, blanke Nederlander aan de beurt is. Dan pas schrikken we ons rot, te laat.

STEL U VOOR. Uw zoon gaat naar school, hij kan alleen het schoolgebouw binnen als na een irisscan daarvoor toestemming is gegeven. Gemakshalve wordt via die scan meteen vastgesteld of uw zoon die dag last heeft van agressieve gevoelens en medicijnen moet slikken om te voorkomen dat hij doorslaat.
Of u loopt over straat, er stopt een politiewagen en de u onbekende agent spreekt u onmiddellijk aan met uw naam, omdat hij dit dankzij een chip op uw identificatiekaart al wist nog voordat u de auto zag aankomen.
Of u reist via de Verenigde Staten naar Canada, maar u wordt gearresteerd, omdat uw naam voorkomt op een lijst van verdachte personen waarvan u geen idee had dat u daar op stond, laat staan waarom, maar u wordt onder zware politiebegeleiding naar een land gestuurd waar ze zacht gezegd minder vriendelijk met gevangenen omgaan.
Doe dit niet te snel af als sciencefiction of bangmakerij. Het laatste is waar gebeurd. Een Canadees verdween na een tussenstop in de Verenigde Staten in een cel in Syrië, zonder dat zijn naasten wisten waar hij was. Hij werd gemarteld, maar is uiteindelijk door de Canadese overheid vrijgesproken van welke band met terroristen dan ook. De twee eerste scènes zijn verzonnen, en dus nog geen alledaagse praktijk, maar wel al technisch mogelijk.
Waarom winden zo weinig mensen in Nederland zich op over dit soort ontwikkelingen? Vinden wij het misschien, in tegenstelling tot veel Duitsers, Britten en Amerikanen, geen schending van ons recht op respect voor ons privé-leven, familie- en gezinsleven, onze woning en correspondentie (artikel 8.1 Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden)? Realiseren we ons mogelijk niet wat er langzaam, maar steeds sneller aan het gebeuren is? Of zijn we ervan overtuigd dat de uitzonderingen op dit recht, zoals vastgelegd in artikel 8.2 van dat verdrag, belangrijker zijn en laten we het allemaal gebeuren omdat het voor onze veiligheid, onze gezondheid en ons economisch welzijn is?

De Universiteit van Tilburg bracht in 2005 een rapport uit over veiligheid en privacy, waarin twee toekomstscenario’s voor 2030 worden beschreven. Het voorbeeld van de scholier en de irisscan komt uit dit rapport. Het Rathenau Instituut publiceerde vorig jaar, mede op basis van het Tilburgse onderzoek, een studie met de titel Van privacyparadijs tot controlestaat? Het voorbeeld van de agent die iemand aanspreekt vanwege een chip die de identiteit prijsgeeft, is verzonnen op basis van deze studie.
Wat zich na lezing van beide rapporten onherroepelijk opdringt, is de gedachte dat het voor een leek niet meer te volgen is wat er technisch allemaal mogelijk is. Ontwikkelingen op het gebied van de biomedische wetenschap, de bio- en informaticatechnologie buitelen over elkaar heen en versterken elkaar bovendien nog eens. Een mens kan zich niet druk maken over iets wat hij niet weet of zich niet voor kan stellen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de Nederlandse gelatenheid, ware het niet dat al die ontwikkelingen voor onze gemiddelde Oosterburen ook moeilijk te bevatten zijn.
De Duitsers herinneren zich echter de Tweede Wereldoorlog en weten dat een staat misbruik kan maken van zijn macht als er politici aan het roer komen die het niet zo nauw nemen met de grondrechten van hun burgers. Nederlanders zouden vanwege diezelfde oorlog ook behoren te weten hoe fout het kan gaan als keurig gerangschikte gegevens van de burgerlijke stand ineens voor een totaal ander doel worden gebruikt. Zou dit besef alleen nog leven bij de ouderen die de oorlog hebben meegemaakt, bij mensen die inmiddels niet meer actief zijn als politicus, ambtenaar, jurist of activist, en onvoldoende zijn doorgegeven aan jongere generaties?
Naast het gebrek aan inzicht in technische mogelijkheden speelt ook het gebrek aan overzicht van wat de staat wettelijk allemaal mag een rol bij de Nederlandse gelatenheid. De studie van het Rathenau Instituut laat zien hoe bevoegdheden voor politie en inlichtingendiensten beetje bij beetje zijn ingevoerd en opgerekt. Eerst mocht alleen op vrijwillige basis bloed worden afgenomen voor DNA-onderzoek bij een verdachte. Daarna werd dat verplicht maar moest het nog wel via de rechter, maar alleen als het om het oplossen van een zwaar misdrijf ging. Vervolgens ging het ook gelden voor minder zware misdrijven, waarbij de bloedafname tevens niet meer via de rechter hoefde te worden geregeld. Inmiddels mag DNA – gevonden op de plaats delict – ook gebruikt worden voor een misdadigersprofiel, oftewel voor het opsporen van verdachten. Elke stap op zich lijkt misschien een kleine, maar met veel kleine stapjes kun je op grote afstand komen te staan van wat de Nederlanders in het privacyparadijs nog aanvaardbaar vonden.

Het is een taak van de politici om dit soort ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden. Mogelijk lijden zij aan hetzelfde gebrek aan overzicht van wat technisch allemaal mogelijk is en wettelijk allemaal mag. Als dat zo is, dan doen zij hun werk niet goed. Politici behoren zich de vraag te stellen of elk speeltje waar politie, fiscus of veiligheidsdiensten mee aan de gang willen wel nodig is, hoe dat in het grote geheel past en, vooral, of het het doel dient.
Maar waarschijnlijk maken veel politici zich drukker om het vangen van boeven en terroristen en vinden zij daarom het grondrecht dat de staat ons privé-leven ongemoeid moet laten minder belangrijk. Veiligheid is de kreet waarvoor dat recht moet wijken. Met retorische trucs, net zoals in het gewraakte onderwijsvernieuwingsdebat, wordt iemand de mond gesnoerd die in een debat pleit voor een ander evenwicht tussen het recht op een privé-leven en de behoefte aan veiligheid. ‘Heb je soms iets te verbergen?’ Maar dat argument draait de zaken om. Het maakt van de uitzonderingen die artikel 8 de staat de mogelijkheden biedt om de burger uit te plotten of na te pluizen de regel. Zo wordt een elementair grondrecht aangetast.

Politici verwijzen graag naar 11 september 2001, de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, als reden voor de ruimere bevoegdheden. Maar het rapport van het Rathenau Instituut laat zien dat die verruiming van bevoegdheden van fiscus, politie en inlichtingendiensten toen al lang gaande was. Zo schrijven de opstellers dat de beëindiging van de Koude Oorlog een rol speelde, omdat de inlichtingendiensten toen een nieuw werkterrein zochten. Dat hebben ze eerst gevonden in de bestrijding van de zware criminaliteit, begin deze eeuw kwam daar het terrorisme bij.
Er zit iets paradoxaals in het telkens benadrukken dat het voor onze eigen veiligheid is dat de staat zo veel van ons mag weten. Dat gaat immers uit van wantrouwen, van het idee dat iedereen wel een crimineel of een terrorist kan zijn. Maar vervolgens moet de burger er maar vanuit gaan dat hij de staat, ofwel de ook maar gewone mensen die die staat vertegenwoordigen, kan vertrouwen. De staat wantrouwt de burger, maar de burger moet de staat vertrouwen.
Ook een opmerking van de Nationale Ombudsman zet aan het denken. Vorige week zei Alex Brenninkmeijer in een interview in NRC Handelsblad dat de overheid te veel is gericht op targets en meetbare doelen, te veel praat in termen als lik-op-stukbeleid. Die manier van denken maakt van burgers objecten die gewantrouwd moeten worden in plaats van mensen van vlees en bloed die voor het overgrote deel te vertrouwen zijn.
Dat de Nederlander gevoelig is voor het argument dat het voor de eigen veiligheid is, zou volgens D66-partijleider Alexander Pechtold te maken kunnen hebben met angst voor risico’s. Een storm zonder voorafgaande waarschuwing vinden we een schande, onze vakantieplek willen we het liefst via Google Earth al helemaal gespot hebben voordat we boeken, en we vinden het al een avontuur als we in een Hollands bos buiten de paden mogen lopen. D66 is tot nu toe het actiefst in het wijzen op de mate waarin gemorreld wordt aan het grondrecht.

Het Rathenau-rapport brengt indirect nog een oorzaak in beeld voor de Nederlandse gelatenheid. De hoofdcommissarissen hebben, zo blijkt, intensief gepleit voor de verruiming van de bevoegdheden van de politie. In polder-Nederland werkt dat. Kijk naar de scholierenbond en de lesurennorm of naar de vakbond en het ontslagrecht. Maar wie poldert er voor artikel 8 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens? Dat artikel heeft geen eigen bond of club die stennis schopt.
Nog een reden voor de Nederlandse gelatenheid is dat ons idee over wat privé is, is veranderd. In een samenleving waarin mensen elkaar op de televisie ten huwelijk vragen, ruzies alleen nog maar kunnen bijleggen als de camera erbij staat of niet schromen hun wanhopige kinderwens met miljoenen anderen te delen, is de idee over wat derden van je privé-leven mogen weten volstrekt anders dan zo’n dertig jaar geleden. Het zijn dan ook de Nederlanders die de meeste van deze televisieformats op de markt hebben gebracht.
Die Canadees die gevangen zat was overigens van Syrische afkomst. Zijn telefoongegevens waren waarschijnlijk door de Canadese inlichtingendienst doorgegeven aan de Verenigde Staten. Denken individuele Nederlanders misschien dat dit hun niet zal overkomen? Omdat onze AIVD dit niet doet? Of omdat het je niet overkomt als je geen moslim bent en je geen wortels hebt in Syrië of een ander ‘verdacht’ land? Is dat ook een reden dat Nederlanders zich veilig wanen en niet in opstand komen? Totdat het morgen wél een blanke Nederlander overkomt. Liefst een met een gewone baan, met een gewone auto, een gewone partner en heel gewone kinderen. Dan schrikken we ons rot.

Bron: AUKJE VAN ROESSEL / De Groene Amsterdammer

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
jan
08
2007
1

De vage grens tussen verstoren en stalken

Overheidsstalking

De nctb coördineert een aanpak gericht op ‘verstoring’ van radicaliseringshaarden. Niet echt opvallend, maar na een paar keer doorklikken op de website van De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (www.nctb.nl) staat het er wel. “Radicaliseringshaarden zijn organisaties of locaties, waar bijvoorbeeld sprake is van een anti-westerse, anti-
integratieve opstelling en/of niet-transparante financiële situatie.
Soms biedt de strafrechtelijke weg onvoldoende soelaas. In dat geval wordt door de verschillende betrokken overheidsinstanties
gecoördineerd en gezamenlijk opgetreden. Doel is de radicaliseringsprocessen te beteugelen”.
Waar strafrecht ‘onvoldoende soelaas’ biedt zet de Nederlandse
overheid sinds enige tijd ‘verstoring ’ in. nova bestede
op 13 oktober 2005 een uitzending aan het nieuwe verschijnsel.
nova berichtte dat het om 8 mannen zou gaan die uit kringen van de Hofstadgroep kwamen. In Amsterdam, Schiedam en Amersfoort zou onder regie van de burgemeester
worden verstoord. Het verstoren houdt in dat de politie en de gemeente op alle mogelijke manieren de betrokkenen duidelijk maken dat ze in de gaten worden gehouden. Buurtregisseurs
en politie vielen bijvoorbeeld een vrijgelaten verdachte
in Schiedam dagelijks meerdere malen lastig. Volgen Tjibbe Joustra, Nationale Coördinator Terrorismebestrijding, wordt “voor persoonsgericht verstoren gekozen als het nodig wordt geacht een persoon zodanig in de gaten te houden dat het hem of zijn omgeving duidelijk wordt dat hij onderwerp is van enigerlei overheidsoptreden, zonodig met gebruikmaking
van andere wettelijke bevoegdheden, zodat de persoon feitelijk geen rol meer zal kunnen spelen in aan terrorisme gerelateerde
zaken. Een verdere ontwikkeling van een dergelijk persoon tot bruikbare partner in terroristische activiteiten wordt daarmee voorkomen.”
Voor dergelijke ferme maatregelen (wat is de grens tussen storen en stalken) een vage omschrijving. Dat merkte ook Jolanda
W. uit Amsterdam. Op 12 augustus 2005 werd zij van haar bed gelicht door een arrestatieteam van de Amsterdamse
politie. De politie was getipt dat er ergens in een pand in Amsterdam Noord aanslagen werden voorbereid. Het was vlak voor de start van Sail en volgen Jolanda W. had de politie
te weinig tijd en moeite genomen de tip te controleren. Er werden geen explosieven gevonden en Jolanda W. werd weer vrijgelaten.
Begin oktober merkte Jolanda W. dat ze hinderlijk werd gevolgd. Ze werd regelmatig opgebeld door een agent en dagelijks hield de politie haar huis in de gaten. “Vaak stappen ze uit de auto of bellen ze aan, het is buiten alle proporties, mijn kinderen zijn doodsbang, en ik kan zelf ook nauwelijks slapen,” aldus Jolanda W.
Volgens burgemeester Cohen was het verstoren noodzakelijk omdat Jolanda W. een bedreiging vormt voor de openbare orde. Er zouden cassettebandjes met zeer radicale teksten bij haar zijn gevonden en ze had contacten met iemand die contact
heeft gehad met de Hofstadgroep.
Volgens Jolanda W. was dit alles niet waar. “Het is toch te gek voor woorden dat ze me zo achtervolgen. De politie ziet me als potentiële terrorist, puur en alleen omdat ik een hoofddoek
draag,” zei Jolanda W. in het Parool. Volgens Jolanda kwam de informatie van haar man. “Er zijn zoveel nare dingen
gebeurd met mijn ex-man. Ik had in 2002 net een nieuwe woning gekregen hier in Noord en zag dit als een veilige plek. Maar mijn ex-man kwam steeds langs. Hij verspreidde allerlei
verhalen in de buurt. Ook zei hij dat ik moslimextremist ben. Ik heb toen de politie ingeschakeld. Gelukkig kreeg hij in 2004 een straatverbod en is hij nu terug in Marokko. Na het straatverbod werd het rustiger. De kinderen en ik begonnen
ons vrijer te voelen. Ons leven kwam weer op orde. “
Om de stalking door politie en gemeente te stoppen spande Jolanda een kort geding aan. De rechtbank bepaalde dat het verstoren onmiddellijk diende te stoppen. Haar contact met iemand die weer in contact zou staan met de Hofstadgroep bleek ging niet verder dan het feit dat haar kinderen een tijdje door de man naar school gebracht werden in zijn auto. Toen Jolanda een eigen auto kreeg bracht ze haar kinderen zelf naar school en verbrak elk contact met de man. De rechtbank bepaalde
ook dat het niet ter zake doet dat ze erg gelovig is. De streng islamitische geloofsovertuiging kan alleen een bijkomende
omstandigheid vormen en mag op zichzelf geen reden tot verstoring zijn,” aldus de rechtbank.
Belangrijk is de overweging van de rechter. “Aannemelijk is dat deze maatregelen bij de ‘verstoorde’ tot grote psychische druk leiden, mede omdat het voortdurende politieoptreden ook de buurt niet kan ontgaan,” aldus het vonnis. Zo’n inbreuk
is alleen gerechtvaardigd, stelt het Europees verdrag voor de rechten van de mens, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Het verstoren van W. moet onder meer ‘noodzakelijk’
zijn en de gronden waarop het gebeurt, moeten ‘relevant
en toereikend’ zijn.
Jolanda W. was erg blij met de uitspraak, die de rust in haar leven terugbracht. Ook toonde ze zich verheugd voor anderen
die eventueel hetzelfde overkomt. “Zij kunnen nu ook naar de rechter stappen. Om alleen op grond van je hoofddoek
een terrorist te worden genoemd, is heel erg. Ik hoop dat ze daar in de toekomst voorzichtiger mee omspringen.”

Bron: De uitzending van NOVA
http://www.novatv.nl/index.cfm?cfid=500299&cftoken=98896648&ln=nl&fuseaction=videoaudio.details&reportage_id=3791

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
aug
08
2006
0

Polderspionnnen “De AIVD mag en doet alles om terrorisme te voorkomen”

ter·ro·ris·me (het ontwrichten van een samenleving door daden van terreur, met een politiek oogmerk)

Er is een aantal mensen op basis van informatie van de AIVD gearresteerd en zonder proces weer vrijgelaten. Twee mensen van wie gezegd werd dat ze een aanslag voorbereidde tijdens de vierdaagse van Nijmegen en een aantal mensen dat een video maakte in Den Haag van verdachte locaties.
In een aantal processen zijn verdachten
uiteindelijk vrijgesproken omdat er onvoldoende bewijs was volgens de rechtbank.

De bestrijding van terrorisme en radicalisering ligt voor het gro otste deel in handen van de Algemene Inlichtingen-en Veiligheidsdienst (aivd). Die dienst mag veel, zo niet alles om terrorisme te voorkomen, maar controle op de betrouwbaarheid van de informatie en de werkwijze is er bijna niet.
De aivd is een relatief kleine dienst. Van de duizend mensen (ter vergelijking: politiekorps Groningen heeft 1600 mensen en Amsterdam 5500 mensen) voert het gros ondersteunende taken uit en is slechts een klein deel echt ‘geheim agent’. Sinds 11 september is de aivd bijna wel volledig op Islamitisch terrorisme gericht.
De aivd probeert terrorisme te voorkomen. In feite probeert de aivd te voorspellen wat er zou kunnen gaan gebeuren. Dat is wezenlijk anders dan wat de politie doet. Die moet achteraf bewijzen dat iemand iets heeft gedaan. De aivd kan informatie aan de politie geven, die leidt tot een arrestatie, maar waarvan niet altijd overtuigend vast staat dat iemand een aanslag wil gaan plegen. Dat verschil in werkwijze levert ook problemen op. Zo zag de aivd Mohammed B. als een randfiguur
van de Hofstadgroep en volgens de politie was dezelfde Mohammed B. de spil van het netwerk.

Het Centrum Islamitisch Terrorisme (cit) is verreweg de grootste en belangrijkste dienst van de aivd. In de praktijk is die afdeling weer opgedeeld in allerlei teams. Een dergelijk team richt zich op een bepaalde groep waarvan men vermoedt dat ze de kant van terrorisme op gaat. Er wordt van alles ingezet om informatie over mensen van zo’n groep te verzamelen.
Er wordt veel afgeluisterd, er worden informanten geworven, infiltranten ingezet en, zo bleek ook uit de dossiers
van de Hofstadgroep, hele woningen worden geprepareerd
om verdachten zoveel mogelijk af te kunnen luisteren.
Alle informatie die de aivd binnenkrijgt moet natuurlijk geanalyseerd en geïnterpreteerd worden. Gekeken wordt wat bepaalde omstandigheden betekenen, wat een bepaalde combinatie van feiten kan inhouden en wat er bedoeld wordt in de gesprekken die afgeluisterd zijn. Tegenwoordig wordt al heel snel informatie van politie, immigratiedienst en anderen
verwerkt in de Contra-Terrorisme infobox ct-infobox. De ct-infobox is een samenwerkingsverband dat onder de aivd valt. Dit samenwerkingsverband bestaat uit – naast de aivd – de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (mivd), het Korps Landelijke Politiediensten (klpd), de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (ind) en het Openbaar Ministerie (om). Onderleiding van de aivd wordt daar besloten welke maatregelen tegen welke mensen genomen worden.
Inlichtingendiensten verzamelen niet alleen informatie, ze voeren ook operaties uit.
Een aantal verdachten van de Hofstadgroep en hun advocaten
suggereren dat ene Saleh B. infiltrant zou zijn van de aivd en granaten zou hebben verkocht aan Jason W. Deze Saleh B. is ook bij eerdere terrorismezaken betrokken maar is als enige de dans steeds ontsprongen. In hetzelfde Hofstadonderzoek
was door de Volkskrant al onthuld dat Jason W. en Ismael A. door een aivd-medewerker in een woning in den Haag waren gelokt. De woning was voorzien van afluisterapparatuur,
zodat de aivd alle gesprekken kon volgen.
In het verleden heeft de aivd ook al vergaande operaties uitgevoerd. In de periode dat de communisten staatsvijand nummer één waren werd van alles uit de kast getrokken om de partij te destabiliseren. Zo schreef de aivd nepbrieven aan leden waarin de suggestie van een oppositie binnen de partij werd gewekt, er werd een concurrerende partij opgericht en ook binnen Maoïstische splinterpartijen deed men hetzelfde. Een links-radicale groep uit de zeventiger jaren (Rode Jeugd) bleek achteraf voor het grootste deel uit infiltranten te bestaan.
De aivd krijgt met de bestrijding van terrorisme meer geld en meer mensen. De controle wordt ondertussen niet verbeterd.
Een kleine groep parlementariërs wordt in het geheim op de hoogte gehouden. Slechts het jaarverslag wordt openbaar besproken, maar daar staat niet veel bijzonders in.

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
aug
08
2006
0

Wie wat bewaart, heeft…

Wie wat bewaart, heeft…
10de gebod: “Ga na welke gegevens over gebruikers momenteel in het kader van de bedrijfsvoering
van de bibliotheek worden bewaard en hoe lang. Beperk het bewaren van gegevens tot hetgeen echt
nodig is voor de bedrijfsvoering en voor de dienstverlening. Zorg hierbij dat dit geschiedt in
overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (wpb).”

Het bovenstaande tiende gebod klinkt als een interne nota van een geheime organisatie, het is alsof de organisatie iets wil toedekken, verbergen. Het tiende gebod komt echter uit de publicatie ‘Aanwijzingen voor bibliothecarissen bij de omgang met Justitie inzake verzoeken om gegevens te verstrekken
over gebruikers van de bibliotheek.’
fobid, de Federatie van Organisaties in het Bibliotheek- Informatie-
en Documentatiewezen, heeft tien geboden opgesteld
voor bibliotheken hoe om te gaan met de informatie die zij van hun klanten krijgen en die zij onder bepaalde omstandigheden
moeten afstaan aan politie en justitie. De wet die dit bepaald heet de Wet Bevoegdheden Vorderen Gegevens en is in juli 2005 aangenomen. Deze wet maakt het mogelijk voor politie en justitie om zogenaamde ‘identificerende gegevens’ te vorderen van instellingen en bedrijven.
De informatie die de bibliotheken in hun bezit hebben en die door politie en justitie opgevraagd kunnen worden zijn de woon- en verblijfplaats van de leden, welke boeken, cd’s, dvd’s zij geleend hebben en welke zoektermen zij hebben ingezien
in het bibliotheek zoeksysteem.
Deze informatie verzamelen de bibliotheken om haar leden beter van dienst te kunnen zijn. Leen je wel eens het boek ‘Jihad’
van Ahmed Rashid, of de cd ‘Holy Terror’ van de Last Poets of de game ‘War of the Century’ dan staat dat in het archief van de bibliotheek. Deze gegevens worden bewaard omdat bibliotheken willen weten of het boek ‘Jihad’ van Rashid
populair is of niet. Als het 365 dagen van het jaar is uitgeleend,
schaft de bibliotheek een extra exemplaar aan om andere leden ook van dienst te zijn. Zo ook met alle cd’s van de Last Poets. Zijn die altijd uitgeleend, dan wordt de nieuwste
cd van de groep ook meteen besteld. Als kennis centrum probeert de bibliotheek iedereen bij te staan in zijn zoektocht naar informatie en kennis. Een verrijking voor iedereen.
De nieuwe wet, Wet Bevoegdheden Vorderen Gegevens, maakt het mogelijk dat een rechercheur bij een bibliotheek kan opvragen wie bijvoorbeeld boeken over Hitler heeft geleend,
of boeken over Osama Bin Laden of de Moslim Broeders. De informatie van een lener kan door politie en justitie
al worden opgevraagd als er geen concrete verdenking is. Senatoren Jurgens (PvdA) en Beeten (CDA) moeten in het blad voor bibliothecarissen IP toegeven dat het begrip ‘verdenking’
wordt opgerekt.
Al voor de invoering van de wet klommen de bibliotheken in de pen om hun bezwaren op te schrijven. “Er zijn weinig instellingen in democratische samenlevingen waarin het burgerlijk
karakter van die samenlevingen zo duidelijk tot uitdrukking
komt als de Openbare Bibliotheek,” schrijven ze. “De Openbare Bibliotheek is van en voor de burgers en stelt hen belangeloos in staat, binnen de grenzen van de wet, informatie
te verwerven en te gebruiken en zich een oordeel te vormen over de wereld om hen heen.” En de bibliotheken
constateren dat: “het wetsontwerp diep ingrijpt in de verhouding tussen de staat en haar onderdanen. Zelfs in de Openbare Bibliotheek is de burger bij aanvaarding van dit wetsontwerp niet meer veilig voor de ongevraagde en ongezochte
bemoeienis van de staat. Dat druist in tegen de doelstelling
van bibliotheken om gebruikers onbelemmerde toegang
tot informatiebronnen te verschaffen, met waarborging van hun persoonlijke levenssfeer.”

Bron: http://www.burojansen.nl/

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
feb
08
2006
0

Virtuele identiteit: van Mo879

Is het strafbaar om veel van de Islam te weten?
Ben je verdacht als je veel van de Islam weet en mensen daarover vertelt?
En ben je verdacht als je loopt te schelden op het Westen en de Verenigde Staten?

Ja.

Althans, dat ervoer Mo879 oftewel Rifo79. “Mo879”, zoals hij zich noemt, is in het dagelijks leven onderhoudsmonteur van liften en gebruikte de nickname “Rifo79” op internet. Veel mensen gebruiken zo’n schuilnaam. Dat is ook niet strafbaar. Een beetje anoniem kankeren kan ook geen kwaad. Het hoeft niet alleen maar love, peace en hapiness te zijn. “Mo879” begaf zich in maart 2004 onder de nickname Rifo79 op de forums van Marokko.nl. Hij had een ‘meisje’ ontmoet en wilde met haar een beetje msn-en, chatten, discussiëren en in de anonimiteit aftasten. Niets mis mee. Hij is nu met het meisje verloofd. Naast de fora over Marokko en Yasmina, bekeek hij ook zo nu en dan fora over actualiteit en islam.
Mo879: “Ik voel me wel moslim, maar doe er weinig mee. Het is een paar jaar geleden dat ik in de moskee ben geweest. Ik schaam me daar wel een beetje voor.” Tijdens de discussie op marokko.nl laat Rifo79 soms zien dat hij zich wel verdiept heeft in de Islam. In één van de discussies met ‘Arabchristen’ beredeneert
Rifo79 zeer uitgebreid dat de kruisiging van Jezus niet waar is. Een theologische discussie waarvan hij nu spijt heeft, omdat hij denkt dat hij mede door zijn kennis van de Islam in de verdachtenbank terecht is gekomen.
“Vier dagen na de moord op Theo van Gogh staan er plots dertien mensen van politie en justitie om 1.00 uur ’s nachts in het huis van mijn ouders waar ik woon,” zegt Mo879. Hij wordt ervan beschuldigd dat vanaf zijn ip-adres e-mails zijn verstuurd door Mohammed B. Na het verhoor in zijn huis krijgt hij een verklaring op een kladblok te lezen en moet die ondertekenen. Zijn computer,
twee mobiele telefoons, een agenda, cd’s met games en lege cd’s worden
in beslag genomen.
Even is ‘ Rifo79’ een nationale bekendheid als het Radio 1-Journaal op 16 november
2004 meldt dat Rifo79 de nickname is van Mohammed B. die Theo van Gogh vermoordde. Het Radio 1-Journaal zegt zich te baseren op het politiedossier.
Het Parool schrijft dezelfde dag dat Rifo79 266 berichten heeft achtergelaten op marokko.nl. “Op 2 november nam hij om 00.27 uur nog deel aan een discussie over joden… Ruim acht uur later zou hij in de Linnaeusstraat Van Gogh vermoorden,” wisten de wakkere journalisten van het Parool te melden.
Eerder zei hij volgens het Parool op het forum over westerse militairen in Irak: “Ik hoop echt dat ze stuk voor stuk als gebraden varkentjes terugkomen. Zonder hun rotkoppen natuurlijk.”
Mo879 een half jaar later: “Ik ben boos en kwaad op de Verenigde Staten. Hoeveel burgerslachtoffers zijn er niet in Afghanistan en Irak gevallen? Ik vind het terecht dat je jezelf verdedigt en kan me voorstellen dat er mensen zijn die niet meer te houden zijn.”Drie weken na de inval van de politie moet hij op bureau
Meer en Vaart verschijnen. Twee rechercheurs laten hem de uitdraai zien van alles dat hij heeft geschreven op marokko.nl, maar niet de e-mails die afkomstig
zouden zijn van zijn ip-adres. Als hij daarnaar vraagt krijgt hij geen antwoord.
Hij moet alleen bevestigen dat de uitgedraaide berichten van hem zijn.
Mo879 voelt zich verraden door Marokko.nl. In de anonimiteit heeft hij misschien
harde dingen gezegd, maar dat hij Mohammed B. zou zijn? Hij heeft zijn spullen nog steeds niet terug als we met hem spreken in juli 2005. Er is ook geen klacht tegen hem ingediend. ‘Elke keer denk ik dat ik de spullen vandaag terugkrijg, maar nee.”

Bron: http://www.burojansen.nl/

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
nov
08
2005
0

Screening bij sollicitaties

ALS JE SOLLICITEERT NAAR EEN ZOGENAAMDE ‘vertrouwensfunctie’, mag de politie, de marechaussee of de AIVD je doopcel lichten.

Screenen heet dat in de volksmond.

Vertrouwensfuncties zijn baantjes waarbij je de staat schade zou kunnen berokkenen. Bijvoorbeeld door geheimen te verklappen, of je baan te misbruiken.
Piloten worden bijvoorbeeld gescreend. Niemand wil natuurlijk dat een piloot zijn vliegtuig in de Rembrandtoren parkeert. Vertrouwensfuncties zijn dan ook te vinden bij de overheid, het leger, de politie, de luchtvaart en sommige belangrijke bedrijfstakken, zoals energiebedrijven. Als je wordt gescreend gaat de politie of de AIVD na of je een strafblad hebt, of je wel eens op een andere manier met de politie in aanraking bent gekomen, of je ‘foute’ vrienden hebt, of dat je misschien gechanteerd kunt worden omdat je bijvoorbeeld gokschulden hebt.
Sommige werkgevers laten hun personeel ook door privé-detectives screenen. Zij kunnen dan eisen dat je inzicht geeft in je bankrekeningen, schulden, hypotheken en andere persoonlijke gegevens.
Sinds 11 september 2001 is het aantal vertrouwensfuncties drastisch gestegen, van 57.000 in 2000 tot 74.000 in 2004. Het aantal screenings dat in 2004 werd uitgevoerd was 44.500. Op zichzelf is het niet gek dat de overheid bij bepaalde functies wil weten of iemand wel te vertrouwen is. Maar de grote vraag is of de veiligheidsonderzoeken wel goed worden uitgevoerd en of niet te veel functies als ‘vertrouwelijk’ worden gezien.

Neem Petra. Zij werkt op het postsorteerbedrijf op Schiphol. Ze wordt plotseling ontslagen nadat ze is gescreend door de Marechaussee. Of neem Evelien. Ze begeleidt passagiers op de luchthaven en heeft een pasje waarmee ze overal op Schiphol kan komen. Ook zij wordt plotseling ontslagen, nadat ze al drie maanden tot volle tevredenheid van haar werkgever op Schiphol werkt. Ze mocht van de marechaussee zelfs al aan de slag voordat de screening klaar was. Evelien is blond en kreeg nauwelijks lastige vragen toen ze haar pasje bij de marechaussee kwam ophalen. Veel collega’s met een buitenlands uiterlijk werden wel stevig aan de tand gevoeld.
Evelien en Petra vinden het werk leuk. Maar blijkbaar ziet de overheid ze plotseling als potentiële terroristen. Zijn ze dat ook? Misschien zijn het niet doorsnee vrouwen. Allebei zijn ze actief in actiegroepen ter ondersteuning van politieke gevangenen in Spanje, vluchtelingen, kraken en antiracisme. Zijn zij dan een potentieel gevaar voor de samenleving? Zij willen gewoon een leuke baan.
Na hun ontslag zijn beide vrouwen in beroep gegaan tegen de uitkomst van het veiligheidsonderzoek. Bij een beroep moet je voorkomen in Den Haag voor een groep ‘wijze’ mannen, die wat vragen stellen en jij mag je verhaal houden. Vervolgens moet je buiten wachten omdat de heren nog een geheim rapport van de AIVD over jou gaan bespreken, waar je niet bij mag zijn. Alles blijft geheim. Dan wordt er besloten of je beroep gegrond is of niet.

Drie keer raden wat de uitkomst is?

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
aug
08
2005
0

Zwarte lijsten zijn strijdig met recht

Stel, je loopt op een koude winterochtend naar de giromaat om wat geld te pinnen, en je rekening blijkt geblokkeerd te zijn.

Is je loon niet overgemaakt?
Is er wat mis met je pinpas?
Nee.

Na tal van telefoontjes met de bank, komt uiteindelijk het hoge woord eruit: je bankrekening is geblokkeerd op bevel van de Verenigde Naties of de Europese Unie. Waarom? Je wordt ervan verdacht terroristen met geld te ondersteunen.
Dat moet een foutje zijn, denk je. Misschien heeft iemand een rekeningnummer per ongeluk verwisseld, of is er een naam verkeerd gespeld. Na nog meer telefoontjes krijg je echter te horen dat het geen vergissing is. Je wordt er inderdaad van verdacht terroristen met geld te ondersteunen. Hoe komen de autoriteiten daar bij? Informatie van inlichtingendiensten. Kun je die informatie inzien om te kijken hoe ze aan die beschuldiging zijn gekomen? Nee. Informatie van inlichtingendiensten is geheim.
Dan maar naar de rechter, denk je. Als je ervan wordt beschuldigd terroristen te ondersteunen, zou een onafhankelijke rechter toch moeten kunnen bepalen of die beschuldiging terecht is.
Dat is immers ook zo als je ervan wordt verdacht iets te hebben gestolen. Maar als het om terrorisme gaat, blijken die spelregels plotseling niet meer te gelden. Het is niet mogelijk de hulp van een onafhankelijke rechter in te roepen.
Je bankrekening blijft geblokkeerd en je moet maar zien hoe je verder aan je geld komt.
Wie bepaalt eigenlijk of je op zo’n terreurlijst van de Verenigde Naties of de Europese Unie komt? Dat zijn de regeringen, op basis
van informatie van geheime diensten. De meeste geheime informatie is afkomstig van de Amerikanen.

Maken inlichtingendiensten dan geen fouten?
Moet een onafhankelijk rechter dat niet kunnen controleren?
Nee, vindt minister Donner van Justitie.

De terreurlijsten worden ‘heel zorgvuldig’ samengesteld. Dat moeten wij maar geloven. De Nederlandse stichting Al Aqsa, een fonds dat geld inzamelt voor Palestijnen, heeft de wrange vruchten van deze aanpak al mogen proeven. Op basis van geheim inlichtingenmateriaal
werd de tegoeden van de stichting bevroren.
Minister Donner wil zelfs een stap verder gaan. Organisaties die op de terreurlijst staan, worden in Nederland verboden. Ook daar mag geen rechter over oordelen. Minister Donner vindt ook hier dat we hem maar moeten vertrouwen. Het geld van mensen blokkeren en hun organisaties verbieden zonder dat er een rechter aan te pas komt lijkt meer iets van een dictatuur te zijn.

Toch gebeurt het in Nederland. In de strijd tegen terrorisme gelden de normale spelregels van een rechtsstaat blijkbaar niet meer.

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl