aug
03
2009
0

WEBSITES OVERHEID LEK ALS EEN MANDJE

De websites van de overheid zijn niet goed beveiligd. Burgers lopen hierdoor het gevaar dat hun identiteit wordt gestolen.

Dit meldt het AD vanmorgen. Op bijna 85 procent van de sites kunnen criminelen makkelijk bij persoonsgegevens en sofinummers. Dat blijkt uit onderzoek van internetbeveiligingsbedrijf Networking4all.

Zelfs de privacygevoelige sites van de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) blijken zo lek als een mandje.

,,De uitkomsten zijn schokkend”, zegt Paul van Brouwershaven van Networking4all.

Het ministerie van Justitie is op de hoogte van het onderzoek, maar gaat er niet op in.

Bron; AD.nl

Aanvulling van ; www.recruitementmatters.nl

Is WerkenbijhetRijk lek?

…En helaas blijkt onder die 80% ook de site WerkenbijhetRijk te vallen. Een vervelende situatie, met name als je er een CV achter zou laten. Tenslotte staat hier wel heel erg veel informatie in die je liever niet op straat ziet belanden….

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
aug
02
2009
0

VIJF SECURITYFLATERS VAN DE OVERHEID

De overheid is een campagne begonnen om burgers ict-beveiliging bij te brengen. Maar die overheid geeft zelf niet bepaald het goede voorbeeld? Vijf flaters.

Voor wie het nog niet weet: u dient uw computer te beschermen en verantwoord om te gaan met persoonlijke informatie. Onze overheid is daarvoor een campagne gestart. Maar voordat richting de burgers met het belerende vingertje wordt gewezen, is het verstandig eerst de eigen zaken op orde te hebben. Want goed voorbeeld doet goed volgen. Zeker als de campagne soms ronduit domme adviezen geeft.

1. De campagnewebsite is zelf onveilig

2. Beveiligingsgaten bij de overheid

3. Domme adviezen aan de burger

4. Hypocriete roep om gegevensbescherming

5. De overheid neemt cybercrime niet echt serieus

Lees verder bij de bron; webwereld.nl

aug
01
2009
0

SPEEKSEL AFSTAAN WORDT NORMAAL

ivm de drugstest in het verkeer gaat het normaal worden om speeksel af te staan. dna materiaal van iedereen beschikbaar dus.

De Raad van Hoofdcommissarissen wil dat drugsgebruik in het verkeer hard wordt aangepakt. Zelfs rijden met een klein beetje drugs op moet strafbaar worden, vinden ze.

Ze denken dat de pakkans groot is door het inzetten van een speciale speekseltest. Een recente proef daarmee is zo succesvol, dat minister Eurlings de wet wil aanpassen om het gebruik ervan landelijk mogelijk te maken.

Gelezen op NuJij die als bron de NOS heeft

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
jul
28
2009
0

GEMENE SPEURNEUS VINDT ALLE SITES DIE U BEZOEKT, JA, INCLUSIEF PORNOSITES!

Wat vreselijk nou weer: onze privacy op internet stelt geen reet voor! Zonder een ingewikkeld script te gebruiken, zijn alle internetadressen die we bezoeken gewoon te achterhalen. Klik maar eens op deze site en zie hoe in het venstertje links op de site automatisch alle adressen verschijnen die u de afgelopen weken heeft bezocht. U zult echt steil achteroverslaan van verbazing hoe deze speurneus alle op uw computer opgeslagen webpaginas vindt, alsof het gaat om zakken gevuld met onversneden cocaïne…

Bron; Via NuJij naar wegmethetinternet

PS; mijn browser (Opera 10 built 1651 Beta versie voor Windows maar zeer stabiel) blijkt toch maar weer enorm discreet, de sniffer kon maar de 2 openstaande pagina’s vinden…in de cache en historie was kennelijk niets te vinden.

jul
05
2009
4

Identiteitsdiefstal

id-diefstal Identiteitsdiefstal
Zal u niet gebeuren. Of toch wel? Wel eens gehoord van identiteitsdiefstal? Ook u kunt morgen heel gemakkelijk beschuldigd worden van een misdrijf.
Even terug naar het voorbeeld. Renate Tromp werd in deze zaak gelukkig nog vrijgelaten op dezelfde dag van haar aanhouding. Wat was er nou precies gebeurd?
Er waren bedreigingen geuit aan het adres van presentatrice Chazia Mourali. Het mobiele nummer waar Mourali mee was gebeld, was aangekocht met de paspoortgegevens van Renate Tromp, wier paspoort enkele jaren daarvoor uit haar auto was gestolen. En aangezien op de lijsten van een telecomprovider precies is na te gaan van welk mobiel telefoonnummer een telefonische bedreiging afkomstig is, kwam de politie bij Tromp terecht.
Voor de officier van Justitie waren deze feiten en omstandigheden voldoende om mevrouw Tromp als verdachte te bestempelen en een zogenaamde ‘aanhouding buiten heterdaad’ te gelasten.
Kunt u zich voorstellen wat er gebeurt als door middel van deze truc onze minister-president telefonisch wordt bedreigd? Ik denk dat Renate Tromp dan met haar hele gezin, zoals in de reclame van die doe-het-zelfzaak, met een arrestatieteam uit huis was gehaald.

Digitale kloon
Ja, kan misschien wel een keer gebeuren zult u zeggen, toeval…
Niet dus. Wist u dat identiteitsdiefstal in de VS in 2007 het sterkst groeiende misdrijf was? En dat in de VS in 2007 9,8 miljoen personen slachtoffer hiervan zijn geworden? Het is zorgwekkend te zien hoe weinig aandacht het probleem van identiteitsdiefstal in Nederland – maar ook in Europa – krijgt van de overheid en het bedrijfsleven.
Identiteitsdiefstal is het stelen of verkrijgen van persoonlijke gegevens van iemand. Moeilijk? Nee, met het transparante internetgedrag van de gemiddelde Nederlandse gebruiker kun je binnen een tiental minuten al aardig wat van die persoonlijke gegevens bij elkaar Googelen. Een digitale kloon is dan snel aangemaakt.

Marktplaats
Maar het kan nog veel geraffineerder. Misschien heb je ze wel eens gezien: die mooie personeelsadvertenties op sites als bijvoorbeeld freelance.nl, waar dan de volgende regel bij staat: “Belangrijk punt: voor deze opdracht moeten wij een kopie van je legitimatiebewijs + NAW-gegevens meezenden als wij je aanbieden. Dus deze graag direct meesturen.”
Als ik deze casus in een workshop in het land behandel krijg ik altijd dezelfde vraag. “Wat moet nu iemand met een kopie van een legitimatiebewijs?” Ik geef dan meestal het volgende voorbeeld uit mijn eigen politiepraktijk.
Bij mij aan het politiebureau meldde zich een man met het verhaal dat hij voor langere tijd e-mailcontact had met een verkoper op Marktplaats. Deze verkoper had een zeldzame pianovleugel in zijn vakantiehuis in Engeland te koop staan. De aangever had de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van deze man in Nederland gecontroleerd en alles leek te kloppen.
Nadat de verkoper had aangegeven dat er meerdere gegadigden waren, kwam het snel tot een overeenkomst. De verkoper gaf aan dat hij nog een week in Engeland zou verblijven. Om de overeenkomst definitief vast te leggen vroeg de verkoper om de helft van het bedrag alvast over te maken op een rekening van een vriend in Engeland. Om dit bedrag te waarborgen, stuurde de verkoper een kopie van zijn legitimatiebewijs als bewijs. Inderdaad alle gegevens kwamen exact overeen.

Afloop
De afloop van dit verhaal laat zich raden. Nadat de aangever geen e-mailcontact meer kreeg met de verkoper, kwam hij dus aangifte doen en verzekerde hij mij dat de dader snel te achterhalen zou zijn. Hij had ten slotte een kopie van zijn legitimatiebewijs. Een kort onderzoek leerde waar dit legitimatiebewijs vandaan kwam en dat de bankrekening in Engeland (geopend door een Oost-Europese cybercrimineel) al leeg was.

Goud
Persoonlijke gegevens zijn voor cybercriminelen goud waard en van een voorbeeld als hierboven zijn er in alle soorten en maten genoeg te bedenken. Ook ik ben mij ervan bewust dat je dit risico nooit geheel kunt afdekken, maar het nemen van preventieve maatregelen kan dit risico in ieder geval beperken.

jun
14
2009
2

Centrale Biometrische Databank: Vloek of Zegen

OPEN BRIEF aan de Eerste Kamer

Deze week buigt de Eerste Kamer zich over de wijziging van de paspoortwet in verband met het herinrichten van de reisdocumentenadministratie. Nederlandse reisdocumenten worden sinds 2001 centraal, uniform en elektronisch vervaardigd. Volgens de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken is het aantal vervalsingen met gegevens in reisdocumenten sindsdien sterk verminderd en de beveiliging opmerkelijk verbeterd. “Look-a-like” fraude met reisdocumenten is echter een belangrijk probleem gebleven. Een sterkere verificatie methode is daarom volgens de staatssecretaris gewenst.

In het Nederlandse paspoort zit sinds 2006 een chip met daarop een gezichtsopname en op grond van een EU richtlijn wordt daar dit jaar een tweede biometrisch gegeven (twee vingerafdrukken) aan toegevoegd. Door de vingerafdrukken in de chip te vergelijken met die van de houder van het document ontstaan meer mogelijkheden om vast te stellen of houder en document bij elkaar horen.

Een uitgangspunt van het bestaande verificatie proces is dat de biometrische kenmerken alleen zijn opgeslagen op het reisdocument. De wetswijziging die nu bij de Eerste Kamer ligt voorziet in opslag van deze kenmerken in de centrale reisdocumentenadministratie. Dit gaat ruim voorbij aan de vereisten die de EU richtlijn voorschrijft.

De achterliggende gedachtegang is dat de bestrijding van identiteitsfraude, opsporing en vervolging van strafbare feiten, evenals de identificatie van slachtoffers van rampen en ongevallen alleen door middel van een maximalisering van de mogelijkheden tot identificatie gerealiseerd kan worden.

De staatssecretaris heeft naar aanleiding van Kamervragen uitgebreid beargumenteerd dat de betrouwbaarheid, veiligheid en beschikbaarheid van een centrale databank met biometrische templates hoger zou zijn dan van een groot aantal decentrale databanken. Ook zou alleen een centrale databank een biometrische zoekfunctie efficiënt en effectief kunnen implementeren.
Wij zetten bij deze aanname veel vraagtekens en zijn van mening dat technische mogelijkheden onvoldoende worden benut en een centrale databank zoals voorzien meer problemen creëert dan oplost.

Ons inziens zijn niet de juiste vragen gesteld. De kernvraag is of de voordelen van een biometrische zoekfunctie wel opwegen tegen de risico’s van opslag van deze gevoelige gegevens buiten het paspoort zelf. Duitsland heeft om deze reden van centrale opslag afgezien. En waar is de discussie over het invoeren van minder risicovolle centrale opslag alternatieven zoals bijvoorbeeld de opslag van “biometrische” hashes in plaats van de vingerafdrukken (templates) zelf? Het gebruik van biometrische hashes zorgt er voor dat originelen niet te reconstrueren zijn, waarmee de risico’s bij het omvallen van de database worden beperkt, terwijl tegelijkertijd een template wel herkend kan worden.

Ons inziens is het nu aan de Eerste Kamer om zich los te maken van de huidige tunnelvisie rondom identiteits fraude en eens uitgebreid stil te staan bij de timing, vorm en proportionaliteit van de invoering van een op templates gebaseerd centraal systeem.

Wat zijn nu precies onze bezwaren? Door de opslag van biometrie in een (de)centrale reisdocumentenregistratie wordt burgers definitief de mogelijkheid ontnomen om controle te houden over haar gegevens en identiteit. Het gaat hier om een belangrijke beleidswijziging waarbij geluidloos wordt overgestapt van biometrische verificatie, naar identificatie: de burger hoeft zijn identiteit niet langer te tonen, omdat de staat deze zelfstandig kan vaststellen. Het voorheen gekoesterde rechtsprincipe dat er eerst sprake moet zijn van een redelijk vermoeden van schuld voordat iemands privacy geschonden mag worden, komt daarmee ernstig onder druk te staan.
Alhoewel vissend rechercheren met behulp van de verzamelde biometrische gegevens in het huidige wetsvoorstel niet is toegestaan en daarvoor eventueel eerst aanvullende juridische regelingen nodig zijn, is het creëren van zo’n grote bak met biometrische gegevens, ons inziens een eerste stap in deze richting. Wij twijfelen er dan ook niet aan dat deze aanvullende regelingen er op termijn ook daadwerkelijk zullen komen.

Het is daarnaast zeer de vraag of de huidige kennis over de opslag en toepassing van biometrische gegevens voldoende gevorderd is om dit op de voorgestelde schaal te doen. De opslag van complete vingerafdrukscans levert in ieder geval serieuze risico’s op en ook de effecten van de inherente foutenmarges zijn onduidelijk: wat is de kans dat een fraudeur niet wordt herkend of dat iemand ten onrechte als fraudeur wordt aangemerkt?

Een laatste aandachtspunt is de vraag of centrale opslag van biometrische gegevens wel noodzakelijk is voor de gestelde doelen. We hebben al justitiële databanken met vingerafdrukken en DNA-profielen. Tandartsen kunnen helpen bij de identificatie van slachtoffers, etc. Rechtvaardigt de omvang van de problemen dat vanaf nu biometrische gegevens van alle Nederlanders in een centrale databank worden opgenomen? Wij neigen naar een ontkennend antwoord. Het huidige wetsvoorstel creëert de mogelijkheid dat burgers geautomatiseerd en heimelijk geïdentificeerd kunnen worden op basis van sporen die zij dagelijks op vele plaatsen achterlaten. Dat moeten wij niet willen en wij hopen dan ook dat de Eerste Kamer het hoofd koel houdt.

Drs. Annemarie Sprokkereef, Research fellow regulation of biometrics, Universiteit van Tilburg
dr. Ronald Leenes, Universitair hoofddocent, Universiteit van Tilburg
prof.dr. Bart Jacobs, Universitair hoogleraar computerbeveiliging, Radboud Universiteit Nijmegen,
dr. Raymond Veldhuis, Universitair hoofddocent, Universiteit van Twente
Max Snijder, voorzitter van het European Biometrics Forum

jun
08
2009
0

Angst voor Wilders

Na het Kamerdebat over de aanschaffing van de JSF, waarvan niemand kan zeggen in welk soort oorlog die zijn onschatbare diensten zal bewijzen, kwam Maurice de Hond met het resultaat van zijn volgende peiling. De PvdA heeft twee zetels verloren, staat nu op 22; de PVV van Geert Wilders zou er 33 krijgen. Het CDA is geschrokken en sluit niet uit dat na de verkiezingen van 2011 de PVV in een coalitie zal worden opgenomen. Daarvan schrok vooraanstaand CDA-lid, ideoloog en socioloog Anton Zijderveld weer dusdanig dat hij zijn lidmaatschap heeft opgezegd. Ook de VVD maakt zich zorgen over de furore van Wilders. Eerst werd ter verkenning het liberale Kamerlid Fred Teeven naar de partijvergaderingen van de PVV gestuurd, maar hij werd herkend, of ontmaskerd, en hij mag er niet meer in. Nu wordt volgens de Volkskrant partijleider Wilders op zijn triomftochten gevolgd door een anonieme spion. Cloak and dagger in de Nederlandse politiek. Maar in ieder geval is de huidige coalitie gered: we kopen één JSF om die eens goed uit te proberen. In normale tijden zou dit misschien als een verstandig besluit van de coalitie zijn begroet. Door deze aankoop houden we een voet tussen de deur en daarna kunnen we nog alle kanten op. Maar dit zijn geen normale tijden. Al een jaar of acht weten we dat het solide midden van het electoraat in staat van ontbinding is. De Fortuyn-revolte was geen vlaag van politieke verbijstering maar het eerste grote bewijs dat de natie was veranderd. Vervolgens hebben Verdonk en Wilders bewezen dat het proces onverbiddelijk verder gaat. De eerste oorzaak daarvan ligt in de samenstelling van het electoraat. Het grote midden, eens het fundament van de Nederlandse stabiliteit, is in een staat van trage ontbinding. Maar coalities blijven onvermijdelijk. Dit betekent dat principieel ongelijksoortige partijen gedwongen zijn compromissen te sluiten om een regering te kunnen vormen. De kiezers alles beloven en daarna, in de formatie, water bij de wijn doen terwijl je doet alsof je de winnaar bent. Zo dreigt het coalitiesysteem zichzelf te slopen, en het heeft geen andere keus. In beginsel zijn de verhoudingen niet veranderd sinds Arend Lijphart in 1968 zijn Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek schreef. Het verkeer tussen de zuilen vergelijkt hij met buitenlandpolitiek. Veel geheimzinnigheid; compromissen zijn onvermijdelijk als je de constructieve samenhang wilt bewaren. Polderen wordt het nu genoemd, en dat is geen loftuiting. Al jaren is het Nederlandse model waarin verreweg de meeste politici zich tot het volk richten een rommelpot van abstracties, vaagheden, ontwijkingen. De taal van de kaasstolp. ‘Dat zijn uw woorden.’ ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen.’ Toen ontdekte wethouder Rob Oudkerk de kut-Marokkanen. Pim Fortuyn volgde met de islam als achterlijke godsdienst. Hirsi Ali en Theo van Gogh kwamen met hun film Submission. De hand van Rita Verdonk werd door een imam geweigerd. Geert Wilders versloeg ze allemaal door de Koran een fascistisch boek te noemen, vergelijkbaar met Mein Kampf. Hij maakte ook een film, Fitna. Hij wilde de troepen uit Uruzgan terughalen om de Goudse buschauffeurs te verdedigen. Hij pakte het Marokkaanse probleem radicaler aan dan al zijn voorgangers hadden gedaan. Dat klinkt blijkbaar voor bijna eenderde van de kiezers als hemelse muziek. Het Marokkaanse probleem is ernstiger geworden dan we misschien denken. Maar vergis u niet. Wilders is meer dan zijn anti-Allah-campagne. Hij is de politicus met een radar voor alles wat de gewone man hindert, ergert, hels maakt. Hij is de begaafde demagoog, die met wisecracks een tegenstander uit het veld slaat – ‘knettergek’ – en met het weglopen uit de vergaderzaal de collectieve afkeer van een doorpolderende coalitie symboliseert. Hij ziet niets in de JSF, wil de troepen terug uit Afghanistan, belastingverlaging, levenslang voor iedereen die drie maal de wet heeft overtreden, minder overheid, minder regels, een immigratiestop, hij gelooft niet in klimaatverandering, is in belangrijke zaken voor een bindend referendum. Er zijn punten in zijn programma die bij uiterst links passen, andere zijn uiterst rechts. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door zijn politiek talent, en anders dan zijn voorgangers heeft hij geen onbedaarlijke ruzies in zijn achterhoede. Het is, kortom, geen wonder dat hij door de gevestigde orde als een groeiend politiek gevaar wordt gezien. Hij heeft zich ontwikkeld tot een stem des volks. Hoe moet Wilders worden bestreden? Probeer het eens met zijn eigen wapens. Leer om te beginnen in Den Haag weer zuiver en duidelijk Nederlands spreken, en maak een film over de natie vier jaar na het regime-Wilders. Nederland Koran-vrij, geen files en coffeeshops meer, het klimaat dat vanzelf verbeterd is, al die aangekondigde zegeningen die dan werkelijkheid zijn geworden. En laat vooral ook zien hoe dat allemaal tot stand is gebracht. Misschien helpt dat.

Bron: H.J.A. Hofland / De Groene Amsterdammer

mei
08
2009
0

Omgekeerde bewijslast

STEL JE VOOR. JE WOONT IN NEDERLAND, misschien ben je er wel geboren, maar je moet toch nog steeds je (voorlopige) verblijfsvergunning
verlengen bij de vreemdelingendienst.
Of je bent net gevlucht en vraagt op Schiphol asiel aan.
Of je wil je vrouw en kinderen over laten komen, trouwen met iemand uit een ander land.
Okee, dat is al allemaal niet zo eenvoudig, maar gemakkelijker wordt het met de plannen van de regering zeker niet.
De regering wil vreemdelingen strenger controleren op mogelijke betrokkenheid bij terrorisme. Bij het stempelen bij de vreemdelingenpolitie,
bij een aanvraag voor asiel of gezinshereniging bij de immigratiedienst of al bij het inchecken in het vliegtuig wil de regering
dit doen. Alle bestanden met informatie over vreemdelingen worden gekoppeld met die van de inlichtingendienst. Technisch zijn er nog problemen, niet alle informatie is zomaar te koppelen. Bovendien worstelen de diensten met een ander groot probleem: met welke kenmerken moet je de bestanden doorzoeken? Wat is eigenlijk het profiel van een terrorist?
Toch maakt het nu ook al uit of je Nederlander bent of niet.
De inlichtingendienst geeft ook nu aan de immigratiedienst informatie door over mogelijke betrokkenheid bij terrorisme. De immigratiedienst kan op die grond iemand dan uitzetten. De laatste twee jaar is dit een tiental personen overkomen. Recentelijk nog de imams van de Al Fourkan moskee uit Eindhoven.
We spraken hierover met Marq Wijngaarden, advocaat van het kantoor Böhler, Franken, Koppen en Wijngaarden, dat ook veel verdachten van terrorismezaken verdedigt. Marq Wijngaarden noemde als grootste punt van kritiek de oncontroleerbaarheid van de AIVD informatie. “Je kan de achtergrond van die informatie niet onderzoeken, want de AIVD houdt echt alles geheim. Je krijgt dus een omgekeerde bewijslast. Heel soms, maar dan moet je wel heel concreet aantonen dat er twijfel is over de informatie, krijg je compensatie”. Die twijfel wist Wijngaarden naar boven te halen in de zaak van de imams uit Eindhoven. “Conclusies van het ambtsbericht waren bijvoorbeeld gebaseerd op de preken van de imams, maar die preken stonden niet eens in de informatie. Die informatie was erg onvolledig. Ook maakte de AIVD geen onderscheid
tussen salafisme en de geloofsleer van de imams”.
Wijngaarden vindt dat Nederland de uitzettingen misbruikt. “Nu zie je bijvoorbeeld dat alle mensen die zijn vrijgesproken in terrorismezaken,
op basis van dezelfde AIVD informatie wel worden uitgezet”, aldus Marq Wijngaarden. “Wat geen bewijsmateriaal is in strafzaken, wordt dat in vreemdelingenzaken plotseling wel”.
Een aantal uitzettingen kan niet plaatsvinden omdat in de landen van herkomst gemarteld of gefolterd wordt. Het gaat dan bijvoorbeeld
om Egypte, Syrië en Algerije. De regering denkt er over om, met de toezegging van diplomatieke garanties, mensen toch uit te gaan zetten naar deze landen. Een adviescommissie op het gebied van buitenlandse zaken heeft de regering dit echter afgeraden.
Volgens deze commissie is het martel- en folterverbod absoluut en vormen diplomatiek garanties geen enkele waarborg voor een zorgvuldige behandeling.

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
mei
08
2009
0

Niets meer te verbergen

‘WIJ LIJKEN SOMS wel digitale hamsters’, zei Tweede-Kamerlid Ronald van Raak (SP) twee weken geleden tijdens het Kamerdebat over de invoering van de nieuwe Paspoortwet. Zijn verzuchting refereerde aan de onstuitbare drang van de overheid om persoonlijke gegevens van burgers centraal en digitaal vast te leggen. Staatssecretaris Ank Bijleveld (Binnenlandse Zaken) verdedigde zich in omineuze bewoordingen: ‘De nieuwe paspoortadministratie zorgt voor een zo betrouwbaar mogelijk systeem en wordt absolúút geen opsporingsdatabank voor misdadigers.’ Ze zei dat ‘lukraak rondneuzen’ in de centrale administratie niet mogelijk is omdat alleen officieren van justitie gegevens kunnen opvragen en zij alleen kunnen inloggen met een digitale handtekening.
Maar hoe weet zij dat zo zeker? Het probleem is, zoals bij álle centrale databases met privacygevoelige gegevens van burgers, dat ondanks ‘voldoende maatregelen’ inbraak en misbruik door onbevoegden niet zijn uit te sluiten. Een garantie dat wettelijk vastgelegde regels niet worden geschonden is er niet. Dat dit gebeurt, onttrekt zich meestal aan het zicht, zeker als het gaat om staatsgeheimen. De enkele keer dat het wél naar buiten komt, zorgt het voor ophef maar het onheil is dan reeds geschied.
Een actueel voorbeeld zijn de lekkende medewerkers van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Zij hebben gevoelige informatie verstrekt aan De Telegraaf. Een ander geval kwam begin deze maand naar buiten tijdens een afscheidsinterview met Irene Michiels van Kessenich, de voorzitter van de Commissie van Toezicht betreffende Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (CITV), met NRC Handelsblad. Zij vertelde dat de inlichtingendienst en de politie de inhoud van sms’jes ontvangen van twee telecomproviders (T-Mobile en Vodafone), zonder toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken. Verkeersgegevens – wie met wie belt of mailt – werden niet gescheiden van de inhoud verstuurd. Beide providers zeggen desgevraagd dat ‘er inmiddels technische maatregelen zijn getroffen om de inhoud te filteren van de verkeersbewegingen’. Maar het blijft onbevredigend. Wat gebeurt er nog meer ‘per ongeluk’ of vanwege technische onkunde wat we nu niet weten? En wat doen politie en inlichtingendiensten überhaupt met gegevens over het telecomgedrag van iedereen?
Het maakt andermaal duidelijk dat het opslaan van antecedenten van alle Nederlanders riskant is. Bij misbruik wordt altijd gedacht aan buitenstaanders, zoals hackers, criminelen of andere onbevoegden met specifieke doeleinden, zoals bedrijven of verzekeringen. Maar ook de overheid zélf kan in de verleiding komen om de opgeslagen antecedenten en fysieke kenmerken van burgers te gebruiken bij opsporing van verdachten van terreur en misdaad. Hoewel het inbreuk op de privacy is, laat de wet toe dat ‘hogere belangen’ gebruik ervan rechtvaardigen. Zoals Tineke Strik, Eerste-Kamerlid van GroenLinks, tijdens het debat over het nieuwe paspoort zei: ‘De samenleving wordt transparant, terwijl de overheid zich in mist hult. De burgers moeten zich overleveren aan de overheid, zonder dat die kan garanderen dat de gegevens veilig zijn.’

IS DE OVERHEID kwaadwillend of naïef? Duidelijk is dat alle kritiek wordt weggewimpeld. Dat blijkt al jaren bij de invoering van nieuwe wetten om databases van gegevens van burgers vast te leggen. Het verloopt volgens een vast patroon.
Het plan wordt door een minister gepresenteerd als een voordeel ten opzichte van de oude situatie en ten dienste van een ‘goed doel’. De OV-chipkaart, het kinddossier, het Elektronisch Patiëntdossier (EPD), de ‘slimme meter’, het centraal opslaan van parkeergegevens, het nieuwe paspoort – het is allemaal efficiënter en dus beter voor de burger. Het kinddossier zou achterstanden bij kinderen en mishandeling door opvoeders in een vroeg stadium signaleren. Het landelijk systeem met alle medische gegevens is bedoeld om artsen bij spoedgevallen sneller te laten handelen waardoor er twaalfhonderd onnodige sterfgevallen per jaar voorkomen worden. De ‘slimme meter’ zou consumenten door inzicht in het energiegebruik aanzetten tot besparing.
Dit soort plannen stuit steevast op weerstand bij instanties als het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) en het parlement (met name D66 en GroenLinks). De kritiek komt telkens op hetzelfde neer: risico’s van oneigenlijk gebruik en een wettelijke schending van privacy. De OV-chipkaart legt immers het hele reisgedrag vast. Met de ‘slimme meter’ kunnen energieleveranciers het leefpatroon van burgers zeer nauwkeurig in kaart brengen. Het kind- en patiëntdossier hebben betrekking op zeer gevoelige zaken als levensstijl en ziekten.
Over het voornemen van het nieuwe paspoort gaf het CBP in 2007 een zeer helder advies: ‘Het aanleggen van een centrale reisdocumentenadministratie met biometrische gegevens brengt voor burgers ernstige en waarschijnlijk onnodige risico’s voor de persoonlijke levenssfeer mee, waartegen zij zich niet kunnen wapenen. Een gedegen analyse van de voor- en nadelen van zo’n databank ontbreekt en alternatieven zijn niet besproken. Daardoor is het wetsvoorstel tot invoering van het systeem in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’ Het CBP drong er bij de staatssecretaris op aan indiening van het wetsvoorstel te heroverwegen.
De keuze van de minister voor een centrale databank waardoor 24 uur per etmaal en zeven dagen per week de identiteit van personen online kan worden geverifieerd, lijkt volgens het CBP ook te zijn ingegeven door andere motieven dan alleen het streven naar een soepel verlopend aanvraag- en uitgifteproces: het opsporen van strafbare feiten, waaronder het bestrijden van terrorisme. Het CBP wijst erop dat dit wetsvoorstel voor deze doeleinden er weer één extra is boven op alle andere maatregelen die in de afgelopen periode al zijn genomen, zoals de verplichting om verkeersgegevens te bewaren en de uitbreidingen van strafvorderlijke bevoegdheden. Het CBP stelt: ‘Deze consequentie vormt een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer omdat ook de gegevens van niet verdachte burgers in het register zijn opgenomen.’
Het CBP wijst tevens op een gevaar dat ook geldt voor andere databases: het risico van een breder gebruik dan alleen de oorspronkelijk geautoriseerde instanties: ‘Het wetsvoorstel bevat een lijst van personen en organisaties waaraan persoonsgegevens kunnen worden verstrekt. Dat zijn er al veel. Wanneer een centrale reisdocumentenadministratie eenmaal is gerealiseerd zullen er, zo leert de praktijk, nieuwe soorten doelen en gebruikerswensen ontstaan. De gegevens die eens werden opgeslagen voor specifieke doeleinden, zullen de belangstelling krijgen van andere personen en organisaties, waardoor de doelbinding in gevaar komt. Het risico van breder gebruik – function creep – is niet denkbeeldig.’
Maar meestal slaan bewindslieden bezwaren in de wind en wordt de wet met de nodige aanpassingen door de Tweede Kamer geloodst. Soms lukken plannen niet, zoals dat voor de ‘slimme elektriciteitsmeter’, vanwege te grote aversie van burgers.

DIT HELE PATROON – wetten doorvoeren ondanks kritiek – toont een onomkeerbare ontwikkeling: de overheid is bezig om zo veel mogelijk privé-gegevens op te slaan. Over de risico’s ervan waarschuwt Rop Gongrijp, medeoprichter van XS4ALL en waakhond van internetmisbruik, al jaren. In 2006 was hij initiatiefnemer van de actiegriep Wij vertrouwen stemcomputers niet. Hij zegt: ‘Nederland is op weg om een politiestaat te worden, want het echte probleem is de staat zelf. Die streeft naar meer controle en is zelf van controle uitgesloten. In Nederland kan de wet niet aan de grondwet getoetst worden, zoals in Duitsland wel het geval is bij het Constitutioneel Hof in Karsruhe. De Nederlandse burgers vertrouwen op hun beurt op de alwetende staat als een goede vader die voor hen zorgt. Maar ongecontroleerde macht geeft per definitie problemen.’
Gongrijp wijst als verklaring voor de onwetende houding van zowel de overheid als de burgers naar het onderwijs. ‘Als je dertig jaar lang het onderwijs uitkleedt, dan creëer je mensen die niet in staat zijn om integraal hierover na te denken. De samenleving krijgt daarvoor de rekening. Er ligt een scala aan gegevens en het is een illusie te denken dat daar géén misbruik van gemaakt gaat worden. Denk maar eens aan PVV-Kamerlid Fleur Adema die heeft gezegd dat ze alles wat links is, of dat in het verleden was, met wortel en tak wil uitroeien. Nederland is in de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot kampioen aftappen en afluisteren. Er is geen kritische massa die het proces kan keren.’
‘Wij betitelen het als Das Leben der Anderen’, zegt Rik van Amersfoort van onderzoeksbureau Jansen en Jansen. ‘Het onzichtbaar stapelen van informatie is een gevaarlijke ontwikkeling waar niemand zicht op heeft. Pas over zo’n vijftig jaar zal duidelijk zijn wat er nu allemaal precies over ons wordt opgeslagen. Wij lopen op tegen de verkramptheid waarmee de overheid omgaat met informatie. We doen continu een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), maar dat is een trage procedure die al gauw een jaar duurt en vaak worden we ingehaald door nieuwe wetgeving.’
Het bureau heeft geen inzicht in wat de overheid precies doet met alle informatie: ‘Het is ook onduidelijk of het zin heeft: worden er meer delicten opgelost? Worden er terroristische acties voorkomen? De suggestie dat het preventief werkt, wordt nergens hardgemaakt. Er is sprake van een omgekeerde ontwikkeling: je moet straks bewijzen dat je onschuldig bent.’
Net als andere critici zegt Van Amersfoort dat handhaving de crux is: ‘Volgens de wet mag er geen misbruik gemaakt worden van privacygevoelige gegevens, maar het gebeurt toch, zoals providers laten zien. We weten bijvoorbeeld dat rechercheurs bij instanties om gegevens vragen vanwege veiligheid en dat die instanties vaak niet goed op de hoogte zijn dat ze dat dan mogen weigeren. Het systeem van digitale bestanden lokt uit dat slimme mensen ervan profiteren en onwetende burgers er het slachtoffer van kunnen worden. De overheid creëert een samenleving waarin iedere burger zich moet gedragen volgens het systeem van pasjes en nummers. Wie dat doet heeft geen direct probleem, maar ondertussen wordt iedereen begluurd. Wij pleiten voor de plicht van de overheid om iedereen met rust te laten.’
Dat het burgers niks kan schelen wat er wordt vastgelegd is overigens niet waar. Dit jaar deed het CBP onderzoek naar de acceptatie van databases. Daaruit bleek dat burgers die zeggen ‘niks te verbergen te hebben’ schrokken toen zij werden geconfronteerd met de verwerkingen van hun persoonsgegevens. ‘Burgers willen weten wíe wáárom wélke gegevens over hen bewaart en zo controle houden over de verwerking van hun persoonsgegevens.’ De conclusie was: burgers accepteren de steeds ruimere verwerking omdat zij het gevoel hebben dat het onvermijdelijk is en steken daarom de kop in het zand. Het CBP had een serieus advies: ‘Het vergt van publieke en private instellingen dat zij actief mensen helderheid geven over de aard van de gegevens die zij verwerken en het doel waarmee zij dit doen. Alleen dan kunnen burgers hun rechten op dit gebied uitoefenen.’ Het CBP heeft slechts een adviserende taak.

Bron: MARGREET FOGTELOO / De Groene Amsterdammer

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
mei
01
2009
0

Nooit gepakt en toch bang

De elektronische burger is vogelvrij. We leven in een digitale dictatuur. Dat wil zeggen, niet wijzelf maar onze digitale dubbelgangers. Voor die dubbelgangers lijken de mensenrechten niet te gelden. Al gelden ze in Duitsland net iets meer dan in Nederland.

BERLIJN – Laat ik het maar bekennen. Ik heb een pakje batterijen in mijn wagentje langs de kassa geschoven (geregistreerd op video). Ik heb op internet handleidingen voor het maken van bommen bekeken (mijn provider kan mij verraden). Ik heb een klantenkaart van de Kaufhof (die nu van alles over mijn koopgedrag weet). Ik heb een rekening twee keer ingediend en twee keer betaald gekregen (mijn mailbox weet het). Ik heb mijn e-mailadres aan een handelaar in persoonsgegevens van journalisten gegeven (dat adres zwerft nu door heel Duitsland). Ik heb Oostenrijk over de snelweg doorkruist zonder tol te betalen (geregistreerd door een videoscan). Ik heb de gegevens van mijn creditcard aan de Deutsche Bahn afgestaan (de chef van de Deutsche Bahn is zojuist afgetreden vanwege onoorbare omgang met persoonsgegevens). Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ik ben een elektronisch doorzichtige burger. Wie wil, kan van alles over mij te weten komen. En dat terwijl ik toch een heel voorzichtige burger ben. Ik ben terughoudend met mijn persoonsgegevens. Ik koop weinig via internet. Ik doe aan geen enkele loterij mee. Ik dreig telefonische reclamemakers met juridische stappen. Ik heb geen profiel bij elektronische vriendenclubs als Facebook en sla ieder verzoek om vriend te worden af. Ik vul geen enquêtes in en maak een grote boog om blondines die gewapend met vragenlijst en balpen mensen op straat aanspreken. Maar al ben ik nog zo voorzichtig, doorzichtig ben ik toch. Ik weet alleen niet voor wie. Ze hebben zich nog niet gemeld. Ik ben niet gepakt voor batterijen stelen, dubbel incasseren of tol ontduiken. De Kaufhof achtervolgt mij niet met ongewenste reclame. Mijn creditcardrekening is niet door onverlaten geplunderd. Ik ben niet opgepakt bij een razzia op bommenleggers. Ik krijg alleen wat veel persberichten van organisaties die mij in de verste verte niet interesseren. Het valt dus allemaal wel mee. ‘Men’ weet wel veel van me, maar ‘men’ is niet bijster in mij geïnteresseerd. Ik beschik op z’n minst nog over de illusie van privacy. Ik kan me inbeelden dat wat ik doe en wie ik ben grotendeels alleen mijzelf bekend is en dat ik zelf bepaal wat anderen van mij te zien krijgen en te weten komen. Tegelijk moet ik met de gedachte leven dat ik een elektronische dubbelganger heb, dat er in een virtuele ruimte een persoon bestaat die mijn naam draagt, mijn uiterlijk heeft, dingen heeft gedaan die ik ook heb gedaan, mijn e-mailadres heeft, mijn autokenteken en mijn rekening-, creditcard-, belasting- en ziekenfondsnummer. Maar ik bepaal niet wat anderen van die dubbelganger te zien krijgen, ik heb geen invloed op het beeld dat anderen van hem vormen en ik weet niet wat zij met hem van plan zijn. Ook al bestaat die dubbelganger niet uit vlees en bloed maar slechts uit nullen en enen, toch is hij een persoon in de volledige juridische en filosofische betekenis van het woord. Hij is net als zijn fysieke evenknie in het vizier van de staat en zijn organen, van de commercie met haar verleidingen en van mijn medemensen met hun nieuwsgierigheid. De vraag is alleen of ik erop kan vertrouwen dat die dubbelganger dezelfde bescherming van de wet geniet als ikzelf. ‘De waarde van de mens is onaantastbaar’, legde de Bondsrepubliek precies zestig jaar geleden in het eerste artikel van haar grondwet vast. Geldt dat ook voor mijn dubbelganger? Is ook zijn grondrecht op zelfbeschikking gegarandeerd? In Duitsland hebben ze, anders dan in Nederland, een voor iedereen toegankelijk gerechtshof dat toetst of wetten, regelingen en besluiten met de grondrechten van de burgers in overeenstemming zijn. Dat constitutionele hof, het Bundesverfassungsgericht, gevestigd te Karlsruhe, heeft al in 1983 in een beroemde uitspraak vastgesteld dat de onaantastbaarheid van het individu zich ook uitstrekt tot de zogeheten ‘informationele zelfbeschikking’. Die uitspraak zorgde er toen voor dat de staat een voorgenomen volkstelling moest afgelasten. Met die uitspraak maakte Duitslands hoogste rechter duidelijk dat hij geen onderscheid wenst te maken tussen mij en mijn dubbelganger. Het leven van mijn dubbelganger heeft dezelfde onaantastbare waarde als dat van mijzelf. Daarom ben ik ook de enige die zeggenschap heeft over mijn dubbelganger. Niemand mag over hem beslissen zonder dat ik daar weet van heb en zonder dat ik daar toestemming voor geef. MAAR IN DE digitale wereld van mijn dubbelganger neemt men het niet zo nauw met de wet. Zelfs de staat trekt zich niet veel aan van het zelfbeschikkingsrecht van mijn dubbelganger. Hij wil hem kunnen observeren en bespioneren zonder dat die het merkt en zonder dat die er toestemming voor geeft. Hij wil, wanneer hem dat goeddunkt, toegang tot diens activiteiten op het internet, hij wil weten waar, wanneer en met welk doel hij zich door de telefoonnetwerken beweegt en hij wil hem in zijn publieke gedrag kunnen observeren en desgewenst ook in zijn privé-gedrag. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken heeft eind vorig jaar geprobeerd zich daartoe uitgebreide volmachten te verschaffen, maar de in rode toga’s gestoken dames en heren in Karlsruhe floten hem op wezenlijke punten terug. Slechts bij concrete verdenkingen van ernstige delicten en met toestemming van een rechter mag hij privé-computers en privé-huizen binnenvallen. Priesters, strafpleiters en volksvertegenwoordigers zijn van zijn nieuwsgierigheid gevrijwaard. Maar journalisten zoals ik mag hij wél bespioneren, want dat is een beroepsgroep die niets liever doet dan gevoelige informatie vergaren en contact onderhouden met informanten die iets voor de staat te verbergen hebben. De staat doet niet kinderachtig over wat hij wil. In de slotbepaling van de eind vorig jaar besloten politiewet stellen de opstellers zonder omwegen dat de wet de inperking betekent ‘van het grondrecht op lichamelijke integriteit, op de vrijheid van de persoon, op het brief-, post- en telefoongeheim, op de vrije vestiging en op de onaantastbaarheid van de privé-woning’. De woordvoerders van de staat laten er geen misverstand over bestaan: als het om de veiligheid gaat moet de vrijheid een stapje terug doen. Maar de grondwet bedoelde juist het omgekeerde: de veiligheid moet te allen tijde in dienst staan van de vrijheid. Dat laatste heeft het constitutionele hof herhaaldelijk bekrachtigd. Maar sinds de oorlog aan het terrorisme is verklaard, zoeken de ministers van Binnenlandse Zaken telkens weer de grenzen op van wat de grondwet toelaat en wat niet. Het is een kat-en-muisspel. De veiligheidsspecialisten van de staat doen telkens weer verregaande voorstellen en moeten dan prompt in Karlsruhe verschijnen. Maar hoe vaak de staat daar ook bakzeil haalt – de laatste jaren heeft het hof een hele reeks voorstellen van de staat verworpen of op wezenlijke punten gecorrigeerd –, het netto resultaat is dat de grondrechten van mij en mijn dubbelganger steeds weer een beetje meer in de knel raken. De verleidingen voor de staat zijn groot. Telkens doen zich nieuwe technische mogelijkheden voor om een almaar preciezer profiel van mijn dubbelganger te maken. In de naaste toekomst wenken allerlei biometrische technieken die de uniciteit van mijn dubbelganger steeds nauwkeuriger vastleggen. Mijn vingerafdrukken, de afdrukken van mijn handbal, mijn DNA, mijn iriscopische karakteristiek, de precieze maten van mijn gezicht, het profiel van mijn stem: het laat zich allemaal in bits en bytes vastleggen. Elk element draagt bij tot de schepping van een perfecte dubbelganger die de staatsorganen helpen om hem waar dan ook, wanneer dan ook en hoe dan ook met mij te vereenzelvigen en mij verantwoordelijk te maken voor wat ze mijn dubbelganger ten laste menen te kunnen leggen. Al die biometrische gegevens kan men simpel opslaan in een chip op mijn identiteitsbewijs – vanaf deze zomer gaat dat al met vingerafdrukken gebeuren. Op die manier wordt de afstand tussen mij en mijn dubbelganger steeds kleiner. De dag waarop hij zelfs geheel met mijn lichaam zal samenvallen is volgens sommigen niet ver meer. Dat is de dag waarop ik mijn persoonlijke gegevens in een chip onder mijn huid met me zal meedragen, een chip die met de ontwikkeling van nieuwe technieken op steeds grotere afstanden afleesbaar zal zijn. En ik krijg nu al de kriebels als ik door een detectiepoortje moet… De staat breidt zijn verzamelwoede almaar uit. Hij verlangt steeds vaker toegang tot databestanden die voor andere doelen dan de terrorismebestrijding zijn aangelegd. Kijk alleen maar naar de gretigheid waarmee hij zich de gegevens over het telecommunicatieverkeer probeert toe te eigenen. Jarenlang hebben Europese en nationale overheden er met beschermers van de privacy over geruzied hoe lang telefoonbedrijven en internetproviders communicatiegegevens moeten bewaren ten behoeve van de verschillende politiediensten. Duitsland koos na een uitvoerig publiek debat voor een maximale bewaartermijn van een half jaar en strenge regels voor de toegang van de politiediensten. In Nederland is zonder publiek debat de door de regering voorgestelde termijn van achttien maanden door enkele liberale volksvertegenwoordigers met de nodige moeite teruggebracht tot twaalf maanden. Die bewaarplicht voor telecommunicatie betreft alleen gegevens over tijdstip, afzender en ontvanger van de berichten. De inhoud blijft onberoerd. Maar de nieuwsgierigheid van de staat is onverzadigbaar. Daarom werkt hij er hard aan om ook toegang tot die inhoud te krijgen. Telecommunicatiebedrijven zijn verplicht aftapmogelijkheden in hun systemen in te bouwen. Van die aftapkanalen maken de organen van de overheid blijkens cijfers steeds vaker gebruik. In de laatste tien jaar is het aantal keren dat rechters in Duitsland toestemming gaven om telefoon- of internetverkeer af te tappen met bijna duizend procent gestegen. Met argumenten als de bestrijding van terrorisme, georganiseerde criminaliteit en kinderpornografie, maar ook op grond van zoiets vaags als ‘suïcidegevaar’, verschaften politiediensten zich toegang tot de inhoud van talloze gesprekken en berichten. IN DE WERELD van de informatiesystemen zijn behalve de staat nog tal van anderen actief. Die trekken zich over het algemeen nog minder van de grondrechten van mijn dubbelganger aan dan de staat. Dat plaatst de staat voor een lastig dilemma. Aan de ene kant wil hij niets liever dan zelf zo veel mogelijk van de overal opgeslagen gegevens gebruikmaken. Aan de andere kant verplicht de grondwet hem iedere aantasting van de waarde van het individu door anderen te verhinderen. Neem de videobewaking. De staat heeft er belang bij om de talloze videobeelden die in winkelcentra, parkeergarages, bankgebouwen of waar dan ook worden opgenomen, te kunnen gebruiken als bewijsmateriaal bij delicten. Tegelijk moet hij ervoor zorgen dat de eigenaars van die bewakingssystemen er geen misbruik van maken. Die dubbelrol leidt tot verlamming. Toen bleek dat de Duitse discountketen Lidl video-opnamen gebruikte om het eigen personeel te bespioneren, was de publieke verontwaardiging groot, stonden de privacybewakers op hun achterste benen, nam het bedrijf de boetehouding aan, maar weigerde de staat over scherpere regels voor de bescherming van de werknemersprivacy na te denken. En dat terwijl al snel bleek dat het Lidl-schandaal slechts het topje van een ijsberg was. Handelaren in bewakingssoftware, advocaten gespecialiseerd in arbeidsrecht en verenigingen van detectives gaven aan dat het bespioneren van personeel in Duitsland eerder regel dan uitzondering is. Ook als het om de illegale handel met persoonsgegevens gaat, zeg maar: de mensenhandel met dubbelgangers, treedt de overheid nonchalant op. In augustus vorig jaar dook in Duitsland een cd op met zeventienduizend namen, adressen en bankrekeningnummers. Een medewerker van een callcenter had ze stiekem op zijn werk gekopieerd. De gegevens werden gebruikt om mensen over de telefoon loten aan te smeren. Toonden de mensen ook maar vage belangstelling, dan werd prompt een bedrag van hun rekening afgeschreven. Privacybeschermers sloegen groot alarm. In een mum van tijd legden hackers, journalisten en databeschermers hele netwerken van illegale handel in persoonsgegevens bloot. Ze bestookten de overheid met voorstellen om het misbruik in te dammen. De reactie van de verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken: ‘Ik raad de burgers aan hun bankafschriften regelmatig te controleren.’ Hoe opportunistisch de staat in dit soort kwesties opereert, was kort tevoren gebleken toen de Duitse geheime dienst van een dubieuze tussenpersoon voor 4,2 miljoen euro een gestolen cd kocht met gegevens over zo’n duizend belastingontduikers. De kans om enkele honderden miljoenen euro achtergehouden belastinggelden op te strijken, maakte de staat blind voor de illegale herkomst van de informatie. Met die actie legitimeerde de staat een hele branche van maffiose ondernemers die dubbelgangers gijzelen en afpersen teneinde aan de banktegoeden van reële burgers te komen. Dat is een branche waarin volgens schattingen wereldwijd inmiddels honderden miljarden euro omgaan. Een speciale verantwoordelijkheid heeft de staat wanneer het om mijn dubbelganger als drager van medische gegevens gaat. In veel landen lopen projecten om medische dossiers van burgers samen te stellen en op te slaan. Daarbij gaat het om gevoelige informatie, die thuishoort in de veilige sfeer van de spreekkamer, afgeschermd door beroepsgeheim en persoonlijkheidsrechten. Zijn mijn gegevens eenmaal gedigitaliseerd en samengevoegd tot een elektronisch dossier, dan heb ik een anatomische dubbelganger. Voor artsen en medische diensten is het handig wanneer ze die via een centrale kunnen raadplegen. Maar er zijn ook andere geïnteresseerden die graag met mijn dubbelganger kennis zouden willen maken: verzekeringsmaatschappijen, farmaceutische bedrijven en soms ook de organen van de staat. Terecht maken privacybeschermers, burgeractivisten en politici zich extra zorgen over de veiligheid van mijn anatomische dubbelganger. Het ziet ernaar uit dat het elektronisch patiëntendossier zoals men dat momenteel in Nederland ontwikkelt die veiligheid niet kan bieden. In Duitsland heeft men de normen hoger gesteld en ontwikkelt men een systeem waarin mijn dubbelganger alleen te raadplegen valt wanneer ik zelf met een unieke sleutel de deur naar hem openzet. Bovendien bevindt mijn dubbelganger zich niet op één centrale plek maar is hij verdeeld over verscheidene servers, wat bescherming biedt tegen digitale dieven. Het is een systeem dat zelfs alarmistische privacyactivisten tot bewondering dwingt. Zo’n unieke sleutel zou ik ook wel willen hebben voor mijn consumptieve dubbelganger. Die loopt nog steeds volkomen onbeschermd rond in het digitale consumptieparadijs. Nu is dat in mijn geval een sober type. Ik houd hem zo kort mogelijk. Lekker shoppen is er voor hem niet bij. Er zijn maar een paar dingen die ik hem laat kopen, en dan alleen bij vertrouwde adressen. Klantennummers verzamel ik zo spaarzaam mogelijk, die geven mijn dubbelganger te veel profiel. Speciale voorzichtigheid neem ik in acht bij Google. Die internetaanbieder beschikt inmiddels over een van ’s werelds grootste databanken, waar internationale geheime diensten likkebaardend naar staan te kijken. Ik gebruik alleen de zoekmachine van Google, van Google-diensten waarvoor ik me moet registreren, blijf ik af. De staat laat met enig recht mijn consumptieve dubbelganger ongemoeid. Hij belaagt hem niet en hij beschermt hem niet. Die dubbelganger moet zichzelf maar zien te redden op de vrije markt van consumptiegoederen. Wie met zijn koopgedrag te koop wil lopen, moet het zelf weten. Bovendien is wat die dubbelganger weet niet echt interessant voor de staat. De enige markt die dat wél is, is de financiële. Daar worden door banken en instituten die kredieten registreren enorme hoeveelheden gegevens verzameld. In de strijd tegen het terrorisme zoekt de staat naar steeds meer mogelijkheden om toegang tot die financiële databanken te krijgen. Het internationale betalingsverkeer ligt al goeddeels open voor de inlichtingendiensten, de druk op het nationale betalingsverkeer neemt toe. DE STAAT lijkt er steeds weer vanuit te gaan dat in de elektronische ruimte waarin zijn inlichtingendiensten opereren de grondwet niet van kracht is. Hij creëert bewust een tweede, virtuele samenleving waarin de waarde van mijn dubbelganger als individu niet meer telt. Zo’n samenleving heet in politieke termen een dictatuur. Zoals de Stasi vroeger in de DDR in het geheim informatie over reële burgers verzamelde, zo verzamelen de organen van de huidige Bondsrepubliek ongevraagd, ongemerkt en ongebreideld gegevens over de dubbelgangers van haar burgers. Die dictatuur mag dan virtueel zijn, niet uit fysieke personen bestaan maar uit informatieknooppunten, zolang de rechters burgers en hun dubbelgangers dezelfde waarde toekennen, is die dictatuur reëler dan de staat lief zou mogen zijn. Wat de digitale samenleving vooral tot dictatuur maakt is dat burgers nauwelijks inzicht hebben in de verzamelpraktijken van de staat, laat staan dat ze er invloed op kunnen uitoefenen. Zelfs de officiële beschermers van de privacy – en dat zijn er in Duitsland nogal wat, zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten – tasten iedere keer weer in het duister over de gegevens die de staatsorganen zoal verzamelen. Ze komen telkens weer voor verrassingen te staan, lopen voortdurend achter de feiten aan, maar trekken gelukkig vaak stevig aan de bel en dwingen politici en rechters tot ingrijpen. Zo moest begin vorig jaar een aantal deelstaten het willekeurig scannen van autokentekens stoppen nadat privacybeschermers het constitutionele hof hadden ingeschakeld. De inzet van verborgen videoscanners langs de weg maakte inbreuk op de bewegingsvrijheid van onverdachte burgers. Dat mijn dubbelganger in een dictatuur leeft, betekent nog niet dat dat ook voor mij geldt. Op de schaal van rechtsstaat via veiligheidsstaat, bewakingsstaat, preventiestaat en politiestaat naar totalitaire staat bevind ik mij als reële burger nog ergens tussen veiligheids- en bewakingsstaat in. Er is al veel op mijn grondrechten beknibbeld ten behoeve van mijn veiligheid en ik moet met de gedachte leven dat de staat mij via mijn digitale dubbelganger tamelijk scherp in het oog heeft. Maar het is nog niet zo dat de staat op grond van zijn kennis over mij, mij allerlei beperkingen oplegt, zoals in een preventiestaat, of mij regelrecht onder toezicht plaatst, zoals in een politiestaat. Zodra de staat de grens naar de preventiestaat overschrijdt, vindt er een essentiële omslag plaats. Vanaf dat moment neemt de staat niet langer mij tot uitgangspunt van zijn handelen, maar mijn dubbelganger. Voor alles wat hij over mijn dubbelganger weet, maakt hij mij verantwoordelijk en laat hij mij de consequenties dragen. Dat leidt tot zulke nachtmerrieachtige situaties als waarin de Braziliaanse elektricien Jean Charles de Menezes terechtkwam. De Britse geheime dienst had zijn digitale dubbelganger in de categorie terroristen ingedeeld. Daarop besloot de politie de reële burger Menezes op een Londens metrostation aan te houden. De totaal verraste Braziliaan reageerde paniekerig, waarop de politie hem met vijf kogels velde. Bij nader onderzoek was van een terroristische connectie geen spoor te bekennen. De dubbelganger die mijn leven overneemt – dat is de situatie waar ik bang voor ben. Zeker als ik er Dostojevski’s angstaanjagende klassieker De dubbelganger nog eens op nalees. De brave ambtenaar Jakov Petrovitsj Goljadkin stuit in een gure nacht op een man die precies op hem lijkt, dezelfde naam en dezelfde levensgeschiedenis heeft en ook hetzelfde werk doet op hetzelfde departement. Als hij over zijn eerste verbazing heen is, probeert hij er maar het beste van te maken en vriendschap met hem te sluiten. Tot hij merkt dat zijn dubbelganger stelselmatig zijn leven ondermijnt. Door toedoen van zijn evenbeeld keert iedereen zich tegen hem, komt hij van de ene compromitterende situatie in de andere terecht en verliest hij elk houvast in het bestaan. Het eindigt ermee dat men hem naar een gesticht afvoert, terwijl zijn dubbelganger triomferend rond de koets danst. Maar zo ver is het nog niet. Ik voel mij door mijn dubbelganger nog niet tot wanhoop gedreven. Bovendien woon ik in Duitsland. Niet dat de situatie daar zo veel beter is dan elders, dat de staat daar minder nieuwsgierig is naar mijn doen en laten en minder geneigd is mijn vrijheid aan te tasten ten behoeve van mijn veiligheid. Maar de juridische situatie is er helderder dan in bijvoorbeeld Nederland. Duitse burgers staat te allen tijde de rechtsgang naar Karlsruhe open wanneer ze menen dat de staat hun grondrecht op informationele zelfbeschikking aantast. En het constitutionele hof heeft zich in het verleden vaak genoeg als een democratische rots in de branding van overijverige wetgevers betoond. Daarnaast vind ik het geruststellend dat, mede door dat levendige juridische gesteggel, de Duitsers het debat over de gevaren van de informatiemaatschappij buitengewoon openlijk voeren. Onder de door de staat aangestelde privacybeschermers (Datenschutzbeauftragte) zitten enkele notoire kuitenbijters die het publieke debat flink opstoken. Er zijn veel goed geïnformeerde journalisten, die alert reageren op elk nieuw initiatief van de staat. Er is een actieve hackersbeweging die technische knowhow paart aan politieke gedrevenheid. Kunstenaars stellen in hun werk het thema op provocerende wijze aan de orde. En met name jonge schrijvers geven blijk van een bemoedigend engagement met de zaak. Kom daar in Nederland maar eens om! In Nederland overheerst de onverschilligheid. Het motto luidt: wie niets te verbergen heeft, hoeft nergens bang voor te zijn. Maar ik heb wel degelijk iets te verbergen! Weliswaar niet iets waar de staat zich druk over zou moeten maken, maar iets veel wezenlijkers. Dat is mijn privacy, mijn domein waar ik kan denken en doen wat ik wil zonder dat iemand mij daarbij gadeslaat, zonder dat het oog van de staat of van de openbaarheid op mij rust. Het gaat hier om een absoluut mensenrecht, dat zonder extra premissen volgt uit de eerste zin van de Duitse grondwet: ‘De waarde van de mens is onaantastbaar’. En dat recht geldt zoals gezegd ook voor mijn elektronische dubbelganger. Ik heb niet de minste behoefte aan een dubbelganger die in de etalage van het world wide web voor wie maar wil te kijk en te koop staat. Ik behoor niet tot degenen die hun gevoel voor eigenwaarde ontlenen aan de belangstelling die hun dubbelganger op het internet (bijvoorbeeld in een van de vele digitale vriendenclubs) ten deel valt. Als ik naar mijn dubbelganger kijk zoals die te voorschijn komt wanneer ik mijn naam op Google intik, dan kan ik daar alleen maar met bevreemding naar kijken. Wat ik voor me zie is een uit willekeurige facetten opgebouwd portret. Alsof je naar een picassoëske beeltenis kijkt waarvan de oren niet bij de kaken passen, de neus niet bij de mond, de ene arm te lang is, de andere te kort en de benen er onnatuurlijk bij bungelen. Daarom wil ik dat ik en niemand anders de zeggenschap over mijn dubbelganger heeft. Dat niemand zonder mij te raadplegen conclusies aan mijn dubbelganger verbindt die mij persoonlijk raken. Ik heb een nachtmerrie. In Berlijn zat niet zo lang geleden een bekende stadssocioloog drie maanden in voorarrest. Zijn misdrijf was dat er teksten van hem op internet rouleerden over de ‘gentrificering’ (wij zouden zeggen: ‘yuppificering’) van een voormalige bohémienwijk. Diezelfde term dook ook op in pamfletten van militante groepen die in die wijk dure auto’s in brand staken. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurt wanneer straks in Berlijn militante privacyactivisten aanslagen plegen op het gloednieuwe complex van de Duitse inlichtingendienst onder het motto: ‘Blijf van mijn digitale dubbelganger af!’ En dat de geheime dienst dan dit artikel van mij op internet tegenkomt.

Bron: ANTOINE VERBIJ / De Groene Amsterdammer

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl