mei
08
2009
0

Niets meer te verbergen

‘WIJ LIJKEN SOMS wel digitale hamsters’, zei Tweede-Kamerlid Ronald van Raak (SP) twee weken geleden tijdens het Kamerdebat over de invoering van de nieuwe Paspoortwet. Zijn verzuchting refereerde aan de onstuitbare drang van de overheid om persoonlijke gegevens van burgers centraal en digitaal vast te leggen. Staatssecretaris Ank Bijleveld (Binnenlandse Zaken) verdedigde zich in omineuze bewoordingen: ‘De nieuwe paspoortadministratie zorgt voor een zo betrouwbaar mogelijk systeem en wordt absolúút geen opsporingsdatabank voor misdadigers.’ Ze zei dat ‘lukraak rondneuzen’ in de centrale administratie niet mogelijk is omdat alleen officieren van justitie gegevens kunnen opvragen en zij alleen kunnen inloggen met een digitale handtekening.
Maar hoe weet zij dat zo zeker? Het probleem is, zoals bij álle centrale databases met privacygevoelige gegevens van burgers, dat ondanks ‘voldoende maatregelen’ inbraak en misbruik door onbevoegden niet zijn uit te sluiten. Een garantie dat wettelijk vastgelegde regels niet worden geschonden is er niet. Dat dit gebeurt, onttrekt zich meestal aan het zicht, zeker als het gaat om staatsgeheimen. De enkele keer dat het wél naar buiten komt, zorgt het voor ophef maar het onheil is dan reeds geschied.
Een actueel voorbeeld zijn de lekkende medewerkers van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Zij hebben gevoelige informatie verstrekt aan De Telegraaf. Een ander geval kwam begin deze maand naar buiten tijdens een afscheidsinterview met Irene Michiels van Kessenich, de voorzitter van de Commissie van Toezicht betreffende Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (CITV), met NRC Handelsblad. Zij vertelde dat de inlichtingendienst en de politie de inhoud van sms’jes ontvangen van twee telecomproviders (T-Mobile en Vodafone), zonder toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken. Verkeersgegevens – wie met wie belt of mailt – werden niet gescheiden van de inhoud verstuurd. Beide providers zeggen desgevraagd dat ‘er inmiddels technische maatregelen zijn getroffen om de inhoud te filteren van de verkeersbewegingen’. Maar het blijft onbevredigend. Wat gebeurt er nog meer ‘per ongeluk’ of vanwege technische onkunde wat we nu niet weten? En wat doen politie en inlichtingendiensten überhaupt met gegevens over het telecomgedrag van iedereen?
Het maakt andermaal duidelijk dat het opslaan van antecedenten van alle Nederlanders riskant is. Bij misbruik wordt altijd gedacht aan buitenstaanders, zoals hackers, criminelen of andere onbevoegden met specifieke doeleinden, zoals bedrijven of verzekeringen. Maar ook de overheid zélf kan in de verleiding komen om de opgeslagen antecedenten en fysieke kenmerken van burgers te gebruiken bij opsporing van verdachten van terreur en misdaad. Hoewel het inbreuk op de privacy is, laat de wet toe dat ‘hogere belangen’ gebruik ervan rechtvaardigen. Zoals Tineke Strik, Eerste-Kamerlid van GroenLinks, tijdens het debat over het nieuwe paspoort zei: ‘De samenleving wordt transparant, terwijl de overheid zich in mist hult. De burgers moeten zich overleveren aan de overheid, zonder dat die kan garanderen dat de gegevens veilig zijn.’

IS DE OVERHEID kwaadwillend of naïef? Duidelijk is dat alle kritiek wordt weggewimpeld. Dat blijkt al jaren bij de invoering van nieuwe wetten om databases van gegevens van burgers vast te leggen. Het verloopt volgens een vast patroon.
Het plan wordt door een minister gepresenteerd als een voordeel ten opzichte van de oude situatie en ten dienste van een ‘goed doel’. De OV-chipkaart, het kinddossier, het Elektronisch Patiëntdossier (EPD), de ‘slimme meter’, het centraal opslaan van parkeergegevens, het nieuwe paspoort – het is allemaal efficiënter en dus beter voor de burger. Het kinddossier zou achterstanden bij kinderen en mishandeling door opvoeders in een vroeg stadium signaleren. Het landelijk systeem met alle medische gegevens is bedoeld om artsen bij spoedgevallen sneller te laten handelen waardoor er twaalfhonderd onnodige sterfgevallen per jaar voorkomen worden. De ‘slimme meter’ zou consumenten door inzicht in het energiegebruik aanzetten tot besparing.
Dit soort plannen stuit steevast op weerstand bij instanties als het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) en het parlement (met name D66 en GroenLinks). De kritiek komt telkens op hetzelfde neer: risico’s van oneigenlijk gebruik en een wettelijke schending van privacy. De OV-chipkaart legt immers het hele reisgedrag vast. Met de ‘slimme meter’ kunnen energieleveranciers het leefpatroon van burgers zeer nauwkeurig in kaart brengen. Het kind- en patiëntdossier hebben betrekking op zeer gevoelige zaken als levensstijl en ziekten.
Over het voornemen van het nieuwe paspoort gaf het CBP in 2007 een zeer helder advies: ‘Het aanleggen van een centrale reisdocumentenadministratie met biometrische gegevens brengt voor burgers ernstige en waarschijnlijk onnodige risico’s voor de persoonlijke levenssfeer mee, waartegen zij zich niet kunnen wapenen. Een gedegen analyse van de voor- en nadelen van zo’n databank ontbreekt en alternatieven zijn niet besproken. Daardoor is het wetsvoorstel tot invoering van het systeem in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’ Het CBP drong er bij de staatssecretaris op aan indiening van het wetsvoorstel te heroverwegen.
De keuze van de minister voor een centrale databank waardoor 24 uur per etmaal en zeven dagen per week de identiteit van personen online kan worden geverifieerd, lijkt volgens het CBP ook te zijn ingegeven door andere motieven dan alleen het streven naar een soepel verlopend aanvraag- en uitgifteproces: het opsporen van strafbare feiten, waaronder het bestrijden van terrorisme. Het CBP wijst erop dat dit wetsvoorstel voor deze doeleinden er weer één extra is boven op alle andere maatregelen die in de afgelopen periode al zijn genomen, zoals de verplichting om verkeersgegevens te bewaren en de uitbreidingen van strafvorderlijke bevoegdheden. Het CBP stelt: ‘Deze consequentie vormt een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer omdat ook de gegevens van niet verdachte burgers in het register zijn opgenomen.’
Het CBP wijst tevens op een gevaar dat ook geldt voor andere databases: het risico van een breder gebruik dan alleen de oorspronkelijk geautoriseerde instanties: ‘Het wetsvoorstel bevat een lijst van personen en organisaties waaraan persoonsgegevens kunnen worden verstrekt. Dat zijn er al veel. Wanneer een centrale reisdocumentenadministratie eenmaal is gerealiseerd zullen er, zo leert de praktijk, nieuwe soorten doelen en gebruikerswensen ontstaan. De gegevens die eens werden opgeslagen voor specifieke doeleinden, zullen de belangstelling krijgen van andere personen en organisaties, waardoor de doelbinding in gevaar komt. Het risico van breder gebruik – function creep – is niet denkbeeldig.’
Maar meestal slaan bewindslieden bezwaren in de wind en wordt de wet met de nodige aanpassingen door de Tweede Kamer geloodst. Soms lukken plannen niet, zoals dat voor de ‘slimme elektriciteitsmeter’, vanwege te grote aversie van burgers.

DIT HELE PATROON – wetten doorvoeren ondanks kritiek – toont een onomkeerbare ontwikkeling: de overheid is bezig om zo veel mogelijk privé-gegevens op te slaan. Over de risico’s ervan waarschuwt Rop Gongrijp, medeoprichter van XS4ALL en waakhond van internetmisbruik, al jaren. In 2006 was hij initiatiefnemer van de actiegriep Wij vertrouwen stemcomputers niet. Hij zegt: ‘Nederland is op weg om een politiestaat te worden, want het echte probleem is de staat zelf. Die streeft naar meer controle en is zelf van controle uitgesloten. In Nederland kan de wet niet aan de grondwet getoetst worden, zoals in Duitsland wel het geval is bij het Constitutioneel Hof in Karsruhe. De Nederlandse burgers vertrouwen op hun beurt op de alwetende staat als een goede vader die voor hen zorgt. Maar ongecontroleerde macht geeft per definitie problemen.’
Gongrijp wijst als verklaring voor de onwetende houding van zowel de overheid als de burgers naar het onderwijs. ‘Als je dertig jaar lang het onderwijs uitkleedt, dan creëer je mensen die niet in staat zijn om integraal hierover na te denken. De samenleving krijgt daarvoor de rekening. Er ligt een scala aan gegevens en het is een illusie te denken dat daar géén misbruik van gemaakt gaat worden. Denk maar eens aan PVV-Kamerlid Fleur Adema die heeft gezegd dat ze alles wat links is, of dat in het verleden was, met wortel en tak wil uitroeien. Nederland is in de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot kampioen aftappen en afluisteren. Er is geen kritische massa die het proces kan keren.’
‘Wij betitelen het als Das Leben der Anderen’, zegt Rik van Amersfoort van onderzoeksbureau Jansen en Jansen. ‘Het onzichtbaar stapelen van informatie is een gevaarlijke ontwikkeling waar niemand zicht op heeft. Pas over zo’n vijftig jaar zal duidelijk zijn wat er nu allemaal precies over ons wordt opgeslagen. Wij lopen op tegen de verkramptheid waarmee de overheid omgaat met informatie. We doen continu een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), maar dat is een trage procedure die al gauw een jaar duurt en vaak worden we ingehaald door nieuwe wetgeving.’
Het bureau heeft geen inzicht in wat de overheid precies doet met alle informatie: ‘Het is ook onduidelijk of het zin heeft: worden er meer delicten opgelost? Worden er terroristische acties voorkomen? De suggestie dat het preventief werkt, wordt nergens hardgemaakt. Er is sprake van een omgekeerde ontwikkeling: je moet straks bewijzen dat je onschuldig bent.’
Net als andere critici zegt Van Amersfoort dat handhaving de crux is: ‘Volgens de wet mag er geen misbruik gemaakt worden van privacygevoelige gegevens, maar het gebeurt toch, zoals providers laten zien. We weten bijvoorbeeld dat rechercheurs bij instanties om gegevens vragen vanwege veiligheid en dat die instanties vaak niet goed op de hoogte zijn dat ze dat dan mogen weigeren. Het systeem van digitale bestanden lokt uit dat slimme mensen ervan profiteren en onwetende burgers er het slachtoffer van kunnen worden. De overheid creëert een samenleving waarin iedere burger zich moet gedragen volgens het systeem van pasjes en nummers. Wie dat doet heeft geen direct probleem, maar ondertussen wordt iedereen begluurd. Wij pleiten voor de plicht van de overheid om iedereen met rust te laten.’
Dat het burgers niks kan schelen wat er wordt vastgelegd is overigens niet waar. Dit jaar deed het CBP onderzoek naar de acceptatie van databases. Daaruit bleek dat burgers die zeggen ‘niks te verbergen te hebben’ schrokken toen zij werden geconfronteerd met de verwerkingen van hun persoonsgegevens. ‘Burgers willen weten wíe wáárom wélke gegevens over hen bewaart en zo controle houden over de verwerking van hun persoonsgegevens.’ De conclusie was: burgers accepteren de steeds ruimere verwerking omdat zij het gevoel hebben dat het onvermijdelijk is en steken daarom de kop in het zand. Het CBP had een serieus advies: ‘Het vergt van publieke en private instellingen dat zij actief mensen helderheid geven over de aard van de gegevens die zij verwerken en het doel waarmee zij dit doen. Alleen dan kunnen burgers hun rechten op dit gebied uitoefenen.’ Het CBP heeft slechts een adviserende taak.

Bron: MARGREET FOGTELOO / De Groene Amsterdammer

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |
mei
01
2009
0

Nooit gepakt en toch bang

De elektronische burger is vogelvrij. We leven in een digitale dictatuur. Dat wil zeggen, niet wijzelf maar onze digitale dubbelgangers. Voor die dubbelgangers lijken de mensenrechten niet te gelden. Al gelden ze in Duitsland net iets meer dan in Nederland.

BERLIJN – Laat ik het maar bekennen. Ik heb een pakje batterijen in mijn wagentje langs de kassa geschoven (geregistreerd op video). Ik heb op internet handleidingen voor het maken van bommen bekeken (mijn provider kan mij verraden). Ik heb een klantenkaart van de Kaufhof (die nu van alles over mijn koopgedrag weet). Ik heb een rekening twee keer ingediend en twee keer betaald gekregen (mijn mailbox weet het). Ik heb mijn e-mailadres aan een handelaar in persoonsgegevens van journalisten gegeven (dat adres zwerft nu door heel Duitsland). Ik heb Oostenrijk over de snelweg doorkruist zonder tol te betalen (geregistreerd door een videoscan). Ik heb de gegevens van mijn creditcard aan de Deutsche Bahn afgestaan (de chef van de Deutsche Bahn is zojuist afgetreden vanwege onoorbare omgang met persoonsgegevens). Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ik ben een elektronisch doorzichtige burger. Wie wil, kan van alles over mij te weten komen. En dat terwijl ik toch een heel voorzichtige burger ben. Ik ben terughoudend met mijn persoonsgegevens. Ik koop weinig via internet. Ik doe aan geen enkele loterij mee. Ik dreig telefonische reclamemakers met juridische stappen. Ik heb geen profiel bij elektronische vriendenclubs als Facebook en sla ieder verzoek om vriend te worden af. Ik vul geen enquêtes in en maak een grote boog om blondines die gewapend met vragenlijst en balpen mensen op straat aanspreken. Maar al ben ik nog zo voorzichtig, doorzichtig ben ik toch. Ik weet alleen niet voor wie. Ze hebben zich nog niet gemeld. Ik ben niet gepakt voor batterijen stelen, dubbel incasseren of tol ontduiken. De Kaufhof achtervolgt mij niet met ongewenste reclame. Mijn creditcardrekening is niet door onverlaten geplunderd. Ik ben niet opgepakt bij een razzia op bommenleggers. Ik krijg alleen wat veel persberichten van organisaties die mij in de verste verte niet interesseren. Het valt dus allemaal wel mee. ‘Men’ weet wel veel van me, maar ‘men’ is niet bijster in mij geïnteresseerd. Ik beschik op z’n minst nog over de illusie van privacy. Ik kan me inbeelden dat wat ik doe en wie ik ben grotendeels alleen mijzelf bekend is en dat ik zelf bepaal wat anderen van mij te zien krijgen en te weten komen. Tegelijk moet ik met de gedachte leven dat ik een elektronische dubbelganger heb, dat er in een virtuele ruimte een persoon bestaat die mijn naam draagt, mijn uiterlijk heeft, dingen heeft gedaan die ik ook heb gedaan, mijn e-mailadres heeft, mijn autokenteken en mijn rekening-, creditcard-, belasting- en ziekenfondsnummer. Maar ik bepaal niet wat anderen van die dubbelganger te zien krijgen, ik heb geen invloed op het beeld dat anderen van hem vormen en ik weet niet wat zij met hem van plan zijn. Ook al bestaat die dubbelganger niet uit vlees en bloed maar slechts uit nullen en enen, toch is hij een persoon in de volledige juridische en filosofische betekenis van het woord. Hij is net als zijn fysieke evenknie in het vizier van de staat en zijn organen, van de commercie met haar verleidingen en van mijn medemensen met hun nieuwsgierigheid. De vraag is alleen of ik erop kan vertrouwen dat die dubbelganger dezelfde bescherming van de wet geniet als ikzelf. ‘De waarde van de mens is onaantastbaar’, legde de Bondsrepubliek precies zestig jaar geleden in het eerste artikel van haar grondwet vast. Geldt dat ook voor mijn dubbelganger? Is ook zijn grondrecht op zelfbeschikking gegarandeerd? In Duitsland hebben ze, anders dan in Nederland, een voor iedereen toegankelijk gerechtshof dat toetst of wetten, regelingen en besluiten met de grondrechten van de burgers in overeenstemming zijn. Dat constitutionele hof, het Bundesverfassungsgericht, gevestigd te Karlsruhe, heeft al in 1983 in een beroemde uitspraak vastgesteld dat de onaantastbaarheid van het individu zich ook uitstrekt tot de zogeheten ‘informationele zelfbeschikking’. Die uitspraak zorgde er toen voor dat de staat een voorgenomen volkstelling moest afgelasten. Met die uitspraak maakte Duitslands hoogste rechter duidelijk dat hij geen onderscheid wenst te maken tussen mij en mijn dubbelganger. Het leven van mijn dubbelganger heeft dezelfde onaantastbare waarde als dat van mijzelf. Daarom ben ik ook de enige die zeggenschap heeft over mijn dubbelganger. Niemand mag over hem beslissen zonder dat ik daar weet van heb en zonder dat ik daar toestemming voor geef. MAAR IN DE digitale wereld van mijn dubbelganger neemt men het niet zo nauw met de wet. Zelfs de staat trekt zich niet veel aan van het zelfbeschikkingsrecht van mijn dubbelganger. Hij wil hem kunnen observeren en bespioneren zonder dat die het merkt en zonder dat die er toestemming voor geeft. Hij wil, wanneer hem dat goeddunkt, toegang tot diens activiteiten op het internet, hij wil weten waar, wanneer en met welk doel hij zich door de telefoonnetwerken beweegt en hij wil hem in zijn publieke gedrag kunnen observeren en desgewenst ook in zijn privé-gedrag. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken heeft eind vorig jaar geprobeerd zich daartoe uitgebreide volmachten te verschaffen, maar de in rode toga’s gestoken dames en heren in Karlsruhe floten hem op wezenlijke punten terug. Slechts bij concrete verdenkingen van ernstige delicten en met toestemming van een rechter mag hij privé-computers en privé-huizen binnenvallen. Priesters, strafpleiters en volksvertegenwoordigers zijn van zijn nieuwsgierigheid gevrijwaard. Maar journalisten zoals ik mag hij wél bespioneren, want dat is een beroepsgroep die niets liever doet dan gevoelige informatie vergaren en contact onderhouden met informanten die iets voor de staat te verbergen hebben. De staat doet niet kinderachtig over wat hij wil. In de slotbepaling van de eind vorig jaar besloten politiewet stellen de opstellers zonder omwegen dat de wet de inperking betekent ‘van het grondrecht op lichamelijke integriteit, op de vrijheid van de persoon, op het brief-, post- en telefoongeheim, op de vrije vestiging en op de onaantastbaarheid van de privé-woning’. De woordvoerders van de staat laten er geen misverstand over bestaan: als het om de veiligheid gaat moet de vrijheid een stapje terug doen. Maar de grondwet bedoelde juist het omgekeerde: de veiligheid moet te allen tijde in dienst staan van de vrijheid. Dat laatste heeft het constitutionele hof herhaaldelijk bekrachtigd. Maar sinds de oorlog aan het terrorisme is verklaard, zoeken de ministers van Binnenlandse Zaken telkens weer de grenzen op van wat de grondwet toelaat en wat niet. Het is een kat-en-muisspel. De veiligheidsspecialisten van de staat doen telkens weer verregaande voorstellen en moeten dan prompt in Karlsruhe verschijnen. Maar hoe vaak de staat daar ook bakzeil haalt – de laatste jaren heeft het hof een hele reeks voorstellen van de staat verworpen of op wezenlijke punten gecorrigeerd –, het netto resultaat is dat de grondrechten van mij en mijn dubbelganger steeds weer een beetje meer in de knel raken. De verleidingen voor de staat zijn groot. Telkens doen zich nieuwe technische mogelijkheden voor om een almaar preciezer profiel van mijn dubbelganger te maken. In de naaste toekomst wenken allerlei biometrische technieken die de uniciteit van mijn dubbelganger steeds nauwkeuriger vastleggen. Mijn vingerafdrukken, de afdrukken van mijn handbal, mijn DNA, mijn iriscopische karakteristiek, de precieze maten van mijn gezicht, het profiel van mijn stem: het laat zich allemaal in bits en bytes vastleggen. Elk element draagt bij tot de schepping van een perfecte dubbelganger die de staatsorganen helpen om hem waar dan ook, wanneer dan ook en hoe dan ook met mij te vereenzelvigen en mij verantwoordelijk te maken voor wat ze mijn dubbelganger ten laste menen te kunnen leggen. Al die biometrische gegevens kan men simpel opslaan in een chip op mijn identiteitsbewijs – vanaf deze zomer gaat dat al met vingerafdrukken gebeuren. Op die manier wordt de afstand tussen mij en mijn dubbelganger steeds kleiner. De dag waarop hij zelfs geheel met mijn lichaam zal samenvallen is volgens sommigen niet ver meer. Dat is de dag waarop ik mijn persoonlijke gegevens in een chip onder mijn huid met me zal meedragen, een chip die met de ontwikkeling van nieuwe technieken op steeds grotere afstanden afleesbaar zal zijn. En ik krijg nu al de kriebels als ik door een detectiepoortje moet… De staat breidt zijn verzamelwoede almaar uit. Hij verlangt steeds vaker toegang tot databestanden die voor andere doelen dan de terrorismebestrijding zijn aangelegd. Kijk alleen maar naar de gretigheid waarmee hij zich de gegevens over het telecommunicatieverkeer probeert toe te eigenen. Jarenlang hebben Europese en nationale overheden er met beschermers van de privacy over geruzied hoe lang telefoonbedrijven en internetproviders communicatiegegevens moeten bewaren ten behoeve van de verschillende politiediensten. Duitsland koos na een uitvoerig publiek debat voor een maximale bewaartermijn van een half jaar en strenge regels voor de toegang van de politiediensten. In Nederland is zonder publiek debat de door de regering voorgestelde termijn van achttien maanden door enkele liberale volksvertegenwoordigers met de nodige moeite teruggebracht tot twaalf maanden. Die bewaarplicht voor telecommunicatie betreft alleen gegevens over tijdstip, afzender en ontvanger van de berichten. De inhoud blijft onberoerd. Maar de nieuwsgierigheid van de staat is onverzadigbaar. Daarom werkt hij er hard aan om ook toegang tot die inhoud te krijgen. Telecommunicatiebedrijven zijn verplicht aftapmogelijkheden in hun systemen in te bouwen. Van die aftapkanalen maken de organen van de overheid blijkens cijfers steeds vaker gebruik. In de laatste tien jaar is het aantal keren dat rechters in Duitsland toestemming gaven om telefoon- of internetverkeer af te tappen met bijna duizend procent gestegen. Met argumenten als de bestrijding van terrorisme, georganiseerde criminaliteit en kinderpornografie, maar ook op grond van zoiets vaags als ‘suïcidegevaar’, verschaften politiediensten zich toegang tot de inhoud van talloze gesprekken en berichten. IN DE WERELD van de informatiesystemen zijn behalve de staat nog tal van anderen actief. Die trekken zich over het algemeen nog minder van de grondrechten van mijn dubbelganger aan dan de staat. Dat plaatst de staat voor een lastig dilemma. Aan de ene kant wil hij niets liever dan zelf zo veel mogelijk van de overal opgeslagen gegevens gebruikmaken. Aan de andere kant verplicht de grondwet hem iedere aantasting van de waarde van het individu door anderen te verhinderen. Neem de videobewaking. De staat heeft er belang bij om de talloze videobeelden die in winkelcentra, parkeergarages, bankgebouwen of waar dan ook worden opgenomen, te kunnen gebruiken als bewijsmateriaal bij delicten. Tegelijk moet hij ervoor zorgen dat de eigenaars van die bewakingssystemen er geen misbruik van maken. Die dubbelrol leidt tot verlamming. Toen bleek dat de Duitse discountketen Lidl video-opnamen gebruikte om het eigen personeel te bespioneren, was de publieke verontwaardiging groot, stonden de privacybewakers op hun achterste benen, nam het bedrijf de boetehouding aan, maar weigerde de staat over scherpere regels voor de bescherming van de werknemersprivacy na te denken. En dat terwijl al snel bleek dat het Lidl-schandaal slechts het topje van een ijsberg was. Handelaren in bewakingssoftware, advocaten gespecialiseerd in arbeidsrecht en verenigingen van detectives gaven aan dat het bespioneren van personeel in Duitsland eerder regel dan uitzondering is. Ook als het om de illegale handel met persoonsgegevens gaat, zeg maar: de mensenhandel met dubbelgangers, treedt de overheid nonchalant op. In augustus vorig jaar dook in Duitsland een cd op met zeventienduizend namen, adressen en bankrekeningnummers. Een medewerker van een callcenter had ze stiekem op zijn werk gekopieerd. De gegevens werden gebruikt om mensen over de telefoon loten aan te smeren. Toonden de mensen ook maar vage belangstelling, dan werd prompt een bedrag van hun rekening afgeschreven. Privacybeschermers sloegen groot alarm. In een mum van tijd legden hackers, journalisten en databeschermers hele netwerken van illegale handel in persoonsgegevens bloot. Ze bestookten de overheid met voorstellen om het misbruik in te dammen. De reactie van de verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken: ‘Ik raad de burgers aan hun bankafschriften regelmatig te controleren.’ Hoe opportunistisch de staat in dit soort kwesties opereert, was kort tevoren gebleken toen de Duitse geheime dienst van een dubieuze tussenpersoon voor 4,2 miljoen euro een gestolen cd kocht met gegevens over zo’n duizend belastingontduikers. De kans om enkele honderden miljoenen euro achtergehouden belastinggelden op te strijken, maakte de staat blind voor de illegale herkomst van de informatie. Met die actie legitimeerde de staat een hele branche van maffiose ondernemers die dubbelgangers gijzelen en afpersen teneinde aan de banktegoeden van reële burgers te komen. Dat is een branche waarin volgens schattingen wereldwijd inmiddels honderden miljarden euro omgaan. Een speciale verantwoordelijkheid heeft de staat wanneer het om mijn dubbelganger als drager van medische gegevens gaat. In veel landen lopen projecten om medische dossiers van burgers samen te stellen en op te slaan. Daarbij gaat het om gevoelige informatie, die thuishoort in de veilige sfeer van de spreekkamer, afgeschermd door beroepsgeheim en persoonlijkheidsrechten. Zijn mijn gegevens eenmaal gedigitaliseerd en samengevoegd tot een elektronisch dossier, dan heb ik een anatomische dubbelganger. Voor artsen en medische diensten is het handig wanneer ze die via een centrale kunnen raadplegen. Maar er zijn ook andere geïnteresseerden die graag met mijn dubbelganger kennis zouden willen maken: verzekeringsmaatschappijen, farmaceutische bedrijven en soms ook de organen van de staat. Terecht maken privacybeschermers, burgeractivisten en politici zich extra zorgen over de veiligheid van mijn anatomische dubbelganger. Het ziet ernaar uit dat het elektronisch patiëntendossier zoals men dat momenteel in Nederland ontwikkelt die veiligheid niet kan bieden. In Duitsland heeft men de normen hoger gesteld en ontwikkelt men een systeem waarin mijn dubbelganger alleen te raadplegen valt wanneer ik zelf met een unieke sleutel de deur naar hem openzet. Bovendien bevindt mijn dubbelganger zich niet op één centrale plek maar is hij verdeeld over verscheidene servers, wat bescherming biedt tegen digitale dieven. Het is een systeem dat zelfs alarmistische privacyactivisten tot bewondering dwingt. Zo’n unieke sleutel zou ik ook wel willen hebben voor mijn consumptieve dubbelganger. Die loopt nog steeds volkomen onbeschermd rond in het digitale consumptieparadijs. Nu is dat in mijn geval een sober type. Ik houd hem zo kort mogelijk. Lekker shoppen is er voor hem niet bij. Er zijn maar een paar dingen die ik hem laat kopen, en dan alleen bij vertrouwde adressen. Klantennummers verzamel ik zo spaarzaam mogelijk, die geven mijn dubbelganger te veel profiel. Speciale voorzichtigheid neem ik in acht bij Google. Die internetaanbieder beschikt inmiddels over een van ’s werelds grootste databanken, waar internationale geheime diensten likkebaardend naar staan te kijken. Ik gebruik alleen de zoekmachine van Google, van Google-diensten waarvoor ik me moet registreren, blijf ik af. De staat laat met enig recht mijn consumptieve dubbelganger ongemoeid. Hij belaagt hem niet en hij beschermt hem niet. Die dubbelganger moet zichzelf maar zien te redden op de vrije markt van consumptiegoederen. Wie met zijn koopgedrag te koop wil lopen, moet het zelf weten. Bovendien is wat die dubbelganger weet niet echt interessant voor de staat. De enige markt die dat wél is, is de financiële. Daar worden door banken en instituten die kredieten registreren enorme hoeveelheden gegevens verzameld. In de strijd tegen het terrorisme zoekt de staat naar steeds meer mogelijkheden om toegang tot die financiële databanken te krijgen. Het internationale betalingsverkeer ligt al goeddeels open voor de inlichtingendiensten, de druk op het nationale betalingsverkeer neemt toe. DE STAAT lijkt er steeds weer vanuit te gaan dat in de elektronische ruimte waarin zijn inlichtingendiensten opereren de grondwet niet van kracht is. Hij creëert bewust een tweede, virtuele samenleving waarin de waarde van mijn dubbelganger als individu niet meer telt. Zo’n samenleving heet in politieke termen een dictatuur. Zoals de Stasi vroeger in de DDR in het geheim informatie over reële burgers verzamelde, zo verzamelen de organen van de huidige Bondsrepubliek ongevraagd, ongemerkt en ongebreideld gegevens over de dubbelgangers van haar burgers. Die dictatuur mag dan virtueel zijn, niet uit fysieke personen bestaan maar uit informatieknooppunten, zolang de rechters burgers en hun dubbelgangers dezelfde waarde toekennen, is die dictatuur reëler dan de staat lief zou mogen zijn. Wat de digitale samenleving vooral tot dictatuur maakt is dat burgers nauwelijks inzicht hebben in de verzamelpraktijken van de staat, laat staan dat ze er invloed op kunnen uitoefenen. Zelfs de officiële beschermers van de privacy – en dat zijn er in Duitsland nogal wat, zowel op federaal niveau als op het niveau van de deelstaten – tasten iedere keer weer in het duister over de gegevens die de staatsorganen zoal verzamelen. Ze komen telkens weer voor verrassingen te staan, lopen voortdurend achter de feiten aan, maar trekken gelukkig vaak stevig aan de bel en dwingen politici en rechters tot ingrijpen. Zo moest begin vorig jaar een aantal deelstaten het willekeurig scannen van autokentekens stoppen nadat privacybeschermers het constitutionele hof hadden ingeschakeld. De inzet van verborgen videoscanners langs de weg maakte inbreuk op de bewegingsvrijheid van onverdachte burgers. Dat mijn dubbelganger in een dictatuur leeft, betekent nog niet dat dat ook voor mij geldt. Op de schaal van rechtsstaat via veiligheidsstaat, bewakingsstaat, preventiestaat en politiestaat naar totalitaire staat bevind ik mij als reële burger nog ergens tussen veiligheids- en bewakingsstaat in. Er is al veel op mijn grondrechten beknibbeld ten behoeve van mijn veiligheid en ik moet met de gedachte leven dat de staat mij via mijn digitale dubbelganger tamelijk scherp in het oog heeft. Maar het is nog niet zo dat de staat op grond van zijn kennis over mij, mij allerlei beperkingen oplegt, zoals in een preventiestaat, of mij regelrecht onder toezicht plaatst, zoals in een politiestaat. Zodra de staat de grens naar de preventiestaat overschrijdt, vindt er een essentiële omslag plaats. Vanaf dat moment neemt de staat niet langer mij tot uitgangspunt van zijn handelen, maar mijn dubbelganger. Voor alles wat hij over mijn dubbelganger weet, maakt hij mij verantwoordelijk en laat hij mij de consequenties dragen. Dat leidt tot zulke nachtmerrieachtige situaties als waarin de Braziliaanse elektricien Jean Charles de Menezes terechtkwam. De Britse geheime dienst had zijn digitale dubbelganger in de categorie terroristen ingedeeld. Daarop besloot de politie de reële burger Menezes op een Londens metrostation aan te houden. De totaal verraste Braziliaan reageerde paniekerig, waarop de politie hem met vijf kogels velde. Bij nader onderzoek was van een terroristische connectie geen spoor te bekennen. De dubbelganger die mijn leven overneemt – dat is de situatie waar ik bang voor ben. Zeker als ik er Dostojevski’s angstaanjagende klassieker De dubbelganger nog eens op nalees. De brave ambtenaar Jakov Petrovitsj Goljadkin stuit in een gure nacht op een man die precies op hem lijkt, dezelfde naam en dezelfde levensgeschiedenis heeft en ook hetzelfde werk doet op hetzelfde departement. Als hij over zijn eerste verbazing heen is, probeert hij er maar het beste van te maken en vriendschap met hem te sluiten. Tot hij merkt dat zijn dubbelganger stelselmatig zijn leven ondermijnt. Door toedoen van zijn evenbeeld keert iedereen zich tegen hem, komt hij van de ene compromitterende situatie in de andere terecht en verliest hij elk houvast in het bestaan. Het eindigt ermee dat men hem naar een gesticht afvoert, terwijl zijn dubbelganger triomferend rond de koets danst. Maar zo ver is het nog niet. Ik voel mij door mijn dubbelganger nog niet tot wanhoop gedreven. Bovendien woon ik in Duitsland. Niet dat de situatie daar zo veel beter is dan elders, dat de staat daar minder nieuwsgierig is naar mijn doen en laten en minder geneigd is mijn vrijheid aan te tasten ten behoeve van mijn veiligheid. Maar de juridische situatie is er helderder dan in bijvoorbeeld Nederland. Duitse burgers staat te allen tijde de rechtsgang naar Karlsruhe open wanneer ze menen dat de staat hun grondrecht op informationele zelfbeschikking aantast. En het constitutionele hof heeft zich in het verleden vaak genoeg als een democratische rots in de branding van overijverige wetgevers betoond. Daarnaast vind ik het geruststellend dat, mede door dat levendige juridische gesteggel, de Duitsers het debat over de gevaren van de informatiemaatschappij buitengewoon openlijk voeren. Onder de door de staat aangestelde privacybeschermers (Datenschutzbeauftragte) zitten enkele notoire kuitenbijters die het publieke debat flink opstoken. Er zijn veel goed geïnformeerde journalisten, die alert reageren op elk nieuw initiatief van de staat. Er is een actieve hackersbeweging die technische knowhow paart aan politieke gedrevenheid. Kunstenaars stellen in hun werk het thema op provocerende wijze aan de orde. En met name jonge schrijvers geven blijk van een bemoedigend engagement met de zaak. Kom daar in Nederland maar eens om! In Nederland overheerst de onverschilligheid. Het motto luidt: wie niets te verbergen heeft, hoeft nergens bang voor te zijn. Maar ik heb wel degelijk iets te verbergen! Weliswaar niet iets waar de staat zich druk over zou moeten maken, maar iets veel wezenlijkers. Dat is mijn privacy, mijn domein waar ik kan denken en doen wat ik wil zonder dat iemand mij daarbij gadeslaat, zonder dat het oog van de staat of van de openbaarheid op mij rust. Het gaat hier om een absoluut mensenrecht, dat zonder extra premissen volgt uit de eerste zin van de Duitse grondwet: ‘De waarde van de mens is onaantastbaar’. En dat recht geldt zoals gezegd ook voor mijn elektronische dubbelganger. Ik heb niet de minste behoefte aan een dubbelganger die in de etalage van het world wide web voor wie maar wil te kijk en te koop staat. Ik behoor niet tot degenen die hun gevoel voor eigenwaarde ontlenen aan de belangstelling die hun dubbelganger op het internet (bijvoorbeeld in een van de vele digitale vriendenclubs) ten deel valt. Als ik naar mijn dubbelganger kijk zoals die te voorschijn komt wanneer ik mijn naam op Google intik, dan kan ik daar alleen maar met bevreemding naar kijken. Wat ik voor me zie is een uit willekeurige facetten opgebouwd portret. Alsof je naar een picassoëske beeltenis kijkt waarvan de oren niet bij de kaken passen, de neus niet bij de mond, de ene arm te lang is, de andere te kort en de benen er onnatuurlijk bij bungelen. Daarom wil ik dat ik en niemand anders de zeggenschap over mijn dubbelganger heeft. Dat niemand zonder mij te raadplegen conclusies aan mijn dubbelganger verbindt die mij persoonlijk raken. Ik heb een nachtmerrie. In Berlijn zat niet zo lang geleden een bekende stadssocioloog drie maanden in voorarrest. Zijn misdrijf was dat er teksten van hem op internet rouleerden over de ‘gentrificering’ (wij zouden zeggen: ‘yuppificering’) van een voormalige bohémienwijk. Diezelfde term dook ook op in pamfletten van militante groepen die in die wijk dure auto’s in brand staken. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurt wanneer straks in Berlijn militante privacyactivisten aanslagen plegen op het gloednieuwe complex van de Duitse inlichtingendienst onder het motto: ‘Blijf van mijn digitale dubbelganger af!’ En dat de geheime dienst dan dit artikel van mij op internet tegenkomt.

Bron: ANTOINE VERBIJ / De Groene Amsterdammer

mrt
27
2009
1

ICT’ers gezocht

1) Niemand, GELOOF me NIEMAND is op zoek naar een Linux specialist
Iedereen is op zoek naar een handig jongetje dat een beetje systeembeheer op voorgebakken servertjes met plesk kan doen.
Basicly komt elke beetje serieuze scholier daarvoor in aanmerking.

2) Bedrijven kunnen geen gekwalificeerd personeel vinden, simpelweg omdat ze hun gewenste kwalificaties niet bij onderwijs instellingen neerleggen.
Zo krijg je dus enkel MicroSoft (ongecertificeerde) knutselaars waarvan sommigen erg goed en het merendeel matig tot ongeschikt is.
Diepgaande kennis van systemen als Linux, Solaris, AIX. HP-URIX om maar wat te noemen wordt je nergens aangeleerd, vandaar dat voor dergelijke mensen belachelijke salarisen worden geboden.
Dat de weinige geschikte kandidaten daar niet op ingaan ligt vooral aan de volgende reden.

3) Iedereen die op zoek is naar gespecialiseerd ICT personeel verwacht dat je in de randstad komt werken.
Dat komt omdat deze mensen denken dat in de rest van Nederland buiten de randstad nog geen internet bestaat en telewerken dus niet tot de mogelijkheden behoort.
Mensen die wat hoger gekwalificeert zijn hebben meestal ook een prive’ leven en dito intresses en hebben dus geen zin om dagelijks drie en half uur in de file te staan.
Zij kiezen er veelal voor om tegen een minder absurd maar nog steeds heel goed salaris liefst zonder bedrijfstrabant (al ontkomen enkel de gelukkigen daaraan) en vooral zonder corporate-GSM, Klapkist, PDA en kapper bij een wat minder hektisch bedrijf te werken.

Niets bijzonders aan de hand allemaal al bekend.
Helaas is het bedrijf waar je iemand voor zoekt gewoon het slachtoffer van bovenstaande omstandigheden.
Zal vast wel weer verbeteren maar vandaag nog even niet.

PS: Stiekum droom ik ervan dat de Nederlandse economie finaal in elkaar stort, de revolutie uitbreekt en alle bestuurders en ambtenaar in heropvoedingskampen worden opgesloten waar ze pas uit mogen als ze echt begrijpen wat de woorden “democratie” en “openbaar’ inhouden.

We kunnen ons druk maken over moslimfundamentalisten, geweldadige hufters op het strand van Hoek van Holland en graaiende bankdirecteuren, maar degene die de fundamenten van onze samenleving echt om zeep helpt is het arrogante zakkenvullende tuig dat de dienst uitmaakt in het openbaar bestuur.

Written by in: Landelijke politiek |
mrt
26
2009
0

‘Crisis vraagt om solidaire oplossingen’

Donderdag debatteerde de Tweede Kamer over de crisisplannen van het kabinet. SP-leider Agnes Kant: “De oude politiek moet overboord, willen we de volgende generaties een land achterlaten dat menselijker en socialer is.”

Download het crisisplan van de SP: ‘ Een nieuwe koers voor Nederland‘.

Hieronder de bijdrage van Agnes Kant aan het debat:

De bijdrage van Agnes Kant

Written by in: Landelijke politiek |
mrt
25
2009
2

Hallo burgers

Welkom bij de Oppositie, Aktiegroep voor een Andere Politiek, afgekort AAP.

Hier mag iedereen die wat zinnigs te zeggen heeft schrijven over de landelijke en plaatselijke politiek.

Berichten en reacties worden direct geplaatst, er zijn wel moderators die de berichten mogen aanpassen of zelfs verwijderen mochten er beledigende of bedreigende opmerkingen geplaatst worden.

Verder zijn wij zeer gehecht aan de vrijheid van meningsuiting, dus leef je uit!

mrt
25
2009
1

Gemeenten weigeren openbaarheid over hun ict.

geheim

Gepubliceerd: Woensdag 25 maart 2009
Auteur: Jasper Bakker

Gemeenten weigeren WOB-verzoeken over hun ict-aanbestedingen en omgevingen te beantwoorden. Hiervoor vindt onderling overleg plaats.

Toon volledig artikel
(bron: Webwereld)
Written by in: Landelijke politiek |
mrt
01
2009
11

Hoe goed of fout is de PVV?

Volgens de cijfers van Maurice de Hond staat de PVV van Wilders op dit moment op kop in de peilingen en zou deze partij, wanneer er nu verkiezingen zouden worden gehouden, ongeveer 27 zetels behalen. 27 zetels betekent dat ongeveer 18% of ruwweg één op de vijf Nederlanders op de partij van Wilders denkt te stemmen.

Verkiezingen op dit moment zouden, wanneer deze getallen kloppen, in ieder geval een totale formatiechaos veroorzaken.  Elke coalitie zal al uit minimaal 4 partijen moeten bestaan, aangezien de drie grootsten samen (PVV/CDA/PvdA) slechts 74 zetels behalen. Een werkbare coalitie met een enigszins herkenbare signatuur (of dat nu links/rechts/liberaal/sociaal of anders heet) is helemaal nauwelijks maakbaar. Ja, een coalitie PVV/CDA/D66/VVD met 89 zetels zou kunnen, maar ik kan me niet voorstellen dat D66 met PVV in één kabinet wil. Een coalitie CDA/PvdA/D66/GL met 77 zetels zou ook kunnen, maar is haast even onwerkbaar en kent een zeer smalle basis.

Al met al heeft deze electorale spaghetti mij verleid om mij eens te verdiepen in de partij PVV. Eén van de eerste dingen die opvalt is dat het hier niet om een vereniging met leden gaat zoals bij zowat alle overige politieke partijen, maar om een stichting rondom de persoon Geert Wilders. Een organisatie dus die geen gereguleerde inbreng van leden kent. Het tweede wat in ieder geval mij opvalt is het ontbreken van een financieel economische paragraaf. Er is een visie met negen hoofdpunten(belastingverlaging t/m dierenwelzijn), maar nergens is te vinden op welke manier de, soms best goede plannen, gefinancierd gaan worden. Ja er worden wat zaken genoemd als bezuinigingen op ambtenaren en wegsnijden van bureaucratie, maar wanneer ik de extra’s zo eens optel (o.a. 16 miljard belastingverlaging, 1 miljard extra AOW, extra geld zorg/onderwijs/agenten, 1 miljard benzineaccijns, hypotheekaftrek gehandhaafd, naar schatting minimaal 50% meer voor criminaliteitsbestrijding, meer voor onderwijs vanwege kleinere scholen, veel extra geld voor verpleeghuizen en ouderen, investeren in wegen) dan moeten daar nogal wat extra rijksinkomsten of immense besparingen elders tegenover staan. Wat ook ontbreekt is een echte sociale paragraaf. Ja er wordt wat gezegd over ouderen en over ‘werken voor een uitkering’, maar echte informatie is niet te vinden. Wat mij tenslotte na het nalezen van de informatie op de PVV website het meest bijbleef was een gevoel van vervreemding. Vervreemding van deze beweging of de persoon Wilders met de realiteit van de hedendaagse internationale samenleving. Ja er zijn problemen met bepaalde minderheden en wie weet misschien deugt de islam wel niet. Echter we leven niet meer in de jaren 50 en we kunnen daar ook niet naar terug. Het is een illusie te denken dat we grote groepen ontspoorde 2de of 3de generatie allochtonen kunnen terugsturen, zelfs wanneer een  meerderheid van de bevolking dat zou willen. Het is tevens een illusie dat wij als land onze welvarendheid zelfs maar een beetje op niveau zouden kunnen houden zonder internationale samenwerkingsverbanden als de Europese Gemeenschap.  Dreigen met uittreding is dus een lachwekkende overweging.

De PVV zal nooit mijn partij worden, daarvoor straalt ze in mijn ogen teveel angst, achterdocht en eng nationalisme uit. Echter voordat ik een partij als het PVV als serieuze kandidaat zou willen beschouwen mee samen te werken zou ik toch graag bovengenoemde punten verhelderd dan wel aangepast zien. Ik gruwel sowieso van alle overige vormen van persoonsverheerlijking en zou niet graag zien dat partijen van mijn keuze met een organisatie die op deze manier is vormgegeven samenwerkt.

Het enige wat ik tot slot hoop, is dat die 18% die serieus overweegt op de PVV te stemmen vergelijkbare vragen stelt en probeert zichzelf objectief van achtergrondinformatie te voorzien.

feb
27
2009
2

ZZP’ers in problemen

De economische crisis eist een zware tol onder kleine zelfstandigen. Steeds meer freelancers en kleine ondernemers kloppen bij hun gemeente aan voor bijstand, omdat ze financieel compleet aan de grond zitten. De meeste regio’s hebben het aantal hulpverzoeken sinds begin dit jaar zien verdubbelen. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant bij zelfstandigenloketten in het hele land.

Het gros van de freelancers (ook wel zelfstandigen zonder personeel of zzp’ers genoemd) die in de puree zitten, komt uit de bouwsector. Ook de zakelijke dienstverlening – ict’ers, adviseurs, schoonmakers – is goed vertegenwoordigd in de probleemgroep, zeggen de zelfstandigenloketten. Verwonderlijk is dat niet: de bouwsector zit in een zware dip door de crisis en zowel de bouw als de zakelijke dienstverlening zijn sectoren waarin veel freelancers werkzaam zijn. Zij zijn als eerste de dupe in een recessie, omdat ze geen arbeidsbescherming genieten.
Freelancers en kleine zelfstandigen hebben als ze werkloos worden sowieso geen recht op een WW-uitkering, en als ze over teveel vermogen beschikken ook niet op een bijstandsuitkering. Hun enige hoop is dan het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ), een regeling voor zelfstandigen die ‘tijdelijk’ inkomensproblemen hebben. De BBZ bestaat in twee vormen: een bedrijfskrediet of een periodieke uitkering. Een zelfstandige die geld nodig heeft om zijn bedrijf te kunnen voortzetten, maar geen gehoor vindt bij de banken, kan bij het zelfstandigenloket maximaal 178.019 euro lenen. Freelancers die te weinig verdienen om in hun levensonderhoud te voorzien, kunnen volgens het BBZ maximaal drie jaar een uitkering krijgen die hun inkomen aanvult tot bijstandsniveau. Deze uitkering heeft de vorm van een renteloze lening. Om in aanmerking te komen voor BBZ-steun moet de zelfstandige kostwinner zijn en een levensvatbaar bedrijf hebben. De uitvoering van het BBZ is in handen van de gemeenten. Die hebben deze taak in veel gevallen gedelegeerd aan een regionaal zelfstandigenloket dat meerdere gemeenten bedient.
Sjon Reimerink van de Regionale Organisatie Zelfstandigen in Hengelo, het zelfstandigenloket van Twente en delen van de Achterhoek, spreekt van een enorme toename van het aantal hulpbehoevende freelancers. ‘De meesten komen uit de bouw. Daar werken nogal wat zelfstandigen die voorheen in loondienst werkten en maar één of twee opdrachtgevers hadden. Zij zijn toen het nog goed ging op aandringen van hun voormalige werkgever voor zichzelf begonnen, met het idee dat ze als freelancer veel meer konden verdienen.
Maar nu het slechter gaat, zet hun vroegere baas hen als eerste aan de kant.’

Bron: de Volkskrant

feb
08
2009
0

Waar ben je nu?

De Eerste Kamer behandelt volgende week de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens. Dit is belangrijk, want als de senaat met de wet instemt, worden al onze telefoon- en internetgegevens afgetapt en voor een jaar bewaard, zodat de overheid die kan opvragen voor de bestrijding van ernstige misdaad en terreur.
De dataretentierichtlijn is reeds drie jaar geleden in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie aangenomen. Deze richtlijn regelt dat lidstaten hun providers en telecombedrijven verplichten alle verkeersgegevens van hun klanten op te slaan, te bewaren en zo beschikbaar te houden voor politie en justitie. Lidstaten kunnen zelf alleen nog de bewaartermijn bepalen: van een half jaar tot twee jaar.
In Nederland koos onze ijverige justitieminister Ernst Hirsch Ballin meteen voor achttien maanden. De Tweede Kamer wist dat terug te brengen tot een jaar. Binnen de Eerste Kamer leven principiële bewaren tegen deze ingrijpende maatregel. De senatoren hebben hun huiswerk goed gedaan. Ze lieten experts uitzoeken of het systeem waterdicht zou werken. De uitkomst was dat het een forse inbreuk is op de privacy. En een zinloze. De bewaarplicht is namelijk te ontduiken, omdat de wet (nochtans) geen betrekking heeft op de nieuwe vormen van elektronische communicatie, zoals de social networks (Hyves, LinkedIn), msn, skype en op de gratis mailprogramma’s, zoals gmail en hotmail. De handige jongens lachen zich rot om de achterhaalde kijk op de digitale samenleving van de plannenmakers in Brussel.
Experts toonden ook dat 98 procent van de data uit spam bestaat en dat kunnen providers niet scheiden van inhoudelijke berichten. Wat de diepgang daarvan is, weet je als je op een terrasje of in de trein ongewild een gesprek opvangt. Waar ben je nu? Wat eten we vanavond? – tussen al dat gebabbel moet de overheid naar de spreekwoordelijke speld – ‘relevante informatie’ – in de hooiberg zoeken.
Nut en noodzaak van dit systeem worden betwijfeld. Bovendien kan de overheid in de toekomst al die gegevens van burgers, hoe onnozel ook, gebruiken voor andere doeleinden. Daar komt bij dat mensen in e-mails vaak impulsief en onnauwkeurig hun emoties en gedachten formuleren. Die uitwisseling kan steekwoorden bevatten die vallen binnen de risicoprofielen, waardoor het Openbaar Ministerie denkt ‘op het spoor te zijn van gevoelige informatie’. Het risico is dat het OM dan opsporingsbevoegdheden krijgt die het voorheen niet had. En het gaat voorbij aan het beginsel dat gedachten vrij zijn.
Dat de overheid hiermee een gevaarlijke weg inslaat, is aan Hirsch Ballin en diens politieke medestanders niet besteed. De christenen en socialisten in deze regering willen als geobsedeerde ouderlingen het gedrag van burgers controleren om grip op de gemeenschap te krijgen.
Wat kan de Eerste Kamer nu doen? GroenLinks stelt dat er twee mogelijkheden zijn om zich te verweren: tegen stemmen totdat in 2010 de richtlijn in Brussel is geëvalueerd of de termijn terugbrengen tot het minimum van zes maanden. In het eerste geval moet de minister terug naar de tekentafel in Brussel, in het tweede geval naar de Kamer. Beide uitkomsten zal Hirsch Ballin tandenknarsend moeten aanvaarden. Hopelijk is de senaat zo wijs zich niet te laten lenen voor het accorderen van dit systeem dat het mogelijk maakt dat de overheid precies weet waar je bent en wat je denkt.

Bron: MARGREET FOGTELOO / De Groene Amsterdammer

Written by in: Landelijke politiek,Privacy |

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl