Vertraging door wantrouwen, gebrek aan dwangmiddelen en een moeras aan digitale systemen

Headerfoto: Ralph Mooijekind door Moussa Aynan
Documenten opvragen bij de overheid duurt maanden, soms jaren. De reden? Gebrek aan dwangmiddelen, slechte documentsystemen, tekort aan ambtenaren en soms gewoon tegenwerking. Gaat dat met een nieuwe wet veranderen?
Dankzij de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) mag iedereen – burgers, journalisten, maar ook buitenlanders – interne documenten (memo’s, agenda’s, correspondentie) opvragen bij de Nederlandse overheid. Ambtenaren hebben dan vier weken om te reageren op een Wob-verzoek. Dat kunnen ze daarna nog met vier weken verlengen. Twee maanden dus. Maar in de praktijk kampen burgers, journalisten en onderzoekers met afwijzingen en lange wachttijden op de overheidsdocumenten waar ze inzicht in willen krijgen. Het duurt soms vele maanden tot jaren langer voordat je je documenten krijgt.
Naar aanleiding van drie nieuwe pogingen van Nederlandse Spoorwegen om de privacy van treinreizigers te schenden, heeft NS-klant Michiel Jonker deze week een handhavingsverzoek ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het betreft:


‘Ik vind het eigenlijk bijzonder schokkend dat de politie stukjes politiedossier online zet. Dat mensen die hulp hebben gehad van de politie er niet meer op kunnen rekenen dat hun gegevens bij de politie veilig zijn.’ Aan het woord is privacy-expert Rejo Zenger die we interviewen voor ons dossier 
