okt
22
2002
0

Stammheim, de RAF-top gevangen maar niet uitgespeeld (6)

De RAF-advocaten

Bakker Schut

Bakker Schut kwam door de verdeding van Augustin in contact met andere RAF-advocaten en raakte ook betrokken bij de verdediging van Baader. Hij promoveerde in 1986 op het Stammheim-proces tegen de RAF-leiders, dat hij nog steeds beschouwt als een door en door politiek proces. Hij is ervan overtuigd, dat de Duitse staat destijds welbewust heeft geprobeerd de RAF-gevangenen kapot te maken. ‘Binnen de gevangenis kan je mensen alle mogelijke vrijheden gunnen, als je de binnenkant maar afgrendelt, maar dit was echt erop gericht hun politieke identiteit kapot te maken, om ze in processen te kunnen presenteren als kapotte mensen, dat was het idee.’

RAF-advocaten Claus Croissant en Kurt Groenewold werden in 1975 veroordeeld wegens het illegaal doorspelen van RAF-informatie tussen de gevangenen onderling en aan de buitenwereld. Dit leidde er uiteindelijk toe dat post aan advocaten niet meer ongecensureerd mocht worden verstuurd. Een aantal advocaten ging verder en sloot zich aan bij de ondergrondse strijd. Zover is Bakker Schut nooit gegaan, maar hij heeft er wel begrip voor: ‘Ik heb een aantal mensen gekend die bijvoorbeeld werkten bij het kantoor van Klaus Croissant, waarvan ik weet dat ze op een gegeven moment zijn ondergedoken en zich bij de guerilla hebben aangesloten. Ik denk niet dat dat een goede methode is, omdat je uit je kennis van zaken via een advocatenkantoor niet voor de illegaliteit moet kiezen. Maar ik heb me dat afgevraagd toen, het is wel begrijpelijk dat ze dat deden.’

okt
22
2002
0

Stammheim, de RAF-top gevangen maar niet uitgespeeld (5)

De RAF-top gevangen

Een nieuwe fase in de strijd

Stammheim_ arrestatie_BaaderIn de zomer van 1972 leek er na twee jaar intensief speuren een eind gekomen aan de RAF. Binnen een paar weken werd de hele top van de RAF gearresteerd. Alfred Klaus vervoerde hoogstpersoonlijk Andreas Baader, die bij de arrestatie in zijn been was geschoten, naar het gevangenisziekenhuis. Klaus herinnert zich dat hij naast Baader zat in de politiehelikopter en zich immens opgelucht voelde. ‘Ik dacht: nu is de strijd voor de politie voorbij. We hebben de belangrijkste mensen opgepakt en nu kunnen we rustig het proces voorbereiden. Dat bleek een grote vergissing.’

Met de arrestaties was de strijd met de RAF niet afgelopen, hij ging slechts een nieuwe fase in. Wat de leden verloren aan vrijheid wonnen ze aan martelaarschap. Er ontstond een tweede generatie van de RAF, die het vrij krijgen van de leiders als belangrijkste doel van de voortgezette strijd zag. Maar ook bovengronds kregen de RAF-gevangenen hulp: bijna direct na de arrestaties ontstond een internationale steunbeweging voor de ‘politieke’ gevangenen van de RAF. Niet geheel ten onrechte, want de Duitse justitie ging zeker in het begin heel ver in haar beveiligingsmaatregelen.

Zolang de gevangenen in voorarrest waren, mochten ze geen enkel contact hebben met andere gevangenen. Ulrike Meinhof zat in Keulen acht maanden vast in een lege vleugel van de gevangenis, waar 24 uur per dag licht brandde. Tegen dit soort toestanden kwam vanzelfsprekend protest. Ook Ronald Augustin zat maanden lang alleen in zo’n aparte vleugel in Hannover, al mocht bij hem wel het licht uit ’s nachts. ‘Mijn cel bevond zich in een stukje van het ziekenhuis van de gevangenis, een afgescheiden vleugel. Die bestond uit zes cellen en al die cellen waren leeg. Tegenover die cel buiten was de kerk van de gevangenis, in dat stukje bevonden zich ook helemaal geen gevangenen. Ik heb daar bijna zes maanden gezeten.’

Augustin werd berecht in een zwaarbewaakte, speciaal voor hem ingestelde rechtszaal op het terrein van de gevangenis. De angst voor bevrijdingsacties zat er bij de Duitse justitie goed in. Met zijn advocaat, Pieter Herman Bakker Schut, mocht hij alleen praten door een glazen wand (de ‘Trennscheibe’), iets wat inmiddels ook in Nederland heel gebruikelijk is, maar in de jaren zeventig nog heel uitzonderlijk was. Het proces tegen Augustin werd gezien als een proefproces voor het grote proces tegen de RAF-leiders, dat van 1975 tot 1977 zou worden gehouden, in een speciale zaal op het terrein van de Stammheim-gevangenis.

okt
22
2002
0

Stammheim, de RAF-top gevangen maar niet uitgespeeld (4)

‘Bundeskriminalamt’

Alfred Klaus

Stammheim_Alfred_KlausAanvankelijk waren politie en justitie met verbijstering geslagen. Terrorisme was in 1970 nog een relatief onbekend fenomeen. Als het al bestond was het iets van verre landen, zoiets hoorde niet thuis in een beschaafde westerse staat als de BRD. Alles leek juist zo goed te gaan: het ‘Wirtschaftswunder’ was geschied, links zat in de regering, de studentenprotesten waren eindelijk wat geluwd … en daar was opeens een groepje intelligente jonge mensen dat dodelijke bomaanslagen pleegde om de wereld te verbeteren. Het Bundeskriminalamt (de Duitse FBI) had geen idee wat het ermee aan moest. Maar dat er iets moest gebeuren was duidelijk.

Alfred Klaus, destijds medewerker van het Bundeskriminalamt (BKA), kreeg in 1971 opdracht om een speciale commissie op te richten binnen de organisatie: de ‘Sonderkommission Baader-Meinhof’. Klaus, nu al ruim twintig jaar met pensioen, geldt nog steeds als expert op het gebied van de RAF. Hij is inmiddels 84 en zijn gezondheid is niet meer wat ze geweest is, maar zijn geheugen is nog uitstekend. Met enige trots vertelt hij dat Ulrike Meinhof hem de geuzennaam ‘familiesmeris’ gaf, omdat hij stelselmatig de familieleden van RAF-verdachten opzocht, om zich een beeld te kunnen vormen van de voortvluchtige terroristen.

Stammheim_ MeinhoffOp basis van die bezoeken, maar later ook na gesprekken met de RAF-leiders zelf, maakte hij karakterschetsen van de staatsvijanden. ‘Ulrike Meinhof gold als de stem van de RAF, zij was de schrijfster. Zij heeft ook de drie belangrijkste pamfletten van de RAF geschreven. Gudrun Ensslin speelde eigenlijk een nog belangrijker rol: ze was een hoogbegaafde persoon, met een sterke neiging tot samenzwering. Ze was ook iemand die goed kon organiseren: ze heeft bijvoorbeeld in de gevangenis een informatie- en scholingssysteem opgezet voor de RAF-gevangenen. Ik zou haar als de motor van de RAF classificeren. En dan Andreas Baader, de man van de daad. In intellectueel opzicht kon hij niet tegen de twee vrouwen op, maar hij had een sterke criminele energie en hij was een persoonlijkheid.’ Over Augustin haalt Klaus zijn schouders op: ‘Hij was een randfiguur.’

okt
22
2002
0

Stammheim, de RAF-top gevangen maar niet uitgespeeld (3)

Het ‘werk’

Paspoorten vervalsen, auto’s regelen, etc.

De kern van de RAF was terughoudend in het toelaten van nieuwe leden, maar Augustin was waardevol dankzij zijn grafische achtergrond. Naarmate meer leden van de RAF door de politie werden gezocht, was er meer behoefte aan valse identiteitspapieren. Bovendien had de Nederlander het voordeel dat hij – aanvankelijk – nog niet gezocht werd door de politie. Augustin: ‘Ik heb een business opgezet als graficus, die als cover kon dienen om een donkere kamer te hebben en al het materiaal, dat nodig was om papieren te vervalsen. En langzaam ben ik wat meer dingen gaan doen. Het ging vooral om de organisatie van logistiek en het voeren van politieke discussies met mensen, om te kijken in hoeverre ze betrokken wilden worden bij het organiseren van de illegaliteit.’

Bij de logistiek hoorde ook het zogenaamde ‘regelen’ van auto’s. Daarbij hield Augustin er altijd rekening mee dat hij gepakt kon worden. ‘We gingen geen auto jatten zonder gewapend te zijn, om voorbereid te zijn op een poging ons te arresteren.’ Voor zulke gelegenheden kreeg Augustin een pistool van iemand uit de RAF-kern te leen. Een eigen wapen kreeg hij pas toen hij in 1971 moest onderduiken omdat de politie hem op het spoor was. Het onderduiken maakte het leven er niet makkelijker, maar wel een stuk duidelijker op. De overstap naar de illegaliteit betekende een belangrijke promotie in de RAF-hiërarchie. Vanaf dat moment mocht Augustin ook meediscussiëren over nieuwe aanslagen.

Geweld gold als een noodzakelijk element in de strijd van de RAF. De maatschappij moest grondig opgeschud worden; de staat geprovoceerd. Voor de RAF was het oorlog. Dat daarbij af en toe slachtoffers vielen, 67 in totaal (aan beide kanten), nam de RAF op de koop toe. Ook nu nog neemt Augustin daar geen afstand van: ‘De RAF heeft een gewapende strijd gevoerd. En daarbij zijn doden gevallen. Daarbij vallen ook onschuldige doden, als je dat zo moet noemen, maar dat rechtvaardigt nog niet de term “terrorisme”.’

okt
22
2002
0

Stammheim, de RAF-top gevangen maar niet uitgespeeld (2)

Oprichting van de RAF

Augustin wordt lid

Stammheim_ Baader_Emsslin_rechtzaalRuim een jaar voordat Augustin naar Berlijn kwam, werden vier jonge Duitsers veroordeeld voor brandstichting in twee Frankfurtse warenhuizen. De vier vrienden waren Andreas Baader, zijn vriendin Gudrun Ensslin, Thorwald Proll en Horst Söhnlein. De actie, zo verklaarden ze in de rechtszaal, was bedoeld als protest tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij. Ze wonnen er sympathie mee in links-radicale kringen. Horst Söhnlein zat als enige zijn straf uit: de overige drie doken onder. Begin 1970 werd Baader opnieuw gepakt. Hij wist weer te ontkomen, dankzij een spectaculaire bevrijdingsactie van Ulrike Meinhof en Horst Mahler op 14 mei 1970. Dat was het startschot voor de oprichting van de RAF.

Augustin: ‘Ik was net terug van vakantie. Die bevrijdingsactie was net gebeurd en stond op alle voorpagina’s. Toen ik hoorde dat Andreas bevrijd was vond ik dat gewoon fantastisch. Ik wilde ze absoluut zelf ontmoeten en met ze praten.’ Via vrienden uit het linkse circuit wist Augustin met de ondergedoken Baader en Ensslin in contact te komen. Hij was direct verkocht. ‘Voor mijn gevoel klikte het meteen. Ik had een hele goede band met Andreas, hij straalde ook iets uit van wilskracht en daadkracht. Niet dat beeld wat er zo ondertussen over hem verspreid is, maar meer iemand die anderen laat praten, luistert, en dan plotseling met een aantal heel scherpe commentaren komt.

Stammheim_ GudrunWaarvan je zegt “ja, dat is het gewoon”. Gudrun is ook een tante die in een hele korte tijd een politieke ontwikkeling heeft doorgemaakt, van een beetje sociaal-democatisch gericht naar wat toen de RAF werd. Iemand die heel scherpe analyses uit kon werken en die ook praktisch kon omzetten.’

okt
02
2002
0

Stammheim, de RAF-top gevangen maar niet uitgespeeld

Inleiding

Het enige Nederlandse RAF-lid

StammheimDeze herfst is het vijfentwintig jaar geleden dat West-Duitsland geheel in de ban was van het terrorisme: de ‘Duitse Herfst’ van 1977. Een serie spectaculaire aanslagen en gijzelingen bracht het land aan de rand van de collectieve hysterie. De aanslagen waren afkomstig van de Rote Armee Fraktion, een klein groepje links-radicalen dat al sinds 1970 met gewelddadige aanslagen van zich liet horen. De veiligheidsmaatregelen van de staat werden tot ongekende hoogte opgevoerd en bondskanselier Helmut Schmidt sprak van ‘de zwaarste beproeving van de West-Duitse rechtsstaat sinds zijn ontstaan’. Er heerste totale paniek in de Bondsrepubliek. En dat, terwijl de leiders van de RAF toen al vijf jaar achter slot en grendel zaten.

De RAF had één Nederlands lid: de Amsterdamse graficus Ronald Augustin. Hij was opgegroeid in Amsterdam, maakte de Provo-beweging mee maar was net iets te jong zelf mee te doen. Hij liep wel mee in demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, slikte LSD, werkte voor kleine linkse krantjes, maar het was allemaal niet echt wat hij zocht. Na wat omzwervingen door Europa volgde hij in september in 1969 een Duitse vriendin naar West-Berlijn, waar hij midden in de linkse ‘szene’ terechtkwam. Hij was 21 toen hij zich aansloot bij de RAF.

Tegenwoordig gaat Ronald Augustin, inmiddels 53 jaar oud, door het leven als een respectabele consultant, neutraal gekleed en met een keurige snor. Op straat zou je hem zo voorbij lopen. Hij ziet er voor zijn leeftijd jong uit maar valt verder op geen enkele manier op. Hij praat met zachte stem. Zijn accent verraadt dat hij lang in Duitsland heeft gewoond, maar je zou niet vermoeden dat hij het grootste deel van die tijd in de gevangenis heeft doorgebracht. Zeven jaar zat hij gevangen (1973-1980), wegens het vervalsen van paspoorten voor de RAF en het met een pistool bedreigen van een douanebeambte.

feb
23
2002
0

Popgroep RAF – DE ESTHETISERING VAN HET TERRORISME

RAF (Rote Armee Fraktion)

RAF (Rote Armee Fraktion)

In films, toneelstukken en in de mode herleven de leden van de Rote Armee Fraktion (RAF) als culthelden. Andreas Baader doet het goed als Duitse variant op Che Guevara. Door het terrorisme te esthetiseren en te commercialiseren wordt het verleden publiekelijk verkracht.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer stond een jaar geleden onder grote druk. Opeens was hij onderwerp geworden van een publiek debat over zijn precieze deelname aan militante acties in de jaren zeventig. Gooide hij met stenen tijdens krakersrellen in Frankfurt naar een politieagent? Zat hij in een kraakpand aan het ontbijt met een lid van de Rote Armee Fraktion? Had hij tijdens een RAF-proces valse getuigenverklaringen afgelegd? Op basis van zeven aanklachten (onder meer van een dochter van Ulrike Meinhof, Bettina Röhl) startte justitie een onderzoek naar de jeugdzondes van de groene minister. In een boetereflex onderwierpen de Duitsers zich in de media en in de Bondsdag wekenlang aan een zelfanalyse over het bruine verleden en de radicale reactie daarop in de jaren zeventig vanuit de marxistisch georiënteerde RAF, in het beginstadium ook wel Baader-Meinhof-groep genoemd, naar de oprichters Ulrike Meinhof en Andreas Baader. De Historikerstreit de vraag in hoeverre fascisme en communisme in de praktijk vergelijkbaar zijn — werd als vanouds gevoerd binnen academische kringen. Uiteindelijk wist Joschka Fischer zichzelf in de rechtszaal vrij te pleiten, waarop de discussie weer wegebde.
Haaks op deze gewetensvraagstukken over het eigen verleden, staat een ontwikkeling die zich begon af te tekenen precies in de tijd dat de minister zich in de beklaagdenbank moest verdedigen voor zijn oprechte woede als linkse activist. In films, toneelstukken en in de mode herleven de leden van de RAF als ware culthelden. Een nieuwe generatie Duitsers — de kinderen van de babyboomers — reageert geheel in eigen stijl op de heftige politieke periode van hun ouders, namelijk door engagement te esthetiseren en te vercommercialiseren. Niet langer is het rode activisme, en de uitwassen daarvan, van de RAF onderwerp van ingewikkelde intellectuele verhandelingen zoals in de jaren tachtig en negentig. Begin 21ste eeuw wordt linkse ideologie cool gemaakt door haar los te weken van de toenmalige inhoud en maatschappelijke impact. Deze tendens past in een algehele mondiale post-Koude-Oorlogattitude. Maar wel is het heel Duits om de RAF op te voeren als een nieuwe modieuze mythe die in de presentatie in alle opzichten geweld doet aan de waarheid en de waarde van de geschiedenis.

De eerste aanzet tot de neue RAF-Welle deed de fotograaf Andreas Schiko in de lente van vorig jaar voor het Duitse modetijdschrift Tussi Deluxe met een ruim twintig pagina’s tellende reportage met Andreas Baader als grote ster. Oude symbolen van de kapitalistische maatschappij waar RAF-leden zich tegen verzetten, worden gebruikt als hippe modebeelden. Op een foto ligt een bloedende Andreas Baader voor een Porsche, met naast zich een paar herenpantoffeltjes. Het onderschrift luidt: «Gezien bij Woolworth». Op een andere foto hangt Jan Carl Raspe in modieuze kleren tegen een vette Mercedes, een beeld dat Duitsers van boven de veertig onmiddellijk associëren met de dood van werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer. Hij werd op 5 september 1977 met veel geweld ontvoerd, waarbij zijn chauffeur en drie lijfwachten onmiddellijk door kogels werden gedood.
Schleyer  die als SS’er tijdens de oorlog de Tsjechische industrie plunderde — diende als onderpand van een eis tot vrijlating van elf gevangen RAF-leden. Toen de Duitse staat daar niet op inging, kaapte een Palestijns commando een Duits verkeersvliegtuig op weg van Mallorca naar Frankfurt. De kapers vroegen de kist stond inmiddels in Mogadishu aan de grond — behalve om de vrijlating van eigen politieke gevangenen ook om ondersteuning van de RAF-eisen. Na een succesvolle bevrijdingsactie door een Duits antiterroristencommando kreeg Schleyer alsnog een nekschot. De foto van zijn lijk, opgevouwen in de achterbak van de Mercedes, deed in die dagen een grote schok door de wereld gaan. De gevangen RAF-leiders Baader, zijn vriendin Gudrun Ensslin en Raspe stierven kort daarop in de Stammheim-gevangenis in Stuttgart. Tot op heden verschillen de verklaringen van hun dood. Volgens de autoriteiten ging het om collectieve zelfmoord met door handlangers binnengesmokkelde pistolen. Sympathisanten van de RAF hebben altijd beweerd dat ze werden vermoord. Het zijn ogenschijnlijk omstreden feiten waarmee de reclamemakers in de foto’s koketteren.

Minstens zo stuitend, zoniet ronduit walgelijk, is een andere fotoserie van enkele jaren geleden in een Deens blad dat veel wordt gekocht door jonge Duitsers. In een fictieve reportage met een wervend verhaaltje speelt «de moeder van de revolutie» Ulrike Meinhof de hoofdrol. Op een foto vergaderen terroristen in een café, met als tekst: «Er wordt een actie beraamd die duidelijk wil maken dat er te weinig vrede is in de wereld. Ulrike draagt een knalgele overall van het supergeile merk Diesel ter waarde van ruim 650 euro. Kameraad Andreas Baader draagt een gestreepte zwarte jas met een polokraagje van het merk Matinique.» Een andere tekst luidt: «Op weg naar het Stammheimer proces in 1975 roept Ulrike met zwakke stem: ‘Hij leeft, de revolutie!’ Bij weer een andere foto: «Ze beroofde zich van haar leven, ze draagt een lila-geel geruit Diesel-hemd van honderd procent polyamide.»
Ook hierbij zal de historische context de doelgroep ontgaan. Ulrike Meinhof was in 1975 inmiddels verregaand geradicaliseerd ten opzichte van haar beginperiode als stadsguerrillastrijder, die feitelijk was begonnen met het RAF-manifest van april 1971, dat ze samen met Andreas Baader opstelde. Dat was een jaar na de officiële oprichting op 14 mei 1970, op de dag dat Baader met geweld en ten koste van een handvol mensenlevens uit een gevangenis in Berlijn werd bevrijd. Gerichte bomaanslagen waarbij doden en gewonden vielen, bankovervallen om aan geld te komen, ontvoeringen en liquidaties van industriëlen behoorden in 1975 tot de geëigende middelen van het «gewapende anti-imperialistische verzet in de grote metropolen». In 1976, een jaar na de mislukte bezetting van de Duitse ambassade in Stockholm, overleed Ulrike Meinhof in haar cel door ophanging. Ook in haar geval blijft tot op heden onduidelijk of ze zelfmoord pleegde — mede als gevolg van permanente isolatie — of dat ze zou zijn gewurgd waarna de ophanging werd geënsceneerd. Over de onmenselijke behandeling van de gevangenen en de dood van de RAF-kopstukken wordt nog steeds uitgebreid gediscussieerd.

Sinds deze twee opvallende modereportages beleven RAF-kopstukken Baader en Meinhof een comeback als fashion-model. Sinds kort liggen in de schappen van toonaangevende modewinkels T-shirts met het opschrift «Prada Meinhof», voorzien van bijbehorende handgranaat en kalasjnikov. Te koop zijn ook zitkussens met het woord «terror» erop gedrukt en een handdoek met een RAF-logo. «De tijd is rijp voor RAF-popstars», schreef de Duitse glossy Max onlangs in een themanummer over de vraag hoe Duitse jongeren omgaan met de Duitse Herfst (1977, het jaar waarin een reeks aanslagen en ontvoeringen plaatsvond). En het weekblad Der Spiegel berichtte deze maand: «RAF goes Pop. Radicale politiek wordt een citaat, geweld is cool, klassenstrijd is cult, moordenaars worden mode. De mythe van zestig tegen zestig miljoen herleeft. Ze zijn zelf de materialisatie geworden van waar ze tegen streden.»
De trend blijft niet beperkt tot de modewereld. Regisseurs beschouwen de politieke varianten van Bonnie en Clyde als uitermate geschikte figuren voor een filmscenario. Beiden bezitten immers alle ingrediënten voor een doorslaand bioscoopsucces: ze waren hübsch en leidden een bloedstollend bestaan, dat parallel liep met een heftige periode in de Duitse geschiedenis. Wat was begonnen als verzet tegen de gevestigde orde van het Wirtschaftswunder in het uit de as van het Derde Rijk her rijzende gedeelde Duitsland, mondde uit in naakt terrorisme. Het doel — omverwerping van het imperialisme in de Derde Wereld en het monokapitalisme van de oude aangebleven nazi’s en de opvolgers van het fascisme — heiligde alle middelen.
Tijdens het filmfestival van Berlijn vorige maand ging Baader van Christopher Roth in première, een interpretatie die past in de nieuwe aanpak van romantisering en mythevorming. Tien jaar deed regisseur Roth onderzoek naar het verleden van Andreas Baader, maar hij maakte iemand van hem die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Volgens de linkse Berlijnse krant Tageszeitung is de film een verregaande esthetisering die de waarheid grof geweld aandoet. Baader wordt neergezet als een mooie, fanatieke jongen, gekleed in een leren jack en rode broek uit de flitsende jaren zeventig. Een filmrecensent van Der Spiegel maakte de film vorige maand met de grond gelijk: «Baader, gespeeld door Frank Giering, is een opstandige, geestelijk gemankeerde man met de allure van een rockster. Zijn popgroep heette de RAF. Acteur Giering maakt van Baader een mopperend klein kind, dat op ongeloofwaardige wijze opeens omslaat in een onberekenbare, grootheidswaanzinnige, agressieve macho. In zijn ogen zijn vrouwen eigenlijk domme wijven, op zijn sexy vriendin Gudrun Ensslin na, bazen varkens en de staat is de ergste vijand. Hij wordt niet zozeer afgeschilderd als een politieke fanatiekeling als wel als een dandy en vrouwenversierder. Een vervreemdende karikatuur. Tot overmaat van ramp sterft aan het einde van het eindeloos durende vermoeiende verhaal Baader als een held. Hij wordt doorzeefd door politiekogels.»
Tijdens de persconferentie na de première antwoordde de regisseur op de kritische vraag wat hij toch met de film heeft gewild: «Het is een speelfilm. Die mag niet al te authentiek zijn. Ik wilde Baader opnieuw neerzetten. Hij fascineerde me wel, iemand die een experiment waagde.»
De journalist van Der Spiegel was in zijn recensie vooral woedend over de reactie van Roth: «Wat is dat nou, een vaag soort heimwee naar sterke, diepe gevoelens? Baader als een soort pop-icoon? Alles is mogelijk in dienst van het geluk van de reclame- en filmwereld. Het is om te kotsen.»

In Duitsland valt dezer dagen meer kritiek te horen op deze film en op het flirten met terreur in de mode. In de Süddeutsche Zeitung noemt een journalist het «grove uitbuiting van het verleden». Men vraagt zich af of er ook nog rekening wordt gehouden met de nabestaanden van de ruim vijftig door de RAF vermoorde Duitsers. En meer in het algemeen wil men weten wat de grenzen zijn van de vertaling van het verleden naar de wereld van pop en glamour.
De hoofdredactrice van Tussi Deluxe zei tijdens een forumdebat op televisie: «Het is allemaal lang geleden genoeg. Mijn generatie is met dit thema niet zo geconfronteerd als onze ouders. Kunst probeert nou eenmaal thema’s op een nieuwe manier naar voren te brengen.»
Lang geleden? De RAF-geschiedenis is nog maar net voltooid verleden tijd. Op 20 april 1998 deelde het laatste restje leden officieel mee de RAF te hebben ontbonden. In de opheffingsverklaring werden diverse eigen fouten erkend. «De grondfout was dat de RAF was vervreemd van de samenleving als geheel, van linkse stromingen in de politiek, van haar oude strijdmakkers en van haar eigen doeleinden en zichzelf te lang was blijven inzetten in de gewapende strijd.»
Straks heet voor een nieuwe generatie het nazi-verleden ook ver weg genoeg te zijn en zien we in reclamecampagnes Goebbels in een strak uniform met woorden als: «Blut und Glamour, hij stond voor een nieuwe maatschappij. Gezien bij Gucci», of poseren vlotte tieners in T-shirts bedrukt met een gele ster. Dat zou dan worden beargumenteerd als een eigentijdse invulling van de Historikerstreit. Maar het komt neer op niets anders dan een vulgarisering van de geschiedenis.

Door: MARGREET FOGTELOO

nov
12
2001
0

Hersens van Ulrike Meinhof opgeëist door haar dochters

Regine Röhl, een van de tweelingdochters van Ulrike Meinhof, heeft een klacht ingediend tegen een gerechtelijk arts wegens het verstoren van de dodenrust, zo meldde justitie in Stuttgart maandag.

Haar tweelingzus Bettina Röhl, in Duitsland bekend om haar campagne tegen minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer, onthulde eind vorige week dat de hersens van Ulrike Meinhof worden bewaard en in het geheim onderzocht aan de universiteit van Magdeburg.

Bettina Röhl schrijft op haar website (Bettinaroehl.de) dat zij en haar zus geschokt zijn door de ontdekking dat de hersens destijds niet meebegraven zijn. Ze eisen dat dat alsnog gebeurt. ‘Ook een dode terroriste heeft recht op een waardige begrafenis’, schrijft Röhl, die haar moeder vaak fel kritiseert.

Röhl was met haar onthulling Der Spiegel, het blad waarmee ze in onmin leeft, te snel af. Op haar site publiceert ze plastische foto’s van de hersens van haar moeder, die Der Spiegel volgens haar wilde afdrukken. Het blad heeft de bedorven primeur over het hersenonderzoek inmiddels tandenknarsend op zijn website gezet.

De hersens van Ulrike Meinhof werden in 1976 na de zelfmoord op verzoek van justitie onderzocht door de neuropatholoog Jürgen Pfeiffer uit Tübingen. Het vermoeden bestond dat een goedaardig gezwel en de beschadigingen door een hersenoperatie in 1962 veranderingen in haar gedrag hadden veroorzaakt die uiteindelijk tot haar terroristische daden leidden.

Pfeiffer stelde in zijn rapport dat de schade aan de hersens voldoende aanleiding bood de vraag naar Meinhofs toerekeningsvatbaarheid te stellen. Meinhofs pleegmoeder en echtgenoot vonden al in de jaren na de operatie dat ze sterk was veranderd.

Pfeiffer bewaarde het hersenpreparaat en gaf het in 1997 aan de vooraanstaande hersenonderzoeker Bernhard Bogerts in Magdeburg. Die paste de nieuwste technieken toe en concludeerde dat ‘het in hoge mate twijfelachtig is, of mevrouw Meinhof in haar proces toerekeningsvatbaar was’.

Bogerts vergelijkt Meinhofs hersens met een ander preparaat: de hersens van de dorpsonderwijzer en dichter Ernst August Wagner, die in 1913 zijn vrouw, zijn vier kinderen en negen dorpsbewoners vermoordde. Volgens Bogert hadden Meinhof en Wagner beiden een defect in een deel van de hersens dat agressie en angst stuurt. Zijn wetenschappelijke publicatie is gepland voor 2003.

jan
01
2001
0

Als tegenpolen elkaar raken – Black Box BRD – Andres Veiel

balackbox-brd Black Box BRD vertelt de paralelle geschiedenis van RAF-lid Grams en RAF-slachtoffer Alfred Herrhausen als was het een Krimi. Maar verwacht aan het slot geen inspecteur Derrick die netjes alle losse eindjes aanelkaar komt knopen.

Het is bijna een wonder dat regisseur Andres Veiel de mensen die in Black Box BRD aan het woord komen voor de camera kreeg. Aan de ene kant de nabestaanden van Alfred Herrhausen, voormalig topman bij de Deutsche Bank en in 1989 omgekomen bij een RAF-aanslag met een autoboom. En daar diametraal tegenover de nabestaanden van Wolfgang ‘Gaks’ Grams, aanvankelijk sympathisant en later actief RAF-lid dat in 1993 tijdens een achtervolging door de politie onder verdachte omstandigheden de dood vindt.

De RAF-kant is wel begrijpelijk. Veiel bezoekt nog regelmatig ex RAF-lid Birgit Hogefeld (ex-vriendin van Grams) in de gevangenis en was midden jaren zeventig sympathisant van de RAF, al haakte hij af toen hun acties te radicaal werden. Hij heeft, zogezegd, nog contacten in die wereld.

Maar alleen een portret van RAF-lid Grams vond Veiel te eenvoudig – zo zegt hij op de site van de film: black-box-brd.de -, hij wilde ook het verhaal van de slachtoffers vertellen. En zo kwam hij uit bij Deutsche Bank-topman Alfredd Herrhausen. En via Herrhausens weduwe Traudl kreeg hij ook Herrhausens ex-collega’s (onder wie Helmut Kohl en enkele Deutsche Bank-kopstukken) voor de camera.

En zo slaagt Veiel erin de paralelle verhalen te vertellen van twee tegenpolen. De strakke, ambitieuze machine Herrhausen versus de idealistische, compromisloze en vooral erg boze Grams. Het knappe van de film is dat nergens nadrukkelijk stelling wordt genomen. Sterker nog, naarmate de film vordert valt op dat er zekere overeenkomsten waren tussen de beide mannen. Beiden zijn kinderen van nazi’s (wat bij Herrhausen zijn honger naar macht verklaart en bij Grams zijn boosheid), beiden zijn dwingende, dominante persoonlijkheden, en beiden zijn overtuigd van hun gelijk.

Veiels wens om een evenwichtige film te maken ging zelfs zo ver dat hij een scène waarin ME’ers een demonstrant inelkaar slaan, direct laat volgen door een scène waarin demonstranten een ME’er inelkaar slaan. Voor de Duitsers is de laatste scène nogal pikant, omdat een van de op de agent inhakkende demonstranten de huidige minister van Buitenlandse Zaken Joshka Fischer is.

Lang werkt Black Box BRD als een heuse Krimi, omdat de suggestie wordt gewekt dat Grams weleens de hand zou kunnen hebben gehad in Herrhausens dood. Dat de film uiteindelijk genoegen neemt met het feit dat beide sterfgevallen onopgehelderd zijn gebleven, is enigszins teleurstellend. Het is echter het enige minpunt in een verder prachtige film.

Black Box BRD – Andres Veiel
Duitsland 2001, 107 min.

Written by in: Films | Tags: ,
dec
05
1999
0

Begrepen Onbehagen; Politie en Rote Armee Fraktion Verzoend

Begrepen-onbehagenDe Nederlandse politie gaat hard optreden tegen de toenemende agressie tegen politiemensen, zowel fysiek als verbaal. Niet alleen met behulp van het strafrecht. Individuele politiemensen krijgen steun bij het indienen van civiele claims tegen degenen die hen aanvallen. De korpsen zelf gaan proberen het ziekteverzuim als gevolg van agressie te verhalen op de daders.

Er zijn echter ook andere verhalen. Zoals dat van rechercheur Herman van Hoogen. Deze hielp in 1977 tijdens een hevig vuurgevecht met gevaar voor eigen leven in Amsterdam-Osdorp twee leden van de Duitse Rote Armee Fraktion (RAF) aan te houden. Toch zette hij zich zeven jaar later in voor vervroegde vrijlating van het tweetal, Christof Wackernagel en Gert Schneider, nadat deze in de (Duitse) gevangenis tot inkeer waren gekomen. Dit (succesvolle) gebaar leidde tot een blijvende vriendschap.

Maar wat was dit voor een gebaar: een staaltje politiële professionaliteit, psychische verwerking van een traumatische gebeurtenis, verraad of een uniek geval van vergeving en verzoening? Deze vragen staan centraal in een publicatie die werd geredigeerd door dr. Frans Denkers, algemeen adviseur van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, die vorige maand onverwachts overleed op 59-jarige leeftijd.

Denkers, van huis uit psycholoog, heeft zich vooral ingezet voor `zelfredzaamheid’, het mobiliseren van burgers in plaats van alle heil te verwachten van de Sterke Arm. In 1993 legde hij zijn credo neer in een boek met de titel Op eigen kracht de onveiligheid de baas; de politie van pretentieuze probleemoplosser naar bescheiden ondersteuner. Op initiatief van Denkers ging het Amsterdamse korps samenwerken met de Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij in 1975 promoveerde op Criminologie en beleid, in het project `christelijk-humanistische waarden en conflicten’. Begrepen onbehagen is daarvan een resultaat. Het boek heeft drie delen. Denkers schreef een inleiding over de RAF. Deel twee, dat zelfstandig kan worden gelezen, wordt geopend door Van Hoogen en bevat de reacties van 22 uiteenlopende personen, variërend van collega’s tot plattelandsvrouwen en wetenschappers. Deel drie bevat een analyse en conclusies, wederom van de hand van Denkers.

Van Hoogen zelf legt er de nadruk op dat zijn gedrag niets heeft te maken met `vergeving’. Vergeven kan je alleen mensen met wie je een emotionele band hebt. Het zou de politieman weinig hebben gedaan als het tweetal de vijftien jaar waartoe het werd veroordeeld wegens poging tot moord volledig had moeten uitzitten. Dat zou hij wel `stom’ hebben gevonden: `het is het eerste geval dat ik meemaak waarin mensen anders de lik uitgaan dan ze erin zijn gekomen. Toch het beginsel waar ons hele strafrechtssysteem op is gebaseerd?’

Kogelscherf

De reacties lopen zoals te verwachten uiteen. De politiecollega die een gemene kogelscherf van de RAF uit zijn knie moest laten halen vraagt zich af wat hij zou doen als hij het tweetal zou ontmoeten, bijvoorbeeld bij de presentatie van dit boek. `Alsnog schadevergoeding eisen waarschijnlijk, want die heb ik van het korps ook nooit gehad. Geen cent voor mijn bebloede kleren’. Zijn bijdrage heeft het kopje `verraad’.

Voor de goede orde: Van Hoogen heeft niet zelf de publiciteit gezocht; dat deed de toenmalige Amsterdamse recherchechef K. Sietsma, die inmiddels is overgestapt naar de particuliere beveiligingswereld. Hij vindt de belangrijkste les `dat een dialoog verre te prefereren is boven een confrontatie’. De RAF blijft echter in meerdere opzichten een bijzonder geval. De voornaamste bevinding van de afsluitende analyse is dan ook dat de stellingname van Van Hoogen moeilijk valt te generaliseren.

Bijzonder als hij is, valt de zaak-Van Hoogen toch niet helemaal los te zien van het poldermodel dat van oudsher kenmerkend is voor onze politie en justitie. Dat model contrasteert nogal met het proces van escalatie dat de geschiedenis van de RAF te zien geeft. Vijfentwintig jaar geleden kon ik daarvan een glimp opvangen als lid van een kleine Nederlandse delegatie die een onderzoek instelde naar de Haftbedingungen van Ronald Augustin, een `terrorist’ van Nederlandse afkomst die in hongerstaking was gegaan. Daaraan kwam pas een eind toen hij met veel gewapend politievertoon terecht was gekomen in een universiteitskliniek. Hij vertrouwde namelijk geen officiële gevangenisarts.

Had er dan niet even een andere dokter in de cel kunnen komen? Dat was formeel niet mogelijk, was het antwoord van de Duitse gevangenisautoriteiten. De delegatieleden keken elkaar aan: in Nederland zou een beetje gevangenisdirecteur gewoon een vertrouwenspersoon regelen. Dat was vijfentwintig jaar geleden en inmiddels zijn de verhoudingen in Nederland danig verhard, zij het niet vanwege terroristische activiteiten maar vanwege de drugshandel. Het strafklimaat is grimmiger geworden en rechters zijn geneigd allerlei onorthodoxe opsporingsmethoden voetstoots te accepteren. Daartegen staat een advocatuur die iedere vormfout probeert uit te buiten.

Dat mist zijn uitwerking op de politiepraktijk niet. Typerend is ook dat steeds vaker een claim wordt ingediend tegen de staat wanneer een zaak niet tot veroordeling leidt. De rechters zijn niet scheutig met het toekennen van schadevergoeding, maar er zal steeds minder aan deze logische tegenhanger van een hardere lijn tegen burgers zijn te ontkomen. Een claimgrage politie kan tegenclaims verwachten. Deze ontwikkeling heeft zeker goede kanten. Ook een juridische claim kan per slot van rekening leiden tot een dialoog en bevordert in elk geval de duidelijkheid.

Toch bevat de geschiedenis van Van Hoogen en de RAF ook een waarschuwing. Claims tegen onverlaten moeten voor de politiekorpsen bijvoorbeeld niet een excuus zijn om de begeleiding van de eigen mensen te verslonzen. Typisch een thema waarvoor Denkers zich heeft ingezet. De voornaamste boodschap is: duidelijkheid is prima maar polarisatie is funest. Het ging Van Hoogen waarschijnlijk dus toch gewoon om professionaliteit.

Auteur: Frans Denkers, Herman van Hoogen, Christof Wackernagel e.a.: Boek | Ingenaaid | 328 bladzijden | Nederlands | 1999

ISBN-10: 9054586710

ISBN-13: 9789054586715 | ISBN-10: 9054586710

Begrepen Onbehagen.Politie en Rote Armee Fraktion verzoend. Koninklijke Vermande, Gewapende strijd

Onze sponsor Colani | Ontwerp: Oppositie 2.0 door colani.nl